Feature —

Pius-X gebouwd

Redactie

In 1999 wonnen Jeroen Wouters en Menno van der Woude (JMW) een prijsvraag voor een appartementencomplex met enige voorzieningen in Tilburg. Onlangs is het plan opgeleverd.

Een prijsvraag winnen met als doel het winnende ontwerp te realiseren; een betere start kun je als beginnend ontwerper niet hebben. Helaas komt het bij dit soort initiatieven toch zelden tot realisatie. Wat dat betreft is de prijsvraag die in 1999 door de BNA kring Midden Brabant en de gemeente Tilburg ter gelegenheid van de Dag van de Architectuur is uitgeschreven een gunstige uitzondering.

Op de locatie in de wijk Groenewoud stond een kerk die door het teruglopende kerkbezoek te groot was geworden voor de parochie. De kerk had met zijn centrale ligging echter een belangrijke sociale functie in de wijk. De prijsvraagopgave voor nieuwbouw was dan ook om naast een 50-tal appartementen, tevens een wijkcentrum, een bibliotheek en een kleinere kerkruimte te realiseren. Door deze toegevoegde functies is de locatie als belangrijke sociale spil gehandhaafd. De contouren van de kerk en de aangrenzende pastorie vormden de bebouwingsenvelop waarbinnen het programma gerealiseerd moest worden.

Jeroen Wouters en Menno van der Woude vormden als direct gevolg van het winnen van de prijsvraag in 2000 het architectenburo JMW. Om tot uitvoering te komen is een samenwerking aangegaan met Luijten smeulders architecten. Het ontwerp, dat onder het motto 'No-nonsense' was ingezonden, bestaat uit een transparant blok dat in hoogte oploopt van drie tot vijf bouwlagen. De kop van het gebouw vormt de wand van een driehoekig plein. Het wijkcentrum, bibliotheek en kerk bevinden zich op de begane grond, samen met een vijftal woningen die vanaf een galerij worden ontsloten. Parkeren gebeurt geheel ondergronds. Op de verdiepingen worden de woningen voor een deel ontsloten door een binnencorridor waar licht binnendringt door middel van daklichten en vides.

De architectuur van het prijsvraagontwerp suggereerde een vormgeving met een hoge mate van transparantie. De jury was indertijd vooral te spreken over de hoofdopzet en de no-nonse architectuur: 'een beeld dat door een prikkelend maar niet te zwaar contrast toch voldoende harmonieert met de bestaande omgeving. De twee blokken worden aan elkaar gekoppeld door gemeenschappelijke ruimten die van wezenlijk belang zijn voor de gebruikskwaliteit van het gebouw.'

'De suggestie van transparantie en koppeling, die kwetsbaar is en slechts gebaseerd op beeldvorming, zal in de verdere uitwerking van het ontwerp moeten worden waargemaakt' voegde de jury daar nog als waarschuwing aan toe.

JMW heeft bij een vrijwel gelijkblijvende hoofdopzet daarom vooral gewerkt aan een goed doorwerkte en gedetailleerde, minimale materialisering. Het betonnen skelet is bekleed met aluminium puien en verdiepingshoog afgewerkt met aluminium zetwerkranden. Door dit strenge raster van aluminium stroken is de gerealiseerde gevel minder informeel en eenduidig transparant als het prijsvraagontwerp. Volgens de ontwerpers geeft deze abstracte geveluitwerking aan de bewoners echter de ruimte voor een eigen gevelinvulling. 'Ruim een half jaar na oplevering van het gebouw blijken de bewoners ieder op hun eigen manier aansluiting te hebben gezocht bij de minimalistische architectuur van de gevel. waarmee het project als geslaagd kan worden beschouwd.'.