Opinie —

Verborgen agenda’s

Florian Boer

Inzending team Blauraum, -scape en Topotek 1

De prijsvraag was uitgeschreven door de stad Hamburg in samenwerking met de H.V.V. (openbaar vervoersmaatschappij van Hamburg) en het stadsdeel Barmbek. Na een openbare inschrijving selecteerde een jury elf teams die in de tweede fase tegen een kleine vergoeding hun ontwerp uitwerkten. De ontwerpen werden beoordeeld door een jury bestaande uit vakspecialisten en ambtenaren die werd voorgezeten door de Hamburgse Stadsbouwmeester.

Voor ons team was de tweede prijs een heugelijke, maar ook enigszins frustrerende uitslag. Wij hebben ons met onze Duitse collega's gebogen over de uitslag en ik denk dat er lessen geleerd kunnen worden uit de keuze van prijswinnaars en de gevolgde procedure. Het lijkt zinvol hierbij stil te staan aangezien ontwerpers zich geregeld enthousiast storten op de vele prijsvragen die worden uitgeschreven. Prijsvragen waarbij het niet altijd duidelijk is wat de gehanteerde criteria zijn en welke vervolgstappen er worden gegarandeerd. Een redelijke opbrengst voor alle gespendeerde energie is uiterst onzeker, zelfs als er wordt gewonnen.

De prijsvraag voor het OV-knooppunt Barmbek stond open voor multidisciplinaire teams waarin de disciplines stedenbouw, architectuur, landschapsarchitectuur en verkeerskunde vertegenwoordigd waren. Het prijsvraaggebied betrof een wederopbouwlocatie in het Noorden van Hamburg, rond een overstappunt tussen metro (U- en S-bahn) en bussen. De OV-knoop (in reizigersaantallen de derde van Hamburg) manifesteert zich momenteel als een grondlichaam van 8 meter hoog dat het omliggend gebied in tweeën deelt. Een barrière die enigszins verzacht zal worden door de tweede voetgangerstunnel die wordt aangelegd ter ontsluiting van de metro. De belangrijkste wijziging is de herstructurering van het busstation dat momenteel aan de noordzijde van het grondlichaam ligt. Verder bevindt zich aan de noordzijde een pretentieloze, maar redelijk succesvolle winkelstraat en het warenhuis Karstadt (een grote Duitse keten vergelijkbaar met V&D). Het zuidelijk gebied is sterk in ontwikkeling, industrieel erfgoed wordt geschikt gemaakt voor een museum, werkgebouwen en kantoren.

De uitschrijvers van de prijsvraag vroegen ideeën voor het busstation, een oplossing van het verkeersvraagstuk, een betere verbinding van noord- en zuidzijde, en een inrichtingsvoorstel voor de openbare ruimte. Twee suggesties werden reeds gegeven: een vlakverdeling van pleinen met de nadruk op een marktplein ten noorden van het grondlichaam en een nieuwe organisatie van de bussen rondom het grondlichaam. Beide voorstellen waren opmerkelijk. Ten eerste omdat het een ideeënwedstrijd betrof en hier randvoorwaarden werden geschetst die de stedenbouwkundige speelruimte beperkten tot een architectonisch niveau. Ten tweede omdat de voorstellen  inhoudelijk strijdig waren met de aanwezige potenties van de locatie. Het meest kansrijke gebied is namelijk aan de zuidzijde gelegen en bovendien bevordert de voorgestelde verkeerskundige busorganisatie het introverte karakter van het OV-knooppunt doordat het als een autonoom eiland functioneert in zijn omgeving. Deze oplossingen zouden de relatie met de omgeving eerder verslechteren dan verbeteren.

