Recensie —

Landschapsfotografen staan overal boven

Allard Jolles

Op 4 maart jongstleden kreeg de Amerikaanse fotograaf Joel Sternfeld de Citigroup Photography Prize 2004 voor zijn foto’s van het Amerikaanse landschap en vanwege de enorme invloed die hij nog steeds heeft op een nieuwe generatie fotografen. De solo-expositie van Jan Kempenaers getuigt hiervan.

De serie American Prospects van Joel Sternfeld, nu in groot formaat en op zwaar papier heruitgegeven, is waarschijnlijk het beste voorbeeld van Sternfelds sublieme stijl. Hij maakte deze serie, trekkend met een VW camper door de Verenigde Staten, tussen 1978 en 1987. De niet meer zo scherpe grens tussen stad en land was zijn onderwerp. Het paradijselijke Amerikaanse landschap zoals de ontdekkingsreizigers het ooit aantroffen, was in de jaren zeventig natuurlijk al flink veranderd. Bij Sternfeld lijkt ieder asfaltweggetje of nieuwbouwwijkje een belediging voor de grootsheid van het landschap. Tegelijkertijd zie je op de foto’s dat Sternfeld de ingrepen op een of andere manier ook wel weer waardeert. Het liefdevolle portret van een eenzaam hangende basketbalnetje in een verder lege woestenij is behalve zielig ook een symbool voor het Amerikaanse verval. Het Amerika van Sternfeld is soms idyllisch, soms onherbergzaam en ontoegankelijk, met een hoofdrol voor de auto of menselijk ingrijpen. De ‘absurditeit van alledag’ heet dat veelal in cv’s van kunstenaars, maar wie de foto’s van Sternfeld heeft gezien, begrijpt dat die drie woorden bij hem echt waarde hebben.

Bruin

De typisch Amerikaanse traditie van landschapsfotografie begon in de jaren ’30 van de vorige eeuw toen de Farm Security Administration fotografen uitzond om het land te documenteren, een soort kadastrale beeldbank. In de jaren ’50 volgde het beroemde boek van Robert Franks ‘The Americans’, waarmee het optimisme uit die tijd  een grimmig tegenbeeld kreeg. Van de ‘american dream’ bleef in Franks’ rauwe zwart-witstijl niet veel over. Sternfeld deed hetzelfde met kleurenfoto’s, waar allerlei vuiloranje- en bruintinten het beeld overheersen. Zand en olie, met hier en daar een kudde koeien of een gebouw. De meest opvallende foto blijft die van een uitgeputte olifant, ontsnapt uit het circus en natgehouden door de politie om te voorkomen dat hij daar  in de enorme hitte sterft.. Het gebruikte centraalperspectief – de strepen op de weg en de telefoonkabels komen samen in het midden van het beeld, waar de olifant ligt, de politieauto spiegelt deze denkbeeldige lijn – maakt deze plaat klassiek. Grote fotografie is een combinatie van techniek, gevoel voor communicatieve krachten, en op het goede moment op de goede plaats zijn. Een ander onvergetelijk meesterwerk is die van een brandweerman die doodkalm een pompoen staat te kopen terwijl op de achtergrond een huis in de fik staat. De blusladder is leeg, blijkbaar is het huis niet meer te redden of zijn er belangrijker zaken, zoals een verse pompoen voor in de soep. De pompoen en het vuur hebben exact dezelfde kleur en dat is bij Sternfeld natuurlijk geen toeval.

Jan Kempenaers

Kempenaers

Sternfeld is niet vergeten, beroemde fotografen als Gursky of Struth hebben veel aan hem te danken. De manier van landschapscommunicatie zien we ook terug bij een jongere fotograaf uit België, Jan Kempenaers. Zijn werk had makkelijk ‘World Prospects’ kunnen heten, en zelfs het hogere camerastandpunt heeft hij met Sternfeld gemeen. Nu is dat laatste niet heel bijzonder, maar gecombineerd met de onderwerpkeuze, namelijk de oprukkende verstedelijking of de oprukkende infrastructuur in de stad – hoe vol ook, er blijkt vreemd genoeg altijd ruimte voor meer – maken de vergelijking verdedigbaar.

Waar Sternfeld met zijn American Prospects stopte, gaat Kempenaers verder. Onze wereld is, zo lijkt het bij Kempenaers, ongeschikt voor liefde of ontroering. Kempenaers geeft ons hardheid, onverschilligheid en cynisme. Het doet pijn onze planeet – sommige plekken althans – in deze verregaande staat van ontwikkeling te zien.

Noemde L.B. Alberti niet eind vijftiende eeuw de schilderkunst een ‘spiegel van de wereld’? Kempenaers doet niet anders. Als een echte toerist zendt hij ons eigengemaakte ansichtkaarten van koude steden en ontheemde huizen. En achterop staat geschreven:

‘Ik ben heerlijk bezig.

veel liefs,

De Vooruitgang’