Recensie —

Ongedefinieerde plekken en de overbodigheid van de architect

Marieke van Rooy

Op dit moment is in 66 East, center for urban culture, de tentoonstelling ‘Spaces of Uncertainty’ te zien. De tentoonstelling besteedt aandacht aan niet ontworpen restzones, die dikwijls te vinden zijn rondom infrastructurele knooppunten, (voormalige) industriegebieden, bedrijventerreinen of verlaten zaken- en winkelcentra in de avond.

Plekken die verschillende identiteiten aannemen al naar gelang de functies die eraan gegeven worden door de op dat moment aanwezige gebruikers. Het is een fenomeen dat in de afgelopen jaren veelvuldig aandacht gekregen heeft binnen de architectuur en stedenbouw. Enerzijds vanwege de fascinatie voor het spontane en de transformatie die een ongeprogrammeerde ruimte kan ondergaan, anderzijds vanwege de onmacht om dit soort plekken te ontwerpen.

De foto's met situaties uit Londen, Berlijn en Brussel tonen desolate terreinen die omgevormd zijn tot geïmproviseerde picknickplaats, kapperswinkel, markt of afwerkplek. De gebruikers zijn dikwijls personen die aan de onderkant van de samenleving leven, of zich bewust onttrekken aan een geregeld bestaan. In een maatschappij waarin de publieke ruimte steeds meer een privaat karakter krijgt, lijken zij gedwongen deze marginale gebieden op te zoeken.

Behalve foto's zijn er drie video's te zien met telkens een andere invalshoek. De video over Londen laat bijvoorbeeld het spontane gebruik van de openbare ruimte in Brick Lane zien, de wijk die vooral bekend is vanwege de vele allochtonen die hier een stek hebben gevonden. Langs de spoorweg vindt iedere dag een markt plaats. Als deze zone wordt afgezet omdat de bogen onder de spoorweg opgeknapt worden, verplaatst de markt zich net zo makkelijk naar de stoep aan de overkant van de weg. De video over Brussel bevat registraties van een aantal plekken rondom het Noord en het Zuid station op verschillende tijdstippen van de dag en de week. Zo zie je dat een  statige avenue, gelegen in een zakendistrict, overdag het domein is van gehaaste zakenlui, maar 's nachts verwordt tot een tippelzone.

De foto's en video's zijn pure registraties waar geen conclusies aan verbonden worden. Voor de meeste bezoekers zal de tentoonstelling dan ook geen nieuwe inzichten opleveren. In de catalogus nemen de samenstellers Markus Miessen en Kenny Cupers echter een kritisch standpunt in. Voor deze jonge architecten, die ten tijden van het onderzoek bij Daniel Liebeskind in Berlijn werkten, is vooral de rol die de architect kan spelen – of eigenlijk niet kan spelen – in dit soort gebieden een interessant discussiepunt. Aldus de curatoren: 'The margin is the place where architecture reaches the border of intentional intervention. It is the very space in which the architect loses his power, where we are being confronted with the impossibility of designing an environment. While the negative aspects of the margin show architecture's limits, its positive characteristics prove the redundancy of the architect.'

Dit wil echter niet zeggen dat Miessen en Cupers van mening zijn dat het ontwerpen van een stad overbodig is. Het onderzoek is een oproep aan de architect om zich niet te laten bevangen door de angst voor een ongedefinieerde ruimte, maar de kracht te zien van transformatie, spontaniteit en chaos. Concrete gereedschappen worden niet aangereikt, maar deze inzichten zouden bij moeten dragen aan de ontwikkeling van een architectuur en stedenbouw die minder statisch is dan tot nu toe gebruikelijk.