Recensie —

De Nederlandse architectuurgeschiedenis in een notendop

Marina van den Bergen

Het NAi heeft na zeven jaar een nieuwe vaste opstelling ‘GeWoon architectuur. Woonomgevingen uit de collectie NAi’, een tentoonstelling over anderhalve eeuw stedenbouwkundige opvattingen over wonen.

GeWoon architectuur is de opvolger van Twee Eeuwen Architectuur in Nederland dat een overzicht gaf van de hoogtepunten van de Nederlandse bouwkunst. Na de hoogtepunten nu dus aandacht voor 'gewone' architectuur die van de volkshuisvesting. Deze keuze is te rechtvaardigen, Nederland bezit immers een goede reputatie op het gebied van woningbouw en woonomgeving, en het is mogelijk om de vaderlandse architectuurgeschiedenis te vertellen aan de hand van tot de verbeelding sprekende voorbeelden. En passant komen door de projectkeuze ook bepaalde (maatschappelijke) vraagstukken aan bod die in de tijd speelden zoals de katholieke emancipatiebeweging aan het einde van de 19e eeuw, de opkomst van de verzorgingsstaat aan het begin van de vorige eeuw, en de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

Met de Vondelstaat in Amsterdam wordt het verhaal verteld over de periode 1862-1882. In deze tijd waren er talrijke initiatieven van de gegoede burgerij om aan de randen van de stad nieuwe ruim opgezette woonwijken voor zichzelf te bouwen. Overbevolking en de daardoor toegenomen kans op besmettelijke ziekten maakten de binnensteden voor hen onleefbaar. Het slechten van de stadsmuren bood de mogelijkheid om in de nabijheid van de stad een prettige woonomgeving te realiseren. De Vondelstraat Oase in een steenwoestijn gaat over één van deze initiatieven van stadsverfraaiing zoals dat toen heette. Architect P.J.H. Cuypers (van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station) ontwikkelde als projectontwikkelaar de Vondelstraat, een straat nabij het toen in aanleg zijnde Vondelpark, en ontwierp zelf de villa's, vrijstaande woningen met ieder een eigen architectuur.  Op de tentoonstelling zijn niet alleen veel geveltekeningen te zien waaronder die van het Bierhuis Vondel voor G.A. Heineken, maar ook mallen voor muurdecoraties en foto's van meubels die Cuypers had ontworpen voor zijn eigen woonhuis aan de Vondelstraat.

1 schetsen van M. de Klerk voor P.L. Takstraat e.o Amsterdam
2 Voorbereidend onderzoek Pendrecht door dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw Rotterdam ca. 1948

De deeltentoonstelling over het Plan Zuid van Berlage met als titel Woningbouw als gemeenschapkunst illustreert de opkomst van de verzorgingsstaat. Met tekeningen, schetsen, foto's en correspondentie wordt zowel het verhaal verteld over het ontstaan van de woningbouwverengingen, de woningwet en de oprichting van de welstandcommissie, als die van een geheel eigen architectuurstroming, de Amsterdamse School. De vormstudies die voorafgingen aan de uiteindelijke ontwerpen, zoals de schetsjes die J. Roodenburg maakte met gevelvarianten voor de etagewoningen aan de Minervalaan en het kleimodel voor de Bronckhorststraat, tonen de ontstaansgeschiedenis van deze oer-Hollandse bouwstijl.

Pendrecht. De wijk als sociaal laboratorium handelt over het idee van de maakbare samenleving, de wijk-buurt structuur, het modernisme. Te zien zijn de originele panelen die J. Bakema gebruikte voor de presentatie van Pendrecht op het achtste CIAM congres in Hoddesdon. Op deze panelen staat onder meer aangegeven hoe men verwacht dat het centrum van de wijk overdag gebruikt zal worden, 's avonds, en op zondagen. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving komt ook tot uitdrukking op de foto's van modelwoningen ingericht door Goed Wonen, de voorloper van de huidige woonmagazines en -programma's, met dit verschil dat de modelwoningen, toen vooral een opvoedkundig doel hadden.

Liberalisme en individualisme komen aan bod in Almere Lifestyles in de polder: de woonerven in Almere Haven, De Realiteit (Wild Wonen in een vroege vorm), de stijgende populariteit van de koopwoning die tot uitdrukking komt door een grotere diversiteit aan architectuur.

De tentoonstelling GeWoon Architectuur eindigt met De toekomt in Plannen 1918 – heden met onder meer de studie van J. London uit 1918 naar een ideale stad, geïnspireerd op F. van Eedens socialistisch-utopische stadsideaal. Een stad als overzichtelijke en te ordenen entiteit, in dit geval een koepelcomplex dat alle stedelijke functies moest herbergen, zoals woningen, een concertgebouw, scholen en zelfs fabrieken.

1 Groenstructuur Almere, A. Hosper 1975-1967
2 Lichtstad, Heilige Stad met Dom der Broederschap, J. London 1918

GeWoon Architectuur is een interessante introductie tot de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Ondanks de geraffineerde wijze waarop met mooi materiaal het verhaal over ruim anderhalve eeuw woonomgevingen wordt verteld, hebben de tentoonstellingsamenstellers niet kunnen voorkomen dat de expositie soms minder begrijpelijk is voor de minder-ingewijden. De onderwerpskeuze 'woonomgeving' brengt bijvoorbeeld met zich mee dat er veel stedenbouwkundige plattegronden getoond worden. Met name bij de deeltentoonstelling over Pendrecht en Almere hangt er een overdaad aan tekeningen met streepjes (Pendrecht) en gekleurde vlakjes (Almere).

Een tweede probleem hangt samen met het feit dat de tentoonstelling is samengesteld uit materiaal uit de eigen NAi collectie. Dit is geen bezwaar voor de 19de en vroeg 20ste eeuw maar wordt het wel naarmate het verhaal meer over het heden gaat, vooral het deel over Almere. De vroegste tekeningen dateren uit 1973 en zijn bijna zonder uitzondering afkomstig uit het archief van landschapsarchitect Alle Hosper. Het denkproces over de nieuwe polynucleaire stad, zo kenmerkend voor Almere en waarmee men in 1969 het ontwerpproces begon, wordt hierdoor genegeerd. Het materiaal over Almere is wel aangevuld met materiaal uit de collectie Casla/Almere, maar dit voorkomt niet dat dit deel van de tentoonstelling mager afsteekt tegen de rijkdom aan materiaal waarmee het verhaal over Amsterdam Zuid wordt verteld.

Een ander zwak punt vormt de tentoonstellingsinrichting door 51N4E. Materiaal vanaf de nok tot op scheenbeenhoogte hangen ziet er grafisch misschien aardig uit, publieksvriendelijk is het niet. Ook niet publieksvriendelijk is de plaatsing van de Engelstalige introductieteksten aan het einde van de deeltentoonstellingen.

Ondanks deze minpuntjes is GeWoon Architectuur een bezoek waard. Aardig is dat vaste opstelling geregeld zal worden uitgebreid met zogenaamde interventietentoonstellingen. De eerste interventietentoonstelling is Nederland bouwt in baksteen, de controversiële expositie die in 1941 in het museum Boijmans van Beuningen werd getoond. Controversieel, omdat de tentoonstelling de modernistische architectuur negeerde en een eigentijdse baksteenarchitectuur propageerde door ze in de context te plaatsen van de nationale architectuurtraditie; dat allemaal in 1941, in het plat gebombardeerde centrum van Rotterdam. Veel is – vooral later – over deze expositie geschreven, nu is er de kans om ze zelf te aanschouwen.