Feature —

Foyerwonen

Harrie van Helmond

Berkel Enschot is een fraai appartementencomplex rijker. Op zaterdag 19 december leidden de trotste architecten van Hilberink Bosch genodigden rond in het net opgeleverde gebouw aan de Beukendreef.

De kwaliteit van het project schuilt niet zozeer in de gevels, woningplattegronden of materialisatie en detaillering. Alhoewel met zorg ontworpen en gebouwd in de traditie van een humanistisch modernisme is het met name de programmering en de stedenbouwkundige ordening die het complex tot een bijzonder geheel maakt.

Op de plaats van een gesloopt benzinestation, langs een ontsluitingsweg met oude Beuken, nieuwe Wrightiaanse tweekappers en een bescheiden sportcomplexje, is een configuratie van kleine bouweenheden gepositioneerd die samen een hedendaagse kloosterachtige eenheid vormen.

De hof is een met zorg ontworpen sculpturale tuin. De besloten sfeer wordt bereikt doordat de volumes aan alle zijden de tuin omsluiten, met aan drie zijden appartementen in drie lagen en aan de vierde zijde studio's c.q. ateliers. De colonnade en de van binnen naar buiten doorlopende trappenhuisvloer zorgen voor een vanzelfsprekende overgang van interieur naar binnentuin.

De doelgroep bestaat uit senioren die veiliger en zonder eigen tuin willen gaan wonen. De mogelijkheid om binnen het complex, maar buiten de woning, een aparte logeerkamer, werkruimte of muziekruimte te hebben is al eerder verzonnen maar hier op overtuigende wijze geïntegreerd.

Een van de ateliers is ook vanaf de straat te bereiken, samen met de centrale entree van de woningen verbindt het iets boven straatpeil opgetilde project zich zo met het openbare domein. De prachtige getrapte hellingbaan kondigt al de sterke ruimtebeleving van het interieur aan.

De horizontaal gelede bouwstructuur werkt als een drager waar de woningen op een ontspannen wijze tussen zijn geschoven. Die nonchalante ordening binnen het strakke kader maakt toe-eigeningen door de bewoners (gordijnen, balkoninrichting) mogelijk zonder de esthetiek van zwart metselwerk, witte beton en warmgekleurde houten geveldelen te verstoren.

De woningen zijn 160 tot 180 m2 groot, hebben een parkeerplaats in de kelder en een groot balkon. Maar vooral de collectieve ruimte  uitlopend in de hoftuin geeft het gebouw karakter. Ook wanneer er geen gemeenschappelijke activiteiten plaatsvinden, is thuiskomen via deze oversized, van daglicht en uitzicht voorziene 'overloop' met stevige rode vloeren en uitgekiende plaatsing van trappen, een feest. Niet van die benauwde woningbouwmaten, maar een ruimte als in een openbaar gebouw. Doordat het zicht tussen de bouwblokken door gewaarborgd is houdt deze uitloop een openbaar karakter. Omdat niet alleen de woonkamers maar ook de toegangen tot de woningen ruim zijn, ontstaat een zeer laid back buitenlandse kwaliteit. De architecten hebben precies aangevoeld wat ze met dit budget voor troef konden uitspelen.

Het is jammer dat een aantal kleine onvolkomenheden in de detaillering het daarvoor gevoelige oog afleiden: de grove bevestiging van de balkonhekken op de betonvloeren, de tekortschietende afwerking van de horizontale betonbanden die aanleiding zal geven tot algvorming in deze boomrijke omgeving, het UV-filter in de transparante lak die de mooie houttekening van de western red cedar gevelbeschieting  verbergt en ten slotte de afwezigheid van een (voorziening voor) buitenzonwering voor de zeer grote glasvlakken aan de zonzijdes.

Maar deze minpuntjes doen niets af aan de stedebouwkundige, ruimtelijke en sociale kwaliteiten van dit project. De afmetingen van de collectieve ruimten geven het samenwonen hier lucht: foyerwonen.