Recensie —

Intense Stad

Luc de Vries

De intense stad is de titel van de woningbouwmanifestatie in Groningen die gericht is op verdichting en vernieuwing van deze naar eigen zeggen enige echte compacte stad van Nederland. Op een tentoonstelling zijn 35 nieuwe voorstellen voor een nog compacter Groningen te zien.

Verdichting van de bestaande stad wordt in Groningen gezien als een noodzaak. Door de dalende gemiddelde bezettingsgraad van de woningen neemt het aantal inwoners in de bestaande stad af en wordt het draagvlak van voorzieningen en de binnenstad ondermijnd. Hoewel er aan de stadsrand ook suburbaan wordt gebouwd, zoals binnenkort in Meerstad, ligt de nadruk van het ruimtelijk beleid nog steeds op het ideaal van de compacte stad en is intensivering en verdichting de enige methode om het aantal inwoners op peil te houden. Om de intensivering van de stad een stap verder te brengen is door de gemeente de woningbouwmanifestatie 2003 opgezet. Aan alle ontwikkelende partijen in de stad (projectontwikkelaars, ontwikkelende aannemers en woningcorporaties) is gevraagd plannen te ontwikkelen op basis van een studie van Winy Maas. In deze studie wordt een groot aantal dun-bebouwde locaties aangereikt met een voorzet voor mogelijke herontwikkeling inclusief functiemenging en typologie.

Het voorlopige resultaat van de manifestatie staat in de hal van de dienst RO/EZ opgesteld. Op een beloopbare plattegrond op 1:1000 van de stad staan 35 maquettes, schaal 1:200 op stalen voeten zodat ze op ooghoogte te zien zijn. De stalen voet is op de betreffende locatie op de stadsplattegrond geschroefd. Waar een aantal projecten bij elkaar een grotere te intensiveren zone vormen is op halve hoogte nog een 1:1000 deelmaquette van de zone toegevoegd. De verschillen tussen de plannen zijn groot. Er zijn gebouwen van lokale, nationale en internationale architecten, van bouwbaar tot conceptueel en van besteksgereed tot eerste idee.

De opzet van de tentoonstelling is helder en biedt een goed inzicht in het totaal van de manifestatie. En juist dit totaalbeeld roept de nodige vragen op. Zo is het opvallend dat het leeuwendeel van de projecten zich in drie zones bevinden; twee hiervan, de Reitdiepzone en het Oosterhamriktrace zijn zieltogende bedrijventerreinen die al langer voor herontwikkeling op de nominatie staan. De derde is de Laan Corpus den Hoorn langs de toekomstige bypass van de ringweg. Wat opvalt bij de herontwikkeling van de bedrijventerreinen is dat in feite de locatie gewoon opnieuw wordt bebouwd zonder dat gekeken is of de barrièrewerking van zo'n gebied is te veranderen. Andere locaties zijn sportvelden en afgeschreven overheidsgebouwen zoals scholen, bibliotheek, sporthal etc. Bij nieuwbouw op deze plekken worden deze voorzieningen over het algemeen in het project opgenomen of plat gezegd op de huidige functies worden woningen gestapeld. Opvallend is ook dat er geen enkele relatie wordt gelegd met andere plannen, zoals de herstructureringsplannen, hoewel dat zeker waar het de herhuisvesting van voorzieningen betreft relevant was geweest. En niet onbelangrijk is nog de vraag of in de naoorlogse wijken markt is voor zo'n 3800 merendeels gestapelde woningen.

De stad moet zich constant vernieuwen en het is te prijzen dat deze vernieuwing nu eens niet per wijk wordt aangepakt, maar dat de stad als een geheel wordt gezien. De manifestatie zoekt deze vernieuwing echter in de individuele architectuur op eenvoudig te verwerven locaties in plaats van in een samenhangende duurzame compacte stedenbouw. Is dit een briljante publiek-private zet of is het een opportunistische manier om snel en goedkoop een bulk aan woningbouw te genereren? Wie het antwoord hierop wil weten zal beslist naar de fraai vormgegeven tentoonstelling moeten gaan om zelf zijn oordeel te kunnen vormen.

Platform Gras organiseert gedurende de manifestatie een viertal lezingen rond het thema verdichting. Afgelopen donderdag was de eerste lezing van het bureau Hosoya-Schaefer Architects. Hiromi Hosoya en Markus Schaefer lichtten de werkwijze van het bureau toe deels met eigen projecten en deels met voorbeelden van werk door hun gemaakt bij respectievelijk Toyo Ito en AMO. De onderzoeken spitsen zich toe op de niet-fysieke wereld van politiek, demografie en economie waarin zich patronen ontwikkelen die van invloed zijn op de fysieke werkelijkheid. De voorlopige conclusie uit deze studies is dat de opgave niet het realiseren van huisvesting van tal van functies is maar is gelegen in het vinden of genereren van inhoud, van content.

In het project voor de locatie in de Weijert in Groningen is deze content te vinden in de openbare functies op de begane grond. De te herhuisvesten sporthal, bibliotheek en school, uitgebreid met een zorgsteunpunt en een cafe worden door een grote mate van onderlinge transparantie op elkaar betrokken. Tezamen met de entreehallen vormt deze content een sokkel voor drie woontorens die zijn ontwikkeld als een 'verticaal suburbaan stempel', verschillende 'stroken' met eigen typologie en doelgroep. Het gebouw wordt met glas omwikkeld waarmee het op dit centrale punt in de wijk een herkenbare sculptuur wordt.