Feature —

Ontwerpen volgens Cruz en Ortiz

Vladimir Stissi

Onlangs had ik een unieke ervaring: bij een lezing van een architect kon ik niets anders denken dan ‘het leven is simpel’. Zo helder en eenvoudig waren het verhaal en de boodschap van Antonio Ortiz (van Cruz en Ortiz) in zijn ‘Midsummernight lecture’ aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Voorwaar een bijzondere presentatie voor een pratende architect. Maar is architectuur eigenlijk wel zo simpel?

De eenvoud begon al bij de structuur van het betoog, een verhaal over drie projecten: de nieuwe bibliotheek Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA), de recente uitbreiding van het treinstation van Bazel, en het Nieuwe Rijksmuseum. Deze projecten hebben natuurlijk één essentieel ding gemeen: het zijn uitbreidingen en transformaties van bestaande gebouwen, radikale veranderingen waarmee de oude monumenten weer aan de eisen van de huidige tijd kunnen voldoen. Die ene rode draad bond een verhaal samen dat eigenlijk uit niet meer bestond dan drie tamelijk basale, mooi geïllustreerde beschrijvingen van gebouwen.

De UvA-bibliotheek is vooral bijzonder door zijn lokatie, aan de rand van het terrein van het oude Binnengasthuis, dat al eeuwenlang een enclave in de oude binnenstad van Amsterdam vormt. De meervoudige opdracht vroeg om zoveel mogelijk van de twee bestaande gebouwen ter plaatse te sparen. Cruz en Ortiz hebben ervoor gekozen om het ‘zusterhuis’ aan de buitenkant van het terrein (in de Nieuwe Doelenstraat) goeddeels te laten staan, en de ‘theaterschool’ (een oude kliniek eigenlijk) aan de binnenkant, te vervangen door nieuwbouw. De motivatie voor die keuze is, hoe kan het anders, uiterst simpel: de buitenschil van het oude Binnengasthuis is nog geheel intact, aan de binnenkant staat al veel nieuwbouw, dus daar kan nog wel wat bij. Wel hebben Cruz en Ortiz hun best gedaan de forse nieuwbouw kleiner te maken door insnijdingen in de gevels en een dak dat schuin afloopt naar de hoogte van de belendingen. Het gebouw vouwt zich zo als het ware om zijn interieur, waarvan wel veel getoond werd, maar waarover helaas niet veel verteld werd. Juist de opvallende contrasten tussen de frommelig gevormde maar regelmatig ingedeelde huid, de strak geordende plattegronden en de wervelende monumentale trap die de verdiepingen ontsluit intrigeren en zijn niet simpel.

Eén tipje van de sluier werd wel opgelicht: de overgang van oud naar nieuw. Ortiz vindt het maar onzin om de overgang te benadrukken door contrasten in materiaal en vorm, of door een neutrale, lege tussenzone. Nadrukkelijke, kunstmatige grenzen tussen oud en nieuw zijn volgens hem maar overbodige retoriek, architectuur die vertelt in plaats van is. In plaats daarvan kunnen oud en nieuw beter vloeiend (maar daarom niet per se geruisloos) in elkaar overgaan. In het bibliotheekgebouw grijpen de oudbouw en de nieuwbouw daarom vooral in elkaar via de oude raamopeningen en trappenhuizen; de doorgangen zijn extra herkenbaar omdat de (dubbele, holle) wanden er heel dik zijn, zodat er als vanzelf een overgangszone ontstaat. Eventjes grepen theorie en praktijk in elkaar, en kreeg Ortiz’ verhaal wat meer diepgang.

Rijksmuseum Amsterdam

En in het Rijksmuseum trouwens ook. Het basisprobleem van het gebouw was en is volgens Ortiz dat het tegelijk klassiek museum en stadspoort is. Op zich geen nieuwe observatie, maar door juist dat minimale gegeven als uitgangspunt voor hun project te nemen, hebben Cruz en Ortiz ook een heldere oplossing kunnen vinden – weer in een paar schetsjes als je hun al vaak vertelde verhaal moet geloven. De ingang wordt een trap naar beneden in de onderdoorgang, en de weer opengemaakte binnenhoven worden samen één ontvangsthal, dankzij een verbinding onder de onderdoorgang door. Door het klassieke, symmetrische museum gewoon één verdieping lager te laten beginnen is de stadspoort door het gebouw geen blokkade meer, maar doorgang en ingang. Na het Louvre misschien niet helemaal origineel, maar in zijn uitwerking wel geniaal eenvoudig.

Uiteraard zijn er nog wel wat restproblemen, maar daar ging Ortiz wat vlot overeen. Vooral de plaatsing van een nieuwe depottoren in de tuin, achter de directeursvilla en de tekenschool, zorgde voor schrik in de zaal, ook al was die meer gevuld met architectuurstudenten dan met monumentenzorgers. Hier wreekte zich de soms toch wat eenzijdige zoektocht naar eenvoudige logistieke oplossingen waar Cruz en Ortiz zo van houden. De toren is slank, staat functioneel strategisch en visueel zo verborgen mogelijk, maar hij staat er wel, en dat probleem leek Ortiz niet te zien. Afkeer van verhalende contrasten lijkt ook hier tot een soort onverschilligheid voor relaties geleid te hebben. Een andere merkwaardige blinde vlek is de ruimtevullende (maar wel ijle) metaalconstructie die Cruz en Ortiz in de binnenhoven willen gaan hangen. Ortiz benadrukte een aantal keren het belang daarvan voor de ruimtelijke eenheid van de ingangshal, die volgens hem zoveel mogelijk één doorlopende hoogte moet hebben. Daar zit zeker wat in, maar is het het waard om daaraan de magnifieke monumentale ruimtewerking van de glaskappen van de hoven op te offeren? Soms is architectuur misschien niet zo simpel…

Station Bazel

Maar we moesten door naar Bazel. Eigenlijk een project van niks: een te smalle onderdoorgang onder de sporen van het centraal station moest vervangen door een grotere loopbrug met winkels die voorbij het spoor eindigt in een warenhuis. Het geheel begint in de hal van het oude station (een monument) en loopt pal voor de oude kappen langs. Oud en nieuw staan zo bijna helemaal naast elkaar: volgens Ortiz weer een mooi voorbeeld van een onnadrukkelijke mix, maar de twee lijken elkaar eerder te negeren. De plattegrond van de nieuwe stationsbrug, een lineair gebouw met wat kleine accenten in de route, is daarbij volstrekt voorspelbaar; dé gimmick van het gebouw is het wapperende dak dat in elegante, onregelmatige rondingen over de sporen lijkt te waaien. En juist daarover had Ortiz niet meer te melden dan zijn eerste schetsje. Heeft pure vorm geen toelichting nodig? Is architectuur echt zo simpel? Hier blijkbaar wel.