Feature —

De prijs van het paradijs

Joost Verlaan

Met de toetreding van een tiental nieuwe landen krijgt de Europese Gemeenschap er een flink areaal platteland bij. Niet het soort platteland zoals we dat in Nederland tegenwoordig kennen; geoptimaliseerd, rechtgetrokken landbouwgebied, maar een platteland dat beelden oproept van ‘Noord-Brabant in de jaren 50’, van kleine keuterboertjes in een landschap waar natuur en cultuur elkaar aanvullen. Wat de integratie, of annexatie, in Europa van Oost-Europese landen betekent voor het landschap onderzocht Herman Vuijsje, al wandelend door Slovenië, Hongarije, Slowakije, Polen en Letland. In de lezing ‘De prijs van het paradijs’ in de seminarreeks Denk Ruimte, 18 februari op Hogeschool Larenstein, vertelde Vuijsje zijn verhaal.

De verwachte dofgrijze, troosteloze werkelijkheid achter het voormalig ijzeren gordijn, blijkt geenszins bewaarheid; ondanks de grote armoede is het platteland volop in ontwikkeling. De veranderingen die in Nederland in een tijdsspanne van vele generaties hebben plaatsgevonden, worden daar in één decennium afgewikkeld. Zo kan het zijn dat zoonlief computertechnologie studeert, en vloeiend Engels spreekt, terwijl de ouders nog keuterboertjes zijn die in hun levensonderhoud moeten voorzien met vier koeien en een miniem moestuintje.

Aan de in Nederland veel gehoorde (nood)kreet om regionale identiteit en culturele gebruiken wordt daar ruimschoots voldaan met gebruiken als 'berkenwater' drinken; boomsap dat in april tussen het ontdooien van de grond en het uitlopen van de knoppen afgetapt word door een gat in de boom te maken, uiteraard bij voorkeur met volle maan. Vuijsje stelt dan ook: 'Het is als met een tijdmachine aankomen in een sprookje'.

Of dit sprookje een happy end zal krijgen, is echter nog maar de vraag. Achter het romantische beeld van een kleinschalig, archaïsch landschap, zijn diverse ontwikkelingen gaande. Een werkelijkheid waarin EU-subsidies voor landschapsbehoud en -ontwikkeling, in de zakken van geslepen zakenlui verdwijnen, is allerminst een schijnbeeld. Onder het motto 'extensieve ecologische landbouw' valt met de juiste subsidies toch al snel 500 euro per hectare te verdienen, terwijl de betreffende stukken grond niet anders vallen te omschrijven als 'onland', het is geen bouwland, maar ook te onnadrukkelijk om natuur te zijn.

De kenmerkende gebogen, kromme houding van de mensen op het land, 'alsof ze met de aarde zijn vergroeid', is behalve een gevolg van een leven lang zwoegen ook een uitdrukking van nederigheid, berusting. De opeenvolgende machthebbers zoals de Habsburgers, Duitsland, en het communisme, lieten weinig ruimte voor een 'mondige burger'. Men is vanuit deze historie gewend om zich koest te houden; 'Ja knikken, en ondertussen de eigen gang gaan'. Onder het communisme mocht men een halve hectare eigen grond hebben om in levensonderhoud te kunnen voorzien, ook na Die Wende bleef dit gebruik in ere. De aansluiting bij Europa voorziet in een nieuwe episode in de opnames in grootschalige systemen, en men vertrouwt, bij gebrek aan kennis van te bewandelen wegen naar subsidies of andere hulp, weer op deze 'achtererf-economie'. Toch zal deze situatie uiteindelijk niet te handhaven blijken; het bestuurlijk landschap zowel als het daadwerkelijke landschap staan op de drempel van grote veranderingen. Zo zijn in Letland de eerste verschijnselen van een 'wild kapitalisme' al zichtbaar; in 10 jaar tijd is één derde van het totale bosareaal gekapt door de enorme vraag naar hout.

Vuijsje stelt, enigszins gechargeerd, dat er twee toekomstscenario's denkbaar zijn; een 'recht' en een 'rond' scenario. Het rechte scenario refereert aan een nog massaler, intensiever, en grootschaliger landbouw dan we hier kennen. Met bijkomende nadelen als grondverontreiniging, ziekten, het verlies van natuurwaarden en verregaande landschapsnivellering. Het ronde scenario gaat uit van de huidige situatie van kleinschalige landbouw, met aan het landschap gerelateerde rondere vormen. Het gemengd bedrijf wordt opnieuw uitgevonden als drager van dit scenario. Combinaties met toerisme en natuurbehoud zijn mogelijk. De eerste traditionele boerderijtjes als toeristisch product, compleet met paard en wagen, zijn al een feit, evenals voorzichtige aanzetten naar eco-boerderijen.

Uiteraard is het niet zo dat uitsluitend voor het één, dan wel het andere scenario gekozen word. En wie kiest er eigenlijk? 'Wij' als EU hebben de touwtjes strak in handen als het gaat om subsidiestromen en regelgeving. Is het niet een wat betuttelende, arrogante houding om de ontwikkeling van het platteland in die landen richting het ronde scenario te sturen? Met in het achterhoofd de thuissituatie van een vervlakt landschap, verdwenen natuurwaardes en een gebrek aan regionale identiteit?

De discussie over de plattelandsontwikkeling in de toetredende landen is feitelijk een spiegel voor het eigen ruimtelijke ordeningsbeleid. Door goed georganiseerde, democratische overheden, kennis van zaken, en mondige burgers hebben we de mogelijkheid om te kiezen hoe ons toekomstige landschap eruit zal zien; een situatie die (nog) niet van toepassing is op de nieuwe landen. Vanuit een groter Europees perspectief bezien doet 'de gedachte aan een EHS alleen nog maar glimlachen, bij de aanblik van de uitgestrekte natuurgebieden daar', aldus één van de aanwezigen. Moeten we toe naar een centraal ruimtelijk ordeningsbeleid vanuit Brussel, of laten we dat liever over aan lokale overheden, zoals de Nota Ruimte nu bepleit? En kunnen de lokale overheden van de nieuwe landen dat aan, of zijn ze daar te zwak voor? Vragen waar geen direct antwoord op mogelijk is.

De titel van het gelijknamige boek van Vuijsje; 'De prijs van het paradijs', vat het allemaal prachtig samen: Welk paradijs? Voor ons het Oost-Europese landschap vol nostalgie en natuur, voor hen de vetpot die Europa heet, inclusief de beloofde welvaart. En tegen welke prijs? Voor ons een bodemloze put waarin we alle subsidies zien verdwijnen, voor hen een drastisch veranderend landschap onder invloed van een markt gestuurd systeem.

De tijd zal uit moeten wijzen wat de uiteindelijke 'prijs van het paradijs' wordt, en een paradijs voor wie