Feature —

De duurzaamheid van Kunst en Architectuur

Piet Vollaard

Hoewel er nog lang geen definitief plan voor het Rotterdamse Centraal Station is gemaakt, zijn de sloopwerkzaamheden alvast begonnen. Eerste slachtoffers: het eerste gerealiseerde Rotterdamse gebouw van OMA en de linkervleugel van het station van Van Ravesteyn, mét kunstwerk.

Een belangrijk werk is het openbaar vervoergebouwtje voor het station niet, maar het is wel het eerste ontwerp dat OMA in Rotterdam realiseerde. De op schuine poten geplaatste, doorzakkende roze driehoek (later, in het jaar dat Rotterdam Culturele Hoofdstad was, 'Rotterdam-groen' geschilderd) kreeg al snel een koosnaampje; de Salontafel, en behoorde daarmee tot het collectieve geheugen van de Rotterdammers (voor de volledigheid: ook de  naam Kroepoek is om minder verklaarbare redenen gangbaar.) Niet dat het nu zo geliefd, was, maar toen deze week zo maar opeens de sloophamer op het betonnen dak werd losgelaten, werd daar toch wel even van opgekeken.

De 'salontafel' is in 1987 opgeleverd. Het ontwerp dat vergezeld ging met nieuwe perrons voor de tram en een klein gebouwtje voor RET-medewerkers, had constructief nogal wat voeten in de aarde. Bouwtechnische amateurs als de bureaumedewerkers van OMA toen nog waren, had men gedacht net zo'n mooie, 10 centimeter dunne betonschaal te kunnen maken als de briljante Spaanse/Mexicaanse architect/ingenieur Felix Candela. Ondanks de nette kettinglijn van het doorgehangen dak (een stalen netje met wat beton er op en er onder had genoeg moeten zijn) zag de afdeling constructie van de gemeente dat anders. Dat moest dikker, en dus zwaarder, en dus meer staal, en daardoor meer beton om tenslotte te eindigen in een 20 centimeter dikke plaat, waarbij de verhouding staal/beton ongeveer 50/50 is geworden. Dat laatste is tijdens de sloop weer mooi te zien. De vraag hoe Candela dat ooit had geflikt blijft onbeantwoord.

1. Gesloopte linkerpoort NS Station
2. Gered ‘kunstwerk’

Tegelijk met het busstation is de linkerpoort van het stationsgebouw van Van Ravesteyn gesloopt. Het is natuurlijk veel te laat om nog te treuren over de teloorgang van een van Van Ravesteyns laatste stationsgebouwen. De eigen architectonische historie interesseert de NS nog steeds niets, dus zat het er niet in dat een van de na-oorlogse stations hoogtepunten behouden zou kunnen blijven. Het station zelf is helemaal niet te klein voor de reizigersfuncties (alleen de tunnel naar de sporen heeft af en toe fileverschijnselen), maar ja, tegenwoordig hoort een station allereerst een shopping-mall te zijn en helemaal geen snelle en efficiënte reizigers machine.

Hoe het ook zij, het station gaat er aan en als eerste was de linkerpoort aan de beurt. De poorten links en rechts van het stationsgebouw zijn – net als de nepverdiepingen in de gevel – aan het ontwerp toegevoegd om het betrekkelijke kleine programma nog wat body te geven. De poort is gesloopt, maar het kunstwerk dat er op stond niet. En dat is op z'n minst ironisch. De twee betonnen kunstwerken op de poorten zijn, zo gaat het verhaal, door tekenaar Baas op het bureau van Van Ravesteyn als snelle schetsjes op de bouwtekeningen gezet. Het was de bedoeling van Van Ravesteyn om daarvoor Henry Moore te vragen. Die was, binnen het beperkte budget dat voor het station beschikbaar was, te duur en dus zijn de snelle schetsjes in beton uitgevoerd als quasi-Moore's. Niemand die het verschil opmerkte (en niemand die wist dat er tegen de muur van het nabijgelegen Bouwcentrum wel een 'echte Moore' werd gerealiseerd.)

Dat deze onbedoelde quasi-kunstwerken nu wel, en het werkelijke kunstwerk, het station zelf, niet gespaard blijft, is eens te meer een bewijs van de vluchtigheid van de architectuur en de duurzaamheid van de kunst.

reactie:

Een alerte ArchiNed correspondent meldt:

'Tijdens mijn vakantie fietste ik in Oost Duitsland langs een fantastische ruïne. Het schaaldak was dun maar nog prima intact. Dit Inselparadies bleek een ontwerp van de oostduitser Ulrich Müther te zijn. Een Oostduitse Candela. Het 1200 m2 grote dak van de wel opgeknapte teepot van Warnemünde (plaatje) is 7 cm dik.'

Kijk: 7 centimeter, het kan heus wel.