Feature —

Blessing in Disguise

Jeroen van Mechelen

Op dinsdag 22 februari gaf Dirk Sijmons een lezing over IJburg in de lezingenreeks ‘de maakbare stad’ van de UvA. In de kerk aan het Spui in Amsterdam liep Sijmons, rijksadviseur voor het Nederlandse landschap, een ererondje met betrekking tot het voorlopige resultaat.

Er is al veel gezegd over IJburg, er is zo mogelijk nog meer geschreven. Maar nog steeds heerst het gevoel dat de woorden met beleid moeten worden gekozen om niet alle wonden opnieuw open te trekken. Zo ook tijdens deze lezing. Zolang er nog niet bewezen is dat IJburg de geschiktste nieuwe habitat is geworden van het nonnetje, het duikertje, de driehoeksmossel en de kuifeend, zal geen mens er met een gerust hart kunnen wonen.

De boodschap van deze lezing was echter klip en klaar: IJburg is een slim plan, IJburg is een goed plan. Met behulp van een strategisch historisch perspectief – een charmant versje uit de 17e eeuw over de Regulierdwarsstraat en de geschiedenis van het landgoed Schaap en Burgh, dat door uitwisseling van kostbare veengronden en Amsterdamse poep een nieuwe stad en een succesvolle buitenplaats van Amsterdam werd – legde hij het met weerstand bouwen uit als een Amsterdamse traditie. In een helder betoog werden ook nog maar eens alle argumenten vóór de bouw van de eilanden doorlopen. Sanering Diemerzeedijk, slechts 6% bebouwing van het totale IJmeer, kilometers extra oevers met rietkragen en ringslangen en luwtezones voor onderwaterleven en vogelverblijf. 45.000 Amsterdammers uit alle lagen van de bevolking een huis aan het water, op fietsafstand van Amsterdam. De laatste ongelovigen werden vanavond overgehaald door IJburg te plaatsen in de vooruitstrevende Amsterdamse bouwtraditie, in een goede omgang met ecologie en natuur. Ook IJburg past in de traditie van de grote bouwprojecten nu het als continuüm van de eilandenserie aan de zuidzijde van het IJ komt te liggen. Na de grachten en de groene ‘scheggen’ zijn de eilanden een mooie derde landschappelijke structuur die de stad Amsterdam op logische wijze verder brengt in haar ruimtelijke ontwikkeling.

Tegelijkertijd breekt IJburg ook als eerste met deze tradities. De ‘overwinning’ van de planologen en stedenbouwers ligt in de ‘voorgekookte magnetronmenu strategieën’ van het IJburg ontwikkelteam waardoor stapsgewijs deelakkoorden een gelaagd fundament van de eilanden zijn gaan vormen. Het ontwikkelteam bestaat uit de Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam, Palmboom van den Bout stedenbouwkundigen en H+N+S Landschapsarchitecten waar Dirk Sijmons mededirecteur van is. Door Sijmons’ uitgekiende ‘stepping stone strategie’ is de ontwikkeltijd van een omvangrijk plan als IJburg in een dichtslibbend landschap van regelgeving en inspraak tot een minimum beperkt.

De tweede traditiebreuk zit in de ontwikkelconsortia, verantwoordelijk voor de realisatie van de woningen (per bouwblok een supervisor, 5-7 architecten, woningbouwverenigingen / ontwikkelaars met bijbehorende aannemers en gelieerde installatiebureaus, constructeurs, adviseurs etc…) Elk bouwblok op IJburg werd zo een Barbapapapak waarin al deze partijen samen een vorm moesten vinden om een dergelijke ambitie in één keer te realiseren. En er zijn wat ellebogen en knietjes uitgedeeld voordat er een overtuigend blok bestekgereed was. Een behoorlijk aantal consortia is dan ook voortijdig uit hun pak gescheurd. Een aantal blokken heeft zwaar te lijden onder de financiële en procedurele druk. Jammer dat Sijmons daar in zijn lezing niet verder op inging. Het heeft weliswaar niet direct te maken met zijn rol als landschapsarchitect maar hier gaat het plan over in echt wonen, met alle problemen van dien.

Samen met de ineenstortende economie en de stijgende huizenprijzen is de fasering van IJburg nu ingrijpend gefragmenteerd. Hiermee wordt ‘deel twee’ van IJburg, Strandeiland & Buiteneiland, behoorlijk naar voren in de toekomst gedrukt. Zeker nu dit bestemmingsplan opnieuw bij de Raad van State ter beoordeling ligt. Tegelijkertijd heeft het grondbedrijf De Domeinen geld geroken en wil in plaats van 7 miljoen plotseling 153 miljoen hebben voor de grond waarop deel twee van IJburg zal worden gebouwd.

Verassend relativeert Sijmons dit haperen van de voortgang als een ‘blessing in disquise’… In de luwtezone van economie en politiek kan ‘IJburg’ zich hervatten, verdiepen, verjongen en verbeteren. Wat Sijmons voor ogen heeft is een nog beter IJburg dan gepland. Een wijk met een eerste vleugje ontstaansgeschiedenis, planaanpassing, generatieconflict en cultureel sediment. De eerste opleving van IJburg komt wat hem betreft vanuit IJburg zelf, met een eigen identiteit, niet enkel bedacht vanuit de moederschoot Amsterdam.

Het is wellicht deze breuk die Nederland kan behoeden voor de nieuwe problemen in het inmiddels achterhaalde bouwen van ‘grote bouwprojecten’. Enkel een minder totalitair denken en handelen, kan de maakbare stad ook maakbaar houden. De toenemende vertragingen door toedoen van natuurbewegingen, inspraak, wispelturige economieën, instabiele huizenprijzen, en misschien het toekomstige uitwijken naar een grenzelozer Europa, maken dergelijke exercities fijngevoeliger en riskanter. Dirk Sijmons heeft dit in het beginstadium van IJburg feilloos aangevoeld. Helaas mist het ‘uitvoeringsformat’ architectuur grotendeels deze finesse. IJburg verdient het om rijper uit de strijd te komen dan een ‘lullig’ economisch of ecologisch compromis. Er is nog tijd als water.