Recensie —

Software, Autonomie en Architectuur

Wilfried

In het Van Doesburghuis in Parijs werkten gedurende de eerste twee weken van februari een kleine groep studenten van de Ecole d’Architecure Paris-Malaquais aan het onder de knie krijgen van Mathematica. Wilfried doet verslag van een workshop.

Mathematica is een softwarepakket voor wiskundige berekeningen dat ook de resultaten kan visualiseren. Tijdens de workshop werd het gebruikt als een ontwerpmachine die alleen in wiskunde te instrueren is. Van de studenten werd verwacht dat zij aan het eind van de workshop een project in Mathematica hadden afgerond. Geen wonder dat ze na afloop aangaven dat het een zware workshop was. Zeker als je daarnaast elke dag gestoord wordt door gastsprekers die vertelden over Koolhaas en Photoshop, masochisme en Loos, over hyperbodies, over software als cultuur, of over iets zuiver wiskundigs. De kwaliteit van de afgeronde projecten, zoals gepresenteerd op de laatste dag, is maar gedeeltelijk van belang om deze workshop te kunnen beoordelen. De werkelijke waarde ligt in de bewustmaking – een vreselijk woord – van de relatie die een architect heeft met zijn software. Of misschien is zelfs dat al te veel gezegd en gaat het over de erkenning dat er een relatie is.

Door de doelstelling van de opdracht juist niet helemaal begrepen te hebben, maakte een groep studenten bij hun eindpresentatie voor iedereen inzichtelijk waar het in die twee weken onder meer om te doen was geweest. Er bestaat een moeilijk te definiëren grens tussen programmeren en ontwerpen in code. Met een paar regels code kun je 1000 lijnen tekenen, maar je kunt ook per lijn de coördinaten invoeren. Dit laatste is wat de bewuste groep had gedaan. Het uiteindelijke effect op het scherm is hetzelfde, maar in het laatste geval kost het aanzienlijk meer werk. Het voornaamste verschil is echter niet gelegen in arbeid maar conceptueel; de per stuk gedefinieerde lijnen blijven een stel lijnen, de lijnen geproduceerd door het algoritme zijn werktuiglijk met elkaar verbonden als deeluitmakend van dezelfde sequentie en hebben dus een formeel gedefinieerde onderliggende eenheid, een logica. Dat algoritmes niet waardevrij zijn werd ontdekt door een andere groep die onderling verschillende programmeerstijlen bleken te hebben zonder dat een van hen ooit eerder geprogrammeerd had; persoonlijkheid blijkt ook in code dominant aanwezig.

De theoretische en praktische implicaties van het onderwerp van deze workshop zijn verankerd in de vraag in welke mate op dit moment architectuur wordt gedicteerd door de impliciete en expliciete voorwaarden van de gebruikte software. Als de gebruikte software invloed heeft op het uiteindelijk gebouw of wellicht zelfs de stijl van een architect (en dan praten we nog niet eens over de 'artistieke weergave' voor opdrachtgevers) dan is de technische kennis om de mogelijkheden van software te overstijgen een belangrijke aanwinst in de autonomie en zeggingskracht van een architect. Of in andere woorden, als het menu net niet die ene optie biedt die je wilt hebben, kun je óf het erbij laten zitten óf zelf de gewilde functie schrijven. Ziehier de motivatie om architectuurstudenten vertrouwd te maken met de eerste programmeerbeginselen. Niet iedere architect zal er ook gebruik van willen maken, maar dan is het in ieder geval een bewuste keuze. Tegelijkertijd komt hier de discussie over open-source en 'design for hackability' voorzichtig om de hoek kijken, want niet elke software staat zulke gebruikersinterventies toe.

Moderne programmeertalen (eigenlijk moet je zeggen scripting-talen) hebben het relatief eenvoudig gemaakt om, ook zonder jarenlange studie van obscure details over memory allocation, hoogwaardige software te schrijven. Mathematica is in deze zin een goede keuze omdat wiskunde altijd verbonden is geweest met het architectonische ontwerpproces. Wiskunde en architectuur hebben een lange gezamenlijke traditie, een traditie die zowel praktisch als cultureel is: denk aan klassiekers van Pythagoriaans fetisjisme als de gouden ratio, geometrische modulatoren en machinale symmetrische transformaties. Een van de studentenprojecten gebruikte deze historie als inspiratie door de Fibonacci-reeks als basis voor hun ontwerp te nemen. Formele talen hebben altijd deel uit gemaakt van architectuur, computers hebben deze gemechaniseerd en onzichtbaar gemaakt. Door deze connectie vanachter de visuele interface naar de voorgrond te halen blijken deze nog steeds actueel.

Zoals de meeste eindprojecten indrukwekkende halfproducten bleken, een lanceerplatform voor echte applicaties, zo leverde deze workshop weinig antwoorden op, maar wel veel nieuwe vragen. Dat is al heel wat.