Feature —

Innovatief en experimenteel in R”dam

Redactie

Rotterdam als kweekvijver voor vernieuwende architectuur en stedenbouw. Zo presenteert AIR de tentoonstelling Laboratorium Rotterdam in de hal van de Centrale Bibliotheek Rotterdam.

Deze zomer deed AIR een oproep aan ontwerpers om hun plannen voor Rotterdam in te sturen. Er kwamen 160 inzendingen binnen waaruit door een jury 25 projecten werden geselecteerd. Projecten van onder anderen: Lofvers van Bergen Kolpa, ADD Krill, Urban Affairs, Studio Sputnik, CIMKA, -scape, VHP S+A+L, Next architects, Artgineering en Jasper de Haan architecten, voornamelijk kleine bureaus op een enkele uitzondering na. De projecten lopen uiteen van een ontwerp voor een hoerenpaleis, woonblokken, hergebruik van bestaande gebouwen, een structuurvisie voor de regio, en een parkeerontsluitingsplan voor het centrum van Rotterdam.

De gekozen projecten zijn 'het meest relevant voor de actuele Rotterdamse situatie'. Nergens in de tentoonstelling wordt duidelijk gemaakt wat dan precies relevant is voor de Rotterdamse situatie. Tijdens het debat bij de opening van de tentoonstelling ging het onder andere over die relevantie. Volgens Wouter Vanstiphout (Crimson/WiMBY!) hebben de fascinaties van de bureaus die als experimenteel en vernieuwend worden gepresenteerd weinig te maken met de agendapunten die dS+V en de gemeente Rotterdam formuleren voor de stad. Het is daarom de vraag of deze projecten nu werkelijk een bijdrage leveren aan oplossingen voor de problemen waar Rotterdam mee te maken heeft. Opdrachtgever Jan van der Schans van COM Wonen beaamt dat de gepresenteerde projecten niet de thema's behandelen waarmee hij in de praktijk geconfronteerd wordt. Stedenbouwkundige Arjen Knoesters van dS+V is het niet helemaal met beide heren eens. Hij stelt dat de dienst graag uitgedaagd en gevoed wil worden door experimentele voorstellen van bureaus.

Uit het debat werd duidelijk dat vraag en aanbod af en toe op elkaar aansluiten maar uiteindelijk bleef het gevoel hangen dat het hierbij toch vooral om enigszins 'abstracte' onderzoeken gaat en dat, als het op uitgevoerde projecten aankomt, het experiment toch wordt vermeden. Wouter Vanstiphout gaf aan weinig van de energie van 'Rotterdam als kweekvijver voor vernieuwende architectuur en stedenbouw' te herkennen in de stad.

Is Rotterdam werkelijk de vooruitstrevende architectuurstad die het pretendeert te zijn, was ook de vraag die vorige week woensdag gesteld werd tijdens het eveneens door AIR georganiseerde debat in De Unie. Aanleiding voor dit debat is het plan van de Gemeente Rotterdam om het jaar 2007 het thema 'Rotterdam Architectuurstad' mee te geven. Waar staat al die bijzondere architectuur dan en wat is er de laatste jaren aan toegevoegd? De aanwezigheid van beroemde architectenbureaus is niet zozeer te danken aan de inspanningen van de gemeente Rotterdam, maar misschien wel meer aan de keuze van Rem Koolhaas (20 jaar geleden) om zich hier te vestigen. Daar komt bij dat het tot voor kort gemakkelijk was om in Rotterdam goedkope woon- en werkruimte te vinden, en de TU Delft ligt naast de deur.

Tijdens het debat werd het belang van kleine en experimentele bureaus benadrukt, ze kunnen niet alleen een bijdrage leveren aan het imago van Rotterdam als architectuurstad. Ze zijn onderdeel van de zogenaamde 'cultural industries' (waar ook andere ontwerpende disciplines en bijvoorbeeld de reclame- en filmindustrie toe behoren) die voor meer werkgelegenheid zorgt dan vaak wordt aangenomen. Een oproep dus aan de gemeente om dit aanwezige potentieel te betrekken bij de totstandkoming van het Rotterdam-architectuurstad-jaar.

De tentoonstelling Laboratorium Rotterdam heeft als belangrijk doel 'het tot stand brengen van een dialoog tussen ontwerpers en opdrachtgevers'. Het is de vraag of de gekozen vorm en locatie daar geschikt voor zijn. In plaats van een tentoonstelling in een verloren hoek van de hal van de Centrale Bibliotheek te organiseren, bereikt AIR waarschijnlijk meer door een aantal geselecteerde bureaus de mogelijkheid te geven zich te presenteren aan een groep potenciƫle opdrachtgevers. Of beter nog, geef die opdrachtgevers (dS+V, woningcorporaties en projectontwikkelaars) de gelegenheid te vertellen van welke ontwerpthema's zij 's nachts wakker liggen. Stop het geld voor de tentoonstelling in wat lekkere hapjes en laat bureaus en opdrachtgevers met elkaar een gesprek voeren over wat de relevante thema's voor Rotterdam zijn en wat zij elkaar te bieden hebben. Uit zo'n ontmoeting moet toch iets moois kunnen groeien.