Recensie —

Ontwerpen voor het interieur

Daan Schipper

Over een houten kistje met een geheim en een stofzuiger die gewoon stofzuiger is. In het Stedelijk Museum te Amsterdam (tijdelijk SMCS) is t/m 15 mei de tentoonstelling NEST te zien, met een selectie van hedendaagse ontwerpen voor het interieur. Daan Schipper ging kijken.

Freek de Jonge vertelde ooit eens een verhaal dat ging over een kistje. Het kistje was het allerlaatste stuk van een houtsnijder, nadat hij het gemaakt had hing hij beitel en guts aan de wilgen en liet de boom de boom. De houtsnijder schonk het gesloten kistje aan een willekeurige jongen en vertelde hem dat hij over de wereld moest reizen. Wanneer hij terugkwam zou hij de sleutel van het kistje krijgen en weten wat er in zat. De jongen vertrok, keerde een jaar later terug en vertelde de houtsnijder dat hij de sleutel niet wilde hebben omdat hij had gezien dat elk geheim dat de mens aan de natuur ontfutselt, verkracht en verminkt wordt. Hij wilde het geheim van het kistje niet kennen maar koesteren omdat het zo nog van alles kon zijn.

Ik snap conceptuele ontwerpers wel. Soms is het genoeg om iets te ontwerpen dat vooral verwondering oproept