Feature —

Imaginary city Kinshasa

Ard de Vries

Het onderzoek dat antropoloog Filip de Boeck en fotograaf Marie-Francoise Plissart hielden in Kinshasa (Democratische Republiek Congo) vormde de basis van de Belgische bijdrage aan de architectuurbiënnale van Venetië, een bijdrage die bekroond werd met de Gouden Leeuw. De Boeck gaf een lezing op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam over de zichtbare stedelijke realiteit van Kinshasa en de ‘imaginary city’ zoals die leeft in de gedachte en verbeelding van zijn inwoners.

In  1996 beschrijft geschiedkundige CH. D. Gondola in Villes miroirs: migrations et identités urbaines á Brazzaville et Kinshasa, 1930-1970 de geschiedenis van de twin-cities Kinshasa en Brazzaville, die elkaar spiegelen in de Kongo rivier. Marco Polo vertelt over een vergelijkbare stad genaamd Valdrada in Italo Calvino's Le città invisibili. Dit boek is een beschrijving van Marco Polo's reizen door verschillende steden, aan het eind wordt echter duidelijk dat hij maar een stad beschrijft, namelijk Venetië. Het Kinshasa van Filip de Boeck en Marie-Francoise Plissart bestaat ook uit meerdere steden: stad van geheugen, stad van verlangen, verborgen stad,  handelsstad, stad van tekens, stad van de doden, stad van de woorden en de stad van de utopie. De stad bouwt een steeds groter wordend web van verschillende betekenissen en sociale, denkbeeldige signalen. Om dit proces inzichtelijk te maken beschrijven De Boeck en Plissart Kinshasa aan de hand van vijf verschillende mirroring cities, die de stedelijke realiteit zichtbaar maken.

De eerste mirror. Kinshasa, voorheen Leopoldville, was tussen 1908 en1960 de hoofdstad van Belgisch Kongo. Kinshasa is dan ook niet te begrijpen zonder de structuren te verkennen van de Belgische moderniteit. Tussen 1940 en 1950 werd deze moderniteit bepaald door een demografische groei van de stad van 50.000 inwoners naar 200.000 inwoners (en die inmiddels opgelopen is tot ruim 5,5 miljoen inwoners). Na 1960 is de formalisering van de stad gestopt en is een lappendeken ontstaan van meervoudige lokale, ethische identiteiten, die de stad her-territorialiseren. De modernistische kwaliteiten van het stadsplan zijn een gemoedstoestand geworden in plaats van projecties van een kwaliteit van de ruimte.

De tweede mirror is de dorp- en bosstad. Het platteland voedt de stad niet alleen letterlijk, maar de stedelijke identiteit wordt ook gevormd door de tradities, het morele besef en het verleden van het dorp. De stad als bos waar de jager – in de vorm van jeugdbendes – zijn territorium afbakent. Een beeld dat ook wordt geconstrueerd in de (muziek)cultuur.

Europa is malili, cool, Afrika is moto, lijdend. Emigratiebewegingen zorgen voor een mirror van de moderniteit. Emigranten moeten aan valse verwachtingen voldoen. De foto van de Mercedes die naar huis wordt gestuurd is dan ook vaak de Mercedes van de buurman. Maar de mythe van de witte man en het rijke westen is aan het devalueren, niet alles in het westen is goed en wat naar Afrika komt zijn vaak de restjes.

De motor van het publieke woord is radio trottoir (kleine locale radiozenders en tevens slang voor het roddelcircuit). Het construeert het publieke oog door middel van woorden die de stad verenigen en verdelen. Via de kleine radiozenders worden roddels waarheid. De meeste persoonlijke dingen komen op straat te liggen, waardoor publiek en private ruimte in elkaar verschuiven. Het meest publieke theater van de stad is het lichaam. De arme flaneur bezit altijd zijn lichaam als sociaal statussymbool. Deze hedonistische gedachte zorgt voor de esthetiek van de stad. Kinshasa bestaat door het publieke oog en de publieke verschijning.

Het laatste en de meest fundamentele mirror  is die van de eerste 'zichtbare' wereld en de tweede 'onzichtbare' wereld en bestaat in het lokale geheugen en in de verbeeldingen van de inwoners. De tweede stad, die van de verbeelding, overheerst in de ogen van zijn inwoners omdat hun leven in de eerste stad onhoudbaar is geworden.

Na het lezen van het boek Kinshasa Tales of the invisible city en het bijwonen van de interessante lezing rijzen toch een aantal vragen. In Calvino's Le città invisibili zijn meerdere steden één, maar zou de 'onzichtbare stad' van Filip de Boeck en Marie-Francoise Plissart niet toepasbaar kunnen zijn op alle steden? Of is de titel juist ingezet om de narcistische architect te overtuigen van de onbeduidendheid van de architectonische vorm in de stad. En waar Narcismus verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld, worden de Boeck en Plissart verliefd op het begrip mirror. Het idee dat verschillende realiteiten zich naast elkaar en door elkaar heen begeven, elkaar aanvullen, afbreken, versterken, opnieuw uitvinden wil niet zeggen dat elke realiteit een spiegelbeeld is van de ander.