Recensie —

Het aanzien van

Marina van den Bergen

Het is crisis in de Designwereld en dat komt niet alleen door de voorgenomen opheffingen van Vivid en de Rotterdamse Designprijs. De oorzaak ligt dieper en diende zich al eerder aan, dat valt althans te concluderen uit het Jaarboek Nederlandse Vormgeving 03/04.

Bijna tachtig jaar nadat een laatste jaarboek over Nederlandse vormgeving verscheen, was het 17 oktober dan eindelijk weer zo ver: de presentatie van het Jaarboek Nederlandse Vormgeving 03/04 bij stichting Premsela in Amsterdam. Het grote verschil tussen het Jaarboek Nederlandse Vormgeving en bijvoorbeeld het Jaarboek Architectuur in Nederland of het Jaarboek Landschapsarchitectuur en Stedenbouw is dat dit jaarboek geen opsomming geeft van de beste of meest opmerkelijke vormgevingsproducten die het afgelopen jaar zijn gepresenteerd. Het jaarboek laat zich beter vergelijken met Het aanzien van…, de publicatie die jaarlijks medio januari verschijnt en een rijk geïllustreerd overzicht geeft van de meest opmerkelijke gebeurtenissen die het jaar ervoor hebben plaats gevonden. De kracht van deze al ruim veertig jarige succesformule is samengevat in de reclameslogan: Weet u het nog?

De jaarboekredactie bestaande uit Aad Krol (Vivid) en Timo de Rijk (designhistoricus), bijgestaan door een redactieraad, hebben op basis van Vivids eigen fotografie en nieuwsgaring een selectie gemaakt van lezingen, tentoonstellingen, manifestaties en productpresentaties die volgens hen van groot belang waren en zijn voor de Nederlandse vormgeving. De samenstellers laten hun geïllustreerde overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen op vormgevingsgebied in Nederland en van Nederlandse vormgeving in het buitenland beginnen en eindigen in het voorjaar. De start van een nieuw vormgevingsseizoen wordt immers bepaald door de Salone del Mobile, de beurs die ieder jaar in april in Milaan wordt gehouden. 'The weeklong event is, in the design world, the Cannes film festival, the Oscars and the Paris collections rolled into one', aldus architectuurcriticus Deyan Sudjic.

Voorafgaande aan het overzicht staan vijf essays afgedrukt. Deze stemmen niet allemaal even vrolijk. Zo stelt kunsthistoricus Frederike Huijgen dat het vormgevingsaspect bij multinational en elektronicaconcern Philips nooit een belangrijke rol heeft gespeelt in de productontwikkeling en ze verwacht ook niet dat hier op korte termijn verandering in zal komen. Als het niet door Philips komt, hoe komen we dan aan onze naam in de internationale designwereld? Volgens designcriticus Chris Reinewald is de goede naam van Nederlandse vormgeving in het buitenland vooral te danken aan Gijs Bakker en Renny Ramakers die in 1994 onder de naam Droog Design in Milaan een presentatie verzorgden met Nederlandse conceptuele vormgeving. In zijn artikel Conceptuele kriebels trekt Reinewald een heldere grens tussen wat hij de zakelijke vormgeving noemt en de veelal met overheidssubsidies ondersteunde conceptuele vormgeving; tussen de Prijzen (Nederlandse Designprijzen) en de Prijs (Designprijs Rotterdam); tussen de industriëlen en de culturelen. Door het succes van Droog Design vervreemde de conceptuele vormgeving zich steeds meer van de industrie. Tien jaar na de eerste presentatie van Droog Design is er zowaar sprake van een heuse crisis. Er wordt een symposium belegd over het onderwerp. Ontwerpster Hella Jongerius pleitte tijdens deze gelegenheid voor een terugkeer naar de vakmatige disciplines in het vormgevingsonderwijs. Reinewalt stelt dat conceptuele vormgeving steeds meer opschuift richting beeldende kunst, met als gevolg dat het deel gaat uitmaken van een ander canon met eigen eisen.

Dat de grens tussen zakelijke en conceptuele vormgeving niet altijd even strak te trekken is, blijkt uit het overzicht  dat de kern van het boek vormt. Productievormgeving is in het museum te vinden (Philippe Starck in Groningen) en wat begon als conceptuele vormgeving wordt nu in productie gemaakt (Piet Hein Eek). Het projectdeel van het boek bestaat voor een groot deel uit de registratie van events, en dus zijn er veel blije mensen op openingen te zien. Deze foto's met bijschriften maken van het jaarboek gelijktijdig een 'Who is Who in Dutch Design'. Alle projecten zijn voorzien van een korte tekst, maar hier gaat het mis met het jaarboek. Terwijl de keuze voor het beeld vrolijk eigenwijs is, gaat een groot deel van de teksten ten onder aan meligheid en rellerigheid. 'Naast een leven lang fan van de Dolly Dots is hij ook weg van Philippe Starck' staat er vermeld bij Aad Ouberg van het bedrijf Princess. Over Items: 'Bis besloot, ondanks sommige geruchten, het tijdschrift te continueren (…)'. Sommige beweringen zijn discutabel zoals over de NOX-website: 'een van de spectaculairste websites in de architectuurwereld'. Over de projectkeuze kan natuurlijk altijd getwist worden, maar het is merkwaardig dat sommige projecten door de samenstellers zelf negatief gewaardeerd worden. Over de tentoonstelling Lekker decadent!!: 'In het Friese Princessehof was het idee van decadentie wel heel calvinistisch en burgerlijk opgevat.' Wat is het grote belang van deze expositie voor de Nederlandse vormgeving, vraagt de lezer zich af. Meer zakelijke en informatieve teksten zouden welkom zijn.

Ondanks deze onvolkomenheden is het Jaarboek Nederlandse Vormgeving 03/04 een prijzenswaardig initiatief. Met name de in bijna alle essays beschreven crisis in de Nederlandse vormgeving maakt dit jaarboek nu al tot een historisch document want ongetwijfeld zullen de volgende jaarboeken de eveneens in de essays voorspelde nieuwe ontwikkelingen in beeld brengen, zodat we over 10 jaar met het boek in de hand kunnen zeggen: 'Weet je nog?'