Feature —

A10 doet het

Allard Jolles

Vorige week vrijdag werd er, voor het eerst sinds lange tijd, een nieuw architectuurtijdschrift gelanceerd. A10 wijdt zich aan de ‘nieuwe Europese architectuur’ en verschijnt zes keer per jaar. Het tijdschrift is een initiatief van hoofdredacteur Hans Ibelings en vormgever Arjan Groot.

Bij publiekstijdschriften, het vaakst gekocht als impulsaankoop in een stationskiosk, draait het maar om een paar dingen: de cover moet raak zijn, het formaat moet deugen en tijdens het bladeren moet de indruk ontstaan dat er een klein uurtje in te lezen valt – niet teveel advertenties dus. Vervolgens zal de hoogte van de prijs van het blad ons tot een herhaling van bovenstaande acties uitnodigen, en na een halve seconde bedenktijd lopen we wel of niet naar de kassa.

Precies zo stond ik ook even met A10 in mijn handen, onderwijl met mijn andere oog het bladenaanbod in de kunstsector beglurend. Natuurlijk, ik had het toch wel gekocht – debutanten in deze sector zijn uiterst zeldzaam – maar het had net zo goed een impulsaankoop kunnen zijn. A10 is namelijk helemaal raak: het oogt en voelt goed, het formaat is perfect, de lay-out is helder, overzichtelijk en treinvriendelijk, er staan goede koppen boven de stukjes (Circus Rem), terwijl het verzonnen format met zes nieuwswaardige rubrieken ook de consument met tijdgebrek ter wille is. A10 is al met al een écht tijdschrift, dus ook wat betreft tijdelijkheid. Als je 'm uit hebt, kan-ie weg, straks komt immers 'de nieuwe'.

Nieuw

Het Engelstalige A10 (oplage 25.000) richt zich alleen op Europese architectuur, met als primaire doelgroep de Europese architect, en toont expres andere architecten dan de 'global superstars' die de internationale media zo domineren. Wie de inhoud doorneemt kan niet anders dan knikken: de projecten die er in staan kwam ik voor het overgrote deel nog niet eerder in andere bladen tegen, en er zaten zelfs architecten tussen waar ik nog nooit van had gehoord. Grappig detail is wel dat de eerst twee foto's van het blad over Frank Gehry en Rem Koolhaas gaan, en het laatste plaatje Jean Nouvel behandelt. Superstars als verpakking? Laten we het op toeval houden: alle architectuur daartussen is een stuk minder 'mainstream'.

De zes rubrieken zijn onder andere 'Ready' (net opgeleverd) en 'Interview' (dit keer een zeer lezenswaardig verslag van een levendig gesprek tussen Wouter Vanstiphout en Sam Jacobs van FAT).

Onbekend

Het beste aan het blad blijft de Europese invalshoek. We zien gebouwen uit Nanterre, Tallinn, Luxemburg, Asperhofen en Winterthur, ontworpen door architectenbureaus als Ibos & Vitart, Peter Märkli, F.R. Martins, deadline (goeie naam!), OÜ Head Architektid, Steinmetz & De Meyer, a.s.*, PLOT Arkitekter en Dürig & Rämi. Ik noem expres even alle bureaus uit de rubriek 'Ready' om uw architectenkennis te testen. Wie riep bij alle negen: 'bekend'? Ik denk niemand. Dit is een rechtstreeks gevolg van de keuze van hoofdredacteur Hans Ibelings om te werken met correspondenten in de meeste landen van Europa – behalve Groot Britannië, zo te zien. En dat netwerk zit dus goed in elkaar. Het is de bedoeling van A10 om zo de architectonische rijkdom van Europa te laten zien, met als mogelijk bijeffect dat de correspondenten ook de trend zullen gaan zetten. Tallinn als 'the next Bilbao'?

Europa rules!

Ik zie nog een ander, niet te onderschatten effect. Overal in Europa zitten opdrachtgevers Europees aan te besteden en te smachten naar nieuwe namen. Het aanboren van nieuw talent is namelijk nodig om 'anders' te blijven, en om toch vooral de positie op de steden-concurrentieladder te consolideren of uit te bouwen. Het Hongaarse duo Fazakas en Viguier kan wat mij betreft zo aan de slag op de Amsterdamse Zuidas.

Als dat effect optreedt, zal Europa er straks vanaf de straat steeds meer Europees uitzien. Dat lijkt me geweldig. De Europese identiteit, zoals die in de twintigste eeuw sprak uit de boeken van Musil, Kafka, Vogel, Mann en Joyce, en zoals we die nu nog voelen in Praag, Wenen en Berlijn, hebben we dankzij Hollywood, Microsoft en Time-Warner ingeruild voor een als globalisering vermomd Amerikanisme, met voor de architectuur alle verregaande verSOMming van dien. Alleen al daarom wens ik A10 een langdurig, gezond, trendsettend en geruchtmakend leven toe.