Recensie —

Dichtheid

Piet Vollaard

Het Spaanse architectuurtijdschrift a+t heeft vier afleveringen over dichtheid en woningbouw in boekvorm samengevoegd tot een uitgebreide catalogus van de hedendaagse woningbouw; Density, New Collective Housing. Een nuttig en aantrekkelijk boek, maar uiteindelijk toch een gemiste kans.

In het boek worden meer dan 60 gerealiseerde woningbouw- en woongebouwontwerpen en 10 stedenbouwkundige ensembles gedocumenteerd, grotendeels uit Europa, maar met een paar voorbeelden uit Azië. De status die 'onze' stedenbouw en woningbouw kennelijk nog steeds heeft, blijkt uit het grote aandeel Nederlandse projecten (50%). Daarnaast zijn vier teksten opgenomen, waaronder Atelier Kempe Thill's tekst Specific Neutrality. Elk project wordt op de gebruikelijke manier gedocumenteerd in foto's en tekeningen. Daarnaast zijn per project een aantal getalmatige karakteristieken vermeld, zoals aantal woningen, aantal verdiepingen, kaveloppervlakte, totaal vloeroppervlak. opgenomen voorzieningen etc. Vreemd – en irritant – is dat de dichtheid niet per project wordt aangegeven. Het is daarom aan te raden de zakjapanner bij de hand te houden (terreinoppervlak, totaal vloeroppervlak en aantal woningen wordt wel bij elk project vermeld, zodat de dichtheden in woningen per hectare of als de verhouding vloeroppervlak/terreinoppervlak (floor-area ratio) zelf te berekenen zijn). Natuurlijk is het bij het berekenen van dichtheden altijd de vraag in hoeverre zaken als groen- en parkeervoorzieningen en infrastructuur wel of niet mee berekend moeten worden, zodat een woonwijk als Borneo Sporenburg (wordt het water meegerekend of niet?) zich nauwelijks laat vergelijken met een bouwblok in Manhattan, maar daar is een vaste standaard voor te bedenken. De indeling van het boek volgt wel de dichtheid, van lage dichtheden in het begin, tot superhoge dichtheden aan het eind.

Het aardige van dit soort overzichtswerken is dat er min of meer objectieve vergelijkingen mogelijk zijn tussen verschillende projecten en bouwculturen. Zo valt het direct op dat het aandeel Nederlandse projecten daalt naar mate het boek vordert. Dat heeft voor een groot deel te maken met de relatief lage Vinex-dichtheid, maar niet uitsluitend. Kennelijk zijn we toch vooral goed in lage dichtheden, opmerkelijk voor een land met de hoogste bevolkingsdichtheid van Europa. Voor werkelijk hoge dichtheden moet je in Azië zijn.

Naast de indeling in oplopende dichtheid staan er in het boek nog twee indexen, een index van de plannen in oplopend grondgebruik (van 0,04 hectare grondoppervlak van een pakhuisverbouwing in Manhattan met een totaal vloeroppervlak van 4781 m2 en 22 woningen tot 340 hectare oppervlak met 11.937 woningen van de Vinexwijk Ypenburg) en een index op basis van bloktypologieën (vrijstaande huizen, verschillende lineaire blokken, U-. L- en T-vormen, gesloten bouwblokken tot en met torens). Deze indexen noemen niet alleen het project en de pagina waarop het gevonden kan worden, maar laten tevens een relevante afbeelding zien; een situatietekening met desbetreffende project rood ingekleurd bij de grondgebruikindex en een foto met een geabstraheerde bouwvorm bij de typologische index. Erg handig en overzichtelijk, een aanrader voor dit soort overzichtswerken.

Juist omdat dit boek zo veel goed doet, wil je als lezer meer. Naast het opmerkelijke feit dat dichtheidsgetallen niet vermeld worden, en je dus – naar ik aanneem onbedoeld – behoorlijk interactief aan het rekenen bent, ontbreekt er standaard informatie over woning- en ontsluitingstypologie. Met name deze gegevens zijn bepalend voor de mogelijkheden ten aanzien van de dichtheid. Weliswaar zijn er bij elk project plattegronden opgenomen, maar de paginagrote foto's overheersen. Soms worden er zelfs – voor het onderwerp dichtheid volstrekt irrelevante – bouwtechnische details getoond, terwijl informatie over de plattegrond alleen met een vergrootglas te achterhalen is. Hier wreekt zich het feit dat het boek toch een samengevoegde overdruk van een reeks tijdschriftartikelen is. Daarmee wordt vergelijken van projecten jammer genoeg lastig en uiteindelijk frustrerend omdat de informatie wel bij de samenstellers bekend is, maar (uit luiheid, geld/tijdgebrek, desinteresse) niet helder aan de lezer wordt overgedragen.

Het feit dat een van de essays, Collective Housing, 10 Stamps van medesamensteller Javier Mozas wel degelijk ingaat op de getalsmatige verhoudingen tussen de plannen en bovendien een tiental nieuwe woontypologien opsomt (waaronder het neutrale huis, het kantoorhuis, het piazza-huis en woonzorgwoningen) toont aan dat er meer mogelijk is.

Dus toch een gemiste kans, dit boek. Dat kan beter. Het ideale dichtheidsboek zou wat mij betreft inhoudelijke bestaan uit een combinatie van het standaardwerk Modern Housing Prototypes van Roger Sherwood (25 jaar oud, nog steeds leverbaar) en de hedendaagse informatie die Density biedt. Bij de uitwerking zou een rekenmaniak moeten worden betrokken, moet de vormgever die de indexen voor Density heeft bedacht natuurlijk weer worden ingeschakeld en zou een groot deel van de foto's plaats moeten maken voor gestandaardiseerd getekende plattegronden, doorsneden en ontsluitingsprincipes. Een schot voor open doel voor uitgevers die ook wel eens een bestseller in het fonds willen hebben, subsidiefondsen die relevant onderzoek wensen te subsidiëren en architectuurfaculteiten die van gekkigheid niet weten wat ze moeten bedenken om hun researchtaak te vervullen.