Recensie —

Collecting the City

Wilfried Hou Je Bek

Het Amsterdamse 66 East nodigde zeven architecten en kunstenaars uit om een bijdrage te leveren aan het thema ‘verzamelen van steden’ en daarmee de onzichtbare structuren binnen de stad zichtbaar te maken.

Het verzamelen van objecten gaat vaak aan de verwetenschappelijking van een gebied van kennis vooraf. Daarom is het vermakelijk dat expositieruimte 66 East, die zich nadrukkelijk in de ruimte tussen kunst en architectuur begeeft, verzamelen tot thema van een expositie heeft gekozen. Tenslotte, kunst is allesbehalve wetenschap en daar komt nog eens bij dat kunst traditioneel bestaat bij de gratie van verzamelaars. Architectuur aan de andere kant is zowel schatplichtig aan de wetenschap als aan de kunst, maar is toch iets heel anders.

Verzamelen dus, maar wat betekend het om de stad te verzamelen? Het probleem dat de wetenschap heeft met verzamelaars is dat zij alleen oog hebben voor het verfraaien van de collectie en dus vooral op zoek zijn naar het buitensporige. Freak-objecten geven echter weinig inzicht in het werkelijke karakter van het verzamelde. Daarbij laat de verzamelaar het na toetsbare, want voorspellende, hypotheses op te stellen. Niet dat dit nu per se allemaal van groot belang is voor het begrijpen van een expositie als 'Collecting the City', maar de geldigheid van artistiek onderzoek naar steden is wel degelijk relevant nu dit soort onderzoek zich in een grote interesse van grote bouwkundige partners mag verheugen.

Deze expositie bestaat uit zeven werken rond het thema verzamelen van steden. Drie daarvan zijn verzamelingen van foto's van architectuur. EN Architecten toont foto's van hoeken van Amsterdamse huizen kleiner dan 90 graden. Stefanie Bünkle exposeert een kleine selectie uit een collectie 'Venezia' ijssalons in Duitse steden. De installatie van Publicplan, een soort website met hyperlinks van wol, combineert een verzameling foto's van kiosken uit een groot aantal Oost-Europese landen met allerlei aanvullende gegevens en hun positie op de kaart. Verzamelaars hadden altijd veel succes met rariteitenkabinetten en ook in 66 East ontbreekt deze niet, de IJslandse Helga Oskarsdottir exposeert een verzameling van 36 minuscule, als zeldzame vlinders opgespelde, gevonden voorwerpen van diverse mate van obscuriteit. Sera Koolmees, in de beste (Amsterdamse) conceptuele kunst traditie van Stanley Brouwn is thans druk bezig met het verzamelen van gegevens van bezoekers aan de hand waarmee de kunstenaar op zoek kan gaan naar het onbestemde element in de stedelijke massa's. De resultaten hiervan zullen later aan de expositie worden toegevoegd.

Twee minder makkelijk samen te vatten werken, zijn ook de meest architectonische van het stel. Anders Munck nam foto's van publieke ruimtes in een Deense voorstad en bewerkte deze in een aantal, groot formaat, zwart-wit lijn tekeningen. Deze zijn door hun perspectiefloze geometrie zo plat dat soms de herkenbaarheid van de originele objecten aan de horizon verdwijnt. Nog hermetischer is de ruimte die B.A Ephemera vult met een juxtapositie van Tel Aviv en Manhatten waarvan de plattegronden op 100 punten verbonden zijn met 100 potentiële gebouwen. Deze gebouwen zijn samengesteld uit een soort periodieke tafel van vormen die op hun beurt weer ontleend zijn aan, tevens gedocumenteerde, non-architectuur als een bouwkeet.

In deze context is de verzameling een soort vormenleer in de meest letterlijke zin van het woord. Een verzameling als afbakening van de mogelijkheden, een encyclopedie waaruit de grenzen van het haalbare kan worden afgelezen en waarmee het unieke langs de meetlat van het algemene kan worden gelegd. Daarnaast, en dat is een suggestie van East 66 zelf, is het verzamelen ook een manier om onderdelen van hun context te bevrijden waardoor deze wellicht iets anders gaan betekenen, hetzij door elders gebruikt te worden hetzij door bij herplaatsing een nieuwe betekenis aan te nemen. Het thema van het verzamelen van een stad is ook op te vatten als een slang die in zijn eigen staart bijt. Volgens Lewis Mumford, via zijn nu enigszins bizar lijkende logica, vestigden mensen zich ooit permanent op een plaats omdat hun drang tot bewaren zulke massale proporties had aangenomen dat het nomaden bestaan praktisch ondoenlijk werd. Steden zelf zijn het onbedoelde bijeffect van onze drang tot verzamelen.