Recensie —

B-Architecten

Bert de Muynck

In de Singel te Antwerpen is nog tot 4 april de overzichtstentoonstelling van B-Architecten te zien. In Vlaanderen gelden zij als het uithangbord voor de jonge architectuurgarde, een titel die ze danken aan de culturele positie van hun opdrachtgevers, de toepassing van beproefde concepten en bloedarmoede bij critici. Maar er schuilt ook wel legitimiteit in de architectuur zelf.

B-Architecten werd in 1997 opgericht in Antwerpen door Evert Crols, Dirk Engelen en Sven Grooten. Ze leerden elkaar kennen in Amsterdam, aan het Berlage Instituut, waar ze destijds al snel bekend stonden als 'de Belgen' -mocht U zich afvragen waar die B voor staat. Wat toen wellicht begon als een uit de hand gelopen grap, staat nu voor een nieuwe lichting. Het moet gezegd worden, na zeven jaar oogt hun opdrachtenportefeuille indrukwekkend.

Ze trokken voor het eerst de aandacht toen ze (i.s.m. met DHP-architecten) de architectuurwedstrijd voor de Beursschouwburg in Brussel wonnen, een wedstrijd die rond 1997 tot stand kwam door een veranderend architectuurklimaat in Vlaanderen. Inspirerende opdrachtgevers leverden zelf instrumenten aan om kwaliteit te genereren, iets wat voorheen zelden gebeurde en onder het peterschap van de Vlaamse Bouwmeester slagkracht kreeg. Daarna volgden projecten op verschillende schaalniveaus: van winkels voor modeontwerpers als Branquinho, Van Beirendonck, Schneider en de kinderkledij Filou tot sociale woningbouw, de scenografie van de theatervoorstellingen, tentoonstellingsontwerpen voor 'Landed 2001', voor 'Rimbaud' (nu in Bozar te Brussel) en zelfs het ontwerp voor een realistische droomwijk. Zelf zien ze zich niet als het typische architectenbureau, maar spiegelen ze zich aan de Nederlandse 'ontwerpbureaus', waarin ze het pragmatisme met het realistisch visionaire willen verbinden en waarbij tijdelijke netwerken worden opgezet om de ontwikkeling van concepten en de constructieve uitvoering van projecten te schragen.

Tentoonstelling

De tentoonstelling in Antwerpen heeft de ambitie om 'voor het eerst een retrospectief inzicht in de kosmos van de B-architecten aan de hand van een computergegeneerd stadszicht' te geven. De scenografie van de tentoonstelling bestaat uit een weinig geïnspireerd NL aandoend B-logo, een poster waarop hun droomstad in een 'commodore 64' vormgeving staat verbeeld en een darkroom waarin de zevenendertig projecten van de afgelopen zeven jaar verwerkt zijn in een filmpje en vijf metalen frames waarin men driehonderd posters met werk kan bekijken. Deze laatste presentatie, die het scala aan opdrachten weergeeft en de projecten moet verduidelijken, is ronduit slecht. Dan heb ik het niet over de projecten zelf, waaruit een charmante frisheid en ongedwongenheid spreekt, maar over de vormgeving. Die geeft een overzicht in 300 (!) zwart-wit foto's en een schema van al dan niet gerealiseerde projecten. In deze presentatie verbleekt, letterlijk en figuurlijk, een bureau dat zich richt op kinky ontwerpen, kleuren en materialen, voor best wel interessante opdrachtgevers. Er is misschien wat te zeggen voor zwart-wit, maar niet als dat gepaard gaat met onscherpe fotografie afgedrukt in veel te grote pixels.

Over de creativiteit van de ontwerpen: hun 'A-tipis'-ontwerp, een soort van opblaasbaar mobiel theater, 'zal samen met andere installaties ergens in een stad op een onaangekondigd moment verrijzen' en hun droomstad wil ervoor zorgen 'dat er op een dag regels zijn waardoor mensen graag in de stad zullen wonen'. Het eerste is qua uitwerking nihil novi sub sole, het tweede getuigt van een bureaucratisch pittoreske visie op de stad. Als U toch naar Antwerpen gaat, zou ik de tentoonstelling links laten liggen en naar de winkel van postpunker Van Beirendonck gaan kijken.

Beursschouwburg

De Beursschouwburg in Brussel opende op 5 februari na drie jaar verbouwen haar deuren met een tiendaags non-stop festival. Het gebouw bestaat uit verschillende gebouwen die in de loop van de tijd verworven zijn, B-Architecten verbond ze met elkaar doormiddel van een coherente circulatie en een nieuwe ruimte. Blikvanger zijn de multifunctionele zolderzaal met tuinterras, een bloedrode hal die voor en achterkant van het gebouw verbindt, witte neonlampen in de luifel die functioneel zijn (ze markeren de toegangen) en de gevel verlevendigen. Binnenin is er een clash aan materialen. Zo gebruiken ze spuitbeton voor de wanden, goudgele verf voor de theaterzaal, boswachtershuthout in de foyer en houten lamellen onder een zilvergrijze kapconstructie… Deze veelheid verleidde een Belgisch criticus tot een oppervlakkige lezing van het gebouw als een 'modieuze esthetisering van de banaliteit … dirty realism … en grungearchitectuur'. Dit laatste in tegenstelling tot het vermeende ideaal van de criticus in kwestie, de 'firmitas' van het gebouw. Of de bonte banaliteit nu om dirty realism draait laat ik in het midden, maar dat het naadloos aansluit bij de idee en het beeld dat de Beursschouwburg wil uitdragen, leidt geen twijfel. Het is misschien customized architecture die stelling neemt, de context opzoekt en van daaruit de kritiek bekritiseert.

Zowel uit de tentoonstelling als uit de Beursschouwburg spreekt dat B-Architecten een collectief is dat op kleine tijdelijk-ruimtelijke schaal (zoals een galerie, winkel of zelf de wens tot het ruien van de materialen in de Beursschouwburg) explosief werk verricht en aandacht verdient.