Recensie —

De culturele waardebepaling van een netwerk

Marina van den Bergen

Een netwerk dat niet meer functioneert, kan je daar nog wat mee? Moet je daar nog iets mee willen? Vragen die de expositie ‘Sternet – cultureel erfgoed op het Spoor’ in het NAi oproept.

De doelstelling van PTT Post was ambitieus: een brief waar ook gepost in Nederland moest de volgende dag waar ook in Nederland bezorgd worden. Om dit mogelijk te maken werd in 1971 begonnen met de modernisering van de postdistributie, dit leidde onder meer tot de invoering van de postcode in 1977. De postcode maakte een geautomatiseerde postsortering en distributie mogelijk. Er werden expeditieknooppunten (EKP's) opgericht, grote bedrijfshallen gelegen aan het spoor. In totaal kwamen er 12 expeditieknooppunten verdeeld over heel Nederland, tezamen vormden zij het Sternet.

Op de EKP's van Amsterdam, Rotterdam en Zwolle na, waar bestaande PTT-gebouwen werden opgewaardeerd, verrezen tussen 1978 en 1987 negen nieuwe expeditiecentra. PTT Post hechtte niet alleen veel waarde aan de vormgeving van haar producten, ook de werkplek moest een prettige en plezierige omgeving zijn. De directie had daarom bepaald dat 1% van de bouwsom werd besteed aan de aankoop van kunst, deze werken werden veelal in opdracht en voor een specifieke locatie vervaardigd.

Zeven jaar nadat de laatste EKP's in gebruik werden genomen, besloot het toen inmiddels geprivatiseerde staatsbedrijf het contact met de Nederlandse Spoorwegen (inmiddels ook een geprivatiseerd staatsbedrijf) op te zeggen. Dit betekende het einde van het Sternet, nieuwe expeditiecentra werden aan de randen van de stad neergezet nabij autosnelwegen. De twaalf EKP's verloren hun functie, enkele werden gesloopt, andere kwamen leeg te staan of kregen een (tijdelijke) nieuwe functie. Hun toekomst zal worden bepaald door economische waarden, voor een eventuele monumentenstatus zijn ze te jong.

Het Nederlands Architectuurinstituut en SKOR (Stichting Kunst in de Openbare Ruimte) vroegen zich af of de culturele betekenis van het Sternet misschien een toekomstwaarde heeft – hiermee indirect een debat over de culturele betekenis en de waarde van architectuur uit de jaren 1970 en 1980 startend. Drie kunstenaars en drie architecten werden uitgenodigd om onderzoek te verrichten naar de waarde van het Sternet op het niveau van het netwerk zelf, alsmede op het niveau van de stad en het gebouw. Hen werd gevraagd op basis van hun bevinden een visie te geven op een eventuele herbestemming van het Sternet. De uitkomsten van de onderzoeken en de voorstellen zijn nu in het NAi te zien.

De kwaliteit van de bijdragen is wisselend en met name de weinig creatieve bijdragen van de architecten stellen teleur. In hun uitwerkingen draait het om de kernwoorden: herbestemming, diversiteit, multifunctioneel en functiemening. Het fraai gepresenteerde voorstel van United Architects, waaraan volgens de credits 21 mensen hebben meegewerkt,  blinkt uit in fantasieloosheid. Zij willen het Sternet nieuw leven in blazen door twaalf hoge gebouwen op de locaties van de voormalige EKP's neer te zetten. Door hun plan in 2020 te plaatsen geven zij aan te verwachten dat de EKP's om economische redenen gesloopt zullen worden en geen culturele waarden hebben. Onbeantwoord blijft de vraag waarom juist het Sternet het waard is om behouden te blijven, en hoe twaalf woontorens een netwerk kunnen vormen.

De bijdragen van kunstenaars Barbara Visser en Sean Snyder gaan juist wel in op de waarde en mogelijke betekenis van het Sternet voor de toekomst. Snyder vroeg zich af waarom men gebouwen zou willen behouden die niet meer functioneren en waarvan de architectonische waarde twijfelachtig is. En daarop volgend: in welke mate kan architectuurbehoud gebaseerd zijn op een netwerkconcept als het Sternet, een uiting van maatschappelijke, humanitaire en technische samenwerking? Hij vergeleek het Sternet met het station en distributiecentrum van Skopje (Macedonië). Na een verwoestende aardbeving in 1963 begon men aan de wederopbouw van deze stad. Architecten en stedenbouwers uit binnen- en buitenland werkten samen aan een nieuw Skopje. Kenzo Tange tekende het stedenbouwkundig plan en ontwierp een treinstation met postdistributiecentrum. In Skopje was het optimisme groot, men was er van overtuigd dat treinen vol post dagelijks zouden arriveren. Niets was minder waar. Tot op de dag van vandaag stopt er slecht een enkele posttrein. Vanwege deze dagelijkse, zij het minimale, aanvoer zijn beide nog in bedrijf. Maar wanneer de gebouwen niet meer functioneren, zal er in Skopje dan net zo gesproken worden over het in stand houden van het complex als men nu in Nederland spreekt over het in standhouden van het Sternet? Snyder denkt van niet, economische overwegingen zullen bepalend zijn, nadenken over het behoudt van gebouwen is iets voor een welvaartsstaat. Wie kan zich anders veroorloven om niet functioneerde gebouwen die ook niet geschikt zijn voor herbestemming te behouden voor het in standhouden van zoiets abstracts als een netwerk?

Barbara Visser schreef een brief aan de 29 architecten en kunstenaars die destijds betrokken waren bij de realisatie van een of meerdere EKP's. Aan hen vroeg zij de opgave van toen opnieuw te beschouwen. Doel was te kijken wat een mogelijk volgend stadium van het afgeschreven kunstwerk of gebouw zou kunnen zijn. De antwoorden die Visser ontving zijn te lezen op de tentoonstelling. Opmerkelijk is hoe berustend de meeste betrokkenen zijn; verandering of vernietiging van hun werk lijkt hen weinig te deren. Of zoals kunstenaar Eugène Terwindt het verwoordt: 'In deze periode ben ik té zeer geëngageerd met mijn huidige obsessies om me de gereconstrueerde obsessie van toen op de hals te halen. Dus me de EKP opnieuw voor te stellen en op het heden van toepassing te verklaren staat te ver weg'.

Vanaf het moment dat de treinen niet meer de EKP's aandeden is het Sternet opgehouden te bestaan. Zelfs het fysieke bewijs van het netwerk is er niet meer nu een aantal EKP's zijn afgebroken. In plaats van een geforceerde conservering van gebouwen door ze een nieuwe bestemming te geven als multifunctioneel-woon-werk-winkel-centrum of door het netwerk op een andere wijze vorm te geven zoals United Architects voorstelt is het misschien zinvoller om het Sternet in al zijn facetten uitputtend te documenteren. Achterhaalde visies laten zich nu eenmaal moeilijk conserveren in onzichtbare netwerken en architectonisch oninteressante gebouwen.