Feature —

Sloop en auteursrecht

Redactie

Onlangs sprak de Hoge Raad haar oordeel uit over een zaak die door de architect Evert Jelles was aangespannen tegen de gemeente Zwolle. Hierin vocht Jelles de sloop aan van het door hem ontworpen Wavin-gebouw.

Het door Jelles ontworpen kantoorgebouw voor de firma Wavin werd in 1967 in gebruik genomen. Het kantoor stond aan het water in een openbare groenstrook in de wijk Holtenbroek. Na dienst gedaan te hebben als kantoor werd het gebouw gebruikt door het Deltioncollege en uiteindelijk aan de gemeente verkocht. In 1999 liet de gemeente een stedenbouwkundige visie maken voor de wijk. Dit plan voorzag in een nieuw winkelcentrum, een multifunctioneel wijkcentrum en een zorgcomplex op en rond de locatie van het Wavin-gebouw. Daarbij moest het gebouw gesloopt worden. Alvorens dit voorstel over te nemen liet de gemeente een onderzoek verrichten door Het Oversticht naar de monumentale waarden van het gebouw. Zij adviseerde te onderzoeken in hoeverre het gebouw hergebruikt kon worden. In het geval dat het gebouw behouden bleef, was plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst te overwegen mits de originele kleur en raamdetaillering teug gebracht werd.

Door de aanwezigheid van asbest in het gebouw en de hoge verbouwingskosten bleek hergebruik van het gebouw als ouderenhuisvesting niet haalbaar. Ook wilde het wijkcentrum niet in het voormalige kantoorgebouw worden ondergebracht. De gemeente besloot daarop het gebouw te slopen. Jelles verzette zich daar echter tegen. Daarop raadpleegde de gemeente toenmalig Rijksbouwmeester Wietse Patijn. Hij stelde: 'Ik kom daarom tot de conclusie dat sloop van het Wavin-gebouw serieus door u overwogen kan worden en dat er geen doorslaggevende argumenten aan te dragen zijn die zich daartegen zouden verzetten. Wel beveel ik een nadere uitgebreide documentatie van het gebouw aan, gelet op het belang van het gebouw voor de geschiedenis en vakontwikkeling.'

Toen de gemeente in maart 2000 dadwerkelijk besloot om te gaan slopen, begon Jelles een rechtzaak zich beroepend op de Auteurswet 1912. Hij stelde dat aantasting van zijn werk nadelig zou zijn voor zijn naam, of zijn positie als architect. Op 21 november 2001 wees de rechtbank de eis van Jelles af. Van aantasting zou geen sprake zijn omdat het om sloop zou gaan. Jelles liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep. De Hoge Raad bekrachtigde op 6 februari jongslede het vonnis van de rechtbank, maar op andere gronden. Ook in geval van sloop of vernietiging is er sprake van aantasting, maar de gemeente had goede reden om tot sloop over te gaan en handelde zorgvuldig zodat er geen sprake was van 'reputatieschade'. Uiteraard speelde bij het vonnis het besef dat vergaande bescherming van belangen van de architect, ten nadele van de eigenaar van het door hem ontworpen gebouw, 'tot maatschappelijk moeilijk te aanvaarden gevolgen zou leiden'. Maar stelde de Hoge Raad ook, het betekent ook niet dat de eigenaar van een uniek exemplaar – wat een gebouw toch vaak is – tot vernietiging kan overgaan wanneer daar geen gegronde reden voor is. En wanneer een gebouw toch gesloopt wordt moet de eigenaar de architect in de gelegenheid stellen het gebouw goed te documenteren. Overigens werd het Wavin-gebouw in 2003 al gesloopt.