Ons team besloot beide voorstellen te pareren. We positioneerden de belangrijkste openbare ruimte aan de zuidzijde, bebouwden de noordzijde en versterkten de verbinding door een reorganisatie van het busstation. Alle aankomstverkeer aan de noordzijde (goed aangesloten op metro en met short-cut naar woongebied), al het vertrekkend verkeer aan de zuidzijde, direct aan het plein gelegen. De filosofie was eenvoudig: plein en wachtende reizigers combineren is een goed potentieel voor programma op een locatie die direct aan de winkelstraat ligt en die op deze wijze onder het spoor wordt doorgetrokken. Onze – wellichte typische Nederlandse – ongehoorzaamheid was in dit geval minder risicovol, omdat er een interessant wedstrijdtraject was uitgezet. Na een plenaire startsessie vond een individuele tussenbespreking met de voltallige jury plaats. Ons idee kon zo voor de uiteindelijke presentatie getoetst worden en zonodig bijgesteld en aangescherpt worden. Het minimaliseren van de openbare ruimte in één zuidelijk plein werd gewaardeerd. Ook onze plannen om de busorganisatie drastisch om te gooien naar één vertrek en één aankomstkant, werd haalbaar geacht en als verrassend en verfrissend ervaren. Hierna kon het brutale concept met een Duitse gründlichkeit worden uitgewerkt (het is een cliché en het is waar). Een interessant leeraspect van deze samenwerking was het wederzijds respect en begrip dat wordt verkregen als in een project beide kwaliteiten (want dat zijn het) worden uitgewerkt.

De wedstrijdprocedure zelf was voor Nederlandse begrippen opmerkelijk. In Duitsland is het gebruikelijk om bij zowel ideeën- als realisatieprijsvragen een strikt protocol te volgen. Het gevraagde detailniveau van een realisatieprijsvraag is groot, want uitvoering van het winnende plan is verplicht. Voor een ideeënprijsvraag is dit niet het geval, er bestaat ook geen verplichting tot verdere samenwerking met de winnaars. In dit geval leek het gevraagde detailniveau van deze ideeënprijsvraag verdacht veel richting realisatietoets te gaan, met name de vraag om de financiële consequenties te doorzien.

Het werd ons duidelijk dat de wens om het vervoersbedrijf dat het busstation wil verbouwen 'binnen de boot' te houden, aanleiding was om de realisatieverplichting te schrappen middels het uitschrijven van een ideeënprijsvraag. Wat wij hebben onderschat is dat er geen extra nadruk kwam op het leveren van ideeën die het gebied op een andere – wellicht vruchtbaardere – manier bekijken. Want uiteindelijk bleek in de eindbeoordeling de druk om het verkeersontwerp snel te kunnen aanpassen aan de wensen van de vervoersmaatschappij – en de financiële haalbaarheid daarvan – de doorslag te geven.

Dit vermoeden werd deels bevestigd door het telefoontje dat we na afloop van de persconferentie van een vakjurylid kregen, met de verontschuldiging dat wij hadden moet winnen.

Waarom nu deze drukte? Omdat dit de zoveelste prijsvraag is waarbij het label ideeëncompetitie wordt misbruikt om zoveel mogelijk ontwerpenergie te mobiliseren, terwijl de uiteindelijke oplossingrichting al vaststaat. Het hoofddoel is om verschillende betrokken partijen achter een gezamenlijk compromisvoorstel te krijgen. Op zich een legitiem doel, maar een valse inzet van middelen. Het lijkt me duidelijk dat voor het bereiken van consensus een betaalde opdracht moet worden verstrekt en, als er keuzebehoefte bestaat, aan meerdere ontwerpers. Een ideeënprijsvraag is daarentegen een inventarisatie van mogelijkheden waarbij het vakinhoudelijk sterkste voorstel met de eer gaat strijken, verdere uitwerking is ten slotte geen verplichting.

Wellicht hadden we de schijn van hogere ambities eerder moeten doorzien. De eagerness van ontwerpers wint het meestal van een kritische weging van opgaven en achterliggende motieven. Tegelijk is het, zelfs met een lokaal samenwerkingsverband, vaak erg moeilijk om dergelijke opzetten te doorzien. Wat vooralsnog rest, is het verslag doen van ervaringen en de hoop te uiten nog vele andere ervaringen te mogen lezen zodat zowel deelnemers als juryleden in de toekomst een afgewogen keuze kunnen maken waar ze hun energie in investeren.