Feature —

Laat 400 steden verrijzen

Marina van den Bergen

De uitspraak ‘Laat 400 steden verrijzen’ van de Chinese minister voor burgerzaken Doje Cering vormde de aanleiding voor de oprichting van de Stichting De Dynamische Stad. De stichting organiseert met de BNSP onder de titel ‘Urban China 2020’ een serie lezingen die dinsdag 6 april van start ging.

De uitspraak van Doje Cering is opmerkelijk: de komende twintig jaar 400 nieuwe steden bouwen betekent ieder jaar twintig nieuwe steden. Om de ongekende mogelijkheden hiervan te onderzoeken richtte architect Neville Mars de stichting De Dynamische Stad op. De vijf maanden oude stichting ontwikkelde het verdichtingmodel 'Dynamic Density' dat een compact heterogeen stedelijk weefsel voorstaat en uitgaat van een verstedelijkingsproces dat kan inspelen op snelle transformaties. Wanneer de stichting voldoende fondsen bijeen heeft gebracht zal een interdisciplinair team naar China afreizen om daar verder onderzoek te doen en, hoewel dit niet expliciet werd uitgesproken, proberen een stukje van de koek te krijgen. 'Het hele product (het verdichtingmodel) moet een trigger zijn die de Chinese overheid en projectontwikkelaars inspireert. Daarom willen we op basis van technische modellen, illustratieve maquettes en animaties laten zien wat er binnen de Chinese context allemaal mogelijk is', aldus Mars in de Blauwe Kamer.

Het voornaamste doel van de lezingenserie Urban China 2020 is kennisvergaring over China. Voorafgaande aan de 'dia-avond bij de buren' presentatie van stedenbouwkundige Gert Urhahn, gaf Leo Douw (ASiA institute, Universiteit van Amsterdam) een spreekbeurt. De kern van Douw's verhaal was: 'Valt er wel wat te plannen?'. In de loop van de jaren zijn door de steeds efficiënter wordende landbouw vele Chinezen werkeloos geworden en velen zullen dat de komende jaren nog worden. Verwacht wordt dat tussen de 100 en 150 miljoen mensen als gevolg daarvan naar de steden zullen trekken. Voor hen moeten er banen gecreëerd en woningen gebouwd worden. Douw kon zich voorstellen dat het ontwerpen van 'mooie' steden geen prioriteit heeft bij de autoriteiten.

Om sloppenwijken te voorkomen, onbeheersbare groei tegen te gaan en sociale onrusten te vermijden zal de overheid er alles aan doen om de trek naar het Oosten tegen te gaan. De 400 steden van Doje Cering liggen dan ook in West en Centraal China. Douw vermoedt overigens dat Cering niet doelt op nieuwe steden, maar op het uitbreiden van bestaande steden op het platteland. Onder Mao werd begonnen met de industrialisatie van het platteland. De voordelen hiervan waren legio: mensen hoefde niet meer naar de stad te trekken waardoor daar geen sloppenwijken ontstonden en het platteland werd goed ontsloten. Om de leegloop van het platteland tegen te gaan, werd een registratiesysteem ingesteld dat tot op de dag van vandaag functioneert. Iedere inwoner van China krijgt ofwel een stadregistratie (30% van de bevolking) dan wel een plattelandsregistratie (70%) – de stadsstatus wordt via de vrouwelijke lijn overerft. Aan deze registratie zijn allerlei rechten gekoppeld zoals het recht op pensioen. Haast onnodig te vermelden dat aan de plattelandsregistratie nauwelijks rechten zijn te ontlenen.

Douw verwacht niet dat het registratiesysteem snel zal worden afgeschaft onder meer vanwege de grote politieke implicaties die dat zal hebben. Uiteraard heeft dit ook consequenties voor de bouw van steden. Het uitbreiden van bestaande steden is daarom logischer. Douw noemde nog een aantal redenen voor de snelle groei van de bestaande plattelandsteden, zoals de aanwezigheid van goedkope arbeidskrachten en de mogelijkheid voor internationale bedrijven om er hun (vervuilende) industrieën te vestigen. Ondanks al deze ontwikkelingen is er volgens Douw voor de Nederlandse stedenbouwkundigen niet veel werk, voornamelijk omdat er nauwelijks beleidsinstrumenten zijn om tot planning te komen. Urhahn maakte later een opmerking met een zelfde strekking: de afwezigheid van architectuur is regel, slechts op welgekozen punten wordt er ontworpen.

Voor diegene die zich niet door deze pessimistische berichten hadden laten ontmoedigen gaf Jun Wu, promovendus aan de TU Delft, tien sleutels tot de Chinese markt; tien aspecten van de Chinese samenleving waar een stedenbouwkundig/architect-entrepreneur zich rekenschap van moet geven. In het kort besprak hij onder meer de geografische grootte van China en de daarmee samenhangende regionale verschillen, zowel cultureel als fysisch, het sociale netwerk en het economische netwerk – de socialistische politiek en de kapitalistische economie. Voorts ging hij in op de verschillende ontwerpmethoden die in het (verre) verleden door architecten en stedenbouwkundigen werden gebruikt. Hierbij viel op dat de stedenbouw een directe relatie had met de positie van het individu in de maatschappij of zelfs met zijn welzijn. Maar de belangrijkste sleutel tot de Chinese markt aldus Jun Wu is guanxi, 'relaties' en in het bijzonder relaties met politieke macht. In gevallen van conflict is guanxi onontbeerlijk, 'ja' blijkt in China namelijkook wel eens 'nee' te betekenen, en 'nee' betekent ook wel eens 'ja'.