Recensie —

Let there be Archis

Piet Vollaard

Geheel in de inmiddels vertrouwde Fenikstraditie lijken de berichten omtrent de dood van Archis voorbarig te zijn geweest. Archis worstelt, maar komt opnieuw boven.

Archis was jarig. Uitgerekend deze decembermaand verscheen 75 jaar geleden het Rooms- Katholiek Bouwblad, de oudste van de voorgangers van de twee tijdschriftlijnen waaruit het huidige Archis is ontstaan (Het Rooms-Katholiek Bouwblad – waar zich in 1934 Bouwen en Sieren bijvoegde, Het Bouwblad, Katholiek Bouwblad, Tijdschrift voor Architectuur voor Beeldende Kunsten als ene lijn en Goed Wonen en Wonen als tweede lijn. Dankzij een abonnementenwerfactie van Ruud Brouwers konden beide lijnen worden samengevoegd tot Wonen/TABK, in 1986 omgedoopt tot Archis.)

Dinsdag verzamelden een aantal oud-hoofdredacteuren, trouwe abonnees en overige intimi zich in de Bazelzaal van het NAi om deze verjaardag te vieren, maar natuurlijk ook om te horen of, en zo ja hoe, Archis de zoveelste klap in zijn bestaan zou overleven.

De slag die Archis door het negatieve advies van de Raad voor Cultuur dit voorjaar werd toegebracht heeft het blad bijna het loodje doen leggen. What else is new? zullen de oud- hoofdredacteuren gedacht hebben. De geschiedenis van Archis en zijn voorgangers is immers vol van 'bijna-doodervaringen'. In de afgelopen 75 jaar zijn 11 uitgeverijen bereid geweest een kritisch architectuurblad uit te geven (en dus ook 10 uitgevers die daar na enige tijd niet meer toe bereid waren). Hoe deze zelfvernietiging in zijn werk ging, werd aardig uiteengezet door Hans Derks, in 1969 hoofdredacteur van Wonen. Na een paleisrevolutie tijdens een architectencongres in Bergeyk, werd het roer bij het voormalige Goed Wonen omgegooid. In 1969, het jaar van de Maagdenhuisbezetting, het jaar van de Praagse lente, het jaar van de eerste menselijke stap op de maan, het jaar waarin flowerpower zijn hoogtepunt in Woodstock en zijn einde in Altamont vond (om maar eens wat te noemen), in dat jaar kon een architectuurtijdschrift niet achterblijven. Niets minder dan de omverwerping van de maatschappelijke orde, daar kwam de agenda van Wonen zo te horen op neer. Een jaar later zat het blad met een gedecimeerd abonneebestand, herrie in de redactie en ruzie met het bestuur.

Archis en zijn voorgangers hebben steeds weer een luwte kunnen vinden van waaruit het een kritisch geluid kon laten klinken. Of in de woorden van de huidige hoofdredacteur Ole Bouman: 'Steeds was er weer iemand te vinden, een instelling, een uitgever, een mecenas, een overheid, die bereid was te zeggen: 'Er zij Archis''. Tegelijkertijd heeft Archis zich sinds de jaren zeventig stap voor stap – bewust en met redenen onderbouwd – verwijderd van de bouwpraktijk en van de basis Nederland. Archis heeft zichzelf uitgedreven, maar de navelstreng werd doorgeknipt door de Raad voor Cultuur. Er staat nu nog maar één weg open: internationalisering. En dat is precies waar de nieuwe fase van Archis vanaf volgend jaar op neerkomt. Abonnees die vandaag nummer 5 van de jaargang 2004 op hun deurmat kregen zullen het al vermoed hebben. De ondertitel Archis is UnDutch, het hoofdredactioneel commentaar 'Berg op, berg af', de stukken 'De ommekeer' en met name het onderzoeksdossier 'Op het kerkhof der goede bedoelingen' waarin achtereenvolgens afscheid wordt genomen van Het modernisme zonder dogma, Het egalitarisme, Het Architectuurbeleid, De maakbare samenleving, Het nationale zelfbewustzijn, De tolerantie, Het concept, Het poldermodel, De nationale trots en Nederland gidsland, klinken bitter, maar laten niets aan de verbeelding meer over, Archis verlaat Nederland. Niet vrijwillig misschien, maar zelfbewust en met een agenda.

Archis gaat het komende jaar samenwerken met AMO en met de architectuurfaculteit van Columbia University in New York. Hoe de nieuwe Archis er uit zal gaan zien, in hoeverre de inhoud zal veranderen, of Nederland nog een rol zal spelen in de komende inhoud, het is allemaal ouderwets onduidelijk en dus spannend. Archis leeft opnieuw. Reden te meer om uw abonnement te vernieuwen of het maar weer eens te proberen. Al was het maar om het instituut dat Archis na 75 jaar is, te steunen en het door een kritische houding en door het iedere keer maar weer verkennen van nieuwe gebieden, de kans te geven opnieuw (bijna) de eigen glazen in te gooien.