Opinie —

Grote verbouwing, grote verplaatsing, grote vernieling of grote vernieuwing? 1

Vladimir Stissi

Het kostte een paar jaar, maar de grote vernieuwing van de naoorlogse woonwijken lijkt na een lange aanloop toch nog goed op gang te komen. Van Den Helder tot Maastricht, van Delfzijl tot Vlissingen wordt gerenoveerd, gesloopt en gebouwd. Het geklaag over monotone, technisch verouderde blokken, met woningen die niet meer aan de wensen en eisen van deze tijd voldoen, in eenzijdig opgebouwde wijken wordt eindelijk in daden omgezet.

Dat die daden, zeker buiten de grote steden, opvallend vaak neerkomen op gelijkvormige, saaie blokjes eengezinswoningen voor overal dezelfde gezinnen met kinderen uit de middengroepen wordt daarbij blijkbaar voor lief genomen: boze woorden daarover richten we liever op de VINEX-wijken. En wat maakt het ook uit, de herstructurering dendert net zo hard door als de VINEX. Tot grote tevredenheid van de nieuwe bewoners overigens. De oorspronkelijke bewoners zijn intussen alleen maar lastig. Rugstreeppadden, koeien en grassprietjes kunnen weliswaar zelf niet praten, maar de milieulobby tegen VINEX is sterk, soms met succes. De bewonersgroepen in wederopbouwwijken hebben het lastiger, lijkt het, hoe hard ze soms ook piepen. Natuurlijk, uiteindelijk is het allemaal ook voor hun bestwil; veel naoorlogse woningbouw is verloederd, en grote sociale problemen kunnen in veel wijken ook niet ontkend worden. Toch zijn er zat huizen en wijken uit de jaren vijftig en zestig waarin veel mensen best tevreden zijn, of tevreden zouden willen zijn als dat slechte onderhoud en die ellende buiten maar aangepakt zouden worden. Het is dan ook zeker te simpel protesten te smoren met leuke herhuisvestingmogelijkheden en goede verhuiskostenregeling, zoals nu zo vaak gebeurt. De eenvoudige vragen, waarom die mensen überhaupt protesteren, wat hen toch bindt aan hun oude woning en buurtje worden te weinig gesteld. Waarom zouden mensen niet in een kleine, weinig comfortabele, maar goedkope woning mogen wonen als ze dat graag willen? De sloppen en wantoestanden van vroeger zijn nu goeddeels weg, maar de technocraten van nu doen niet onder voor hun voorgangers van 100 of 50 jaar geleden.

Op één cruciaal punt doen de volkshuisvesters van nu het wel een stuk minder goed: de elementaire wiskunde. Bijna alle vernieuwingsplannen hebben tot doel de bevolkingsopbouw van een wijk te ‘verbeteren’, dat wil zeggen percentages maar ook het aantal ‘kansarmen’ te verlagen, en meer mensen met hogere inkomens vast te houden of aan te trekken. Impliciet of expliciet is het doel de bevolkingssamenstelling van probleemwijken dichter bij het lokale of soms regionale gemiddelde te krijgen.

Je hoeft niet heel slim te zijn om te begrijpen dat dat alleen kan door tegelijk óf het gemiddelde elders in de stad of regio omlaag te brengen óf de probleemgroep absoluut of relatief te verkleinen – door mensen weg te werken of op te leiden bijvoorbeeld, of door extra mensen van buiten binnen te halen. Maar zoals we allemaal weten worden er in dit land nergens sociale huurwoningen neergezet ter differentiatie van zeer eenzijdig opgebouwde dure wijken, is van de populistische proefballon ter afschuiving van de Rotterdamse ellende naar de buren weinig meer vernomen, en hebben dappere pogingen inkomen en opleiding van achterstandsgroepen te verbeteren het economische en politieke tij even tegen. Uiteraard, en gelukkig, hebben de meeste herstructureringsplannen wel een sociale pijler, maar de wens om de doortocht naar de volgende probleemwijk te stoppen wint het nooit van die om de uittocht naar VINEX in te dammen. Gedachten over spreiding en differentiatie houden in Nederland meestal op bij de grens van de herstructureringsgebieden. Not in my backyard, lijkt het devies.

Helaas, zolang sommige jongeren kunnen blijven etteren, zolang zij en hun bravere leeftijdsgenootjes het niet beter doen op school en hun ouders het niet beter doen op de arbeidsmarkt, zolang is de grote vernieuwing niet anders dan een grote verplaatsing en het scheppen van de probleemwijken van de toekomst. Misschien verdunt al dat gebouw de ellende een beetje, maar tegelijk zal de afname van de sociale huurvoorraad juist zorgen voor een toenemende concentratie van degenen die nergens anders kunnen wonen.

Intussen kunnen en zullen stedenbouwkundigen en architecten uiteraard hun best doen verloedering te stoppen, de levensvreugde van mensen te vergroten, of desnoods hun ellende te temperen, maar hoeveel wordt daar nu mee bereikt? Uiteindelijk kun je sociale problemen van groepen en individuen nooit oplossen met baksteen, bomen en beton alleen. Zolang de regisseurs van de grote vernieuwing dat niet begrijpen, blijft het dweilen met de kraan open, ofwel het vuil onder het tapijt van de buren vegen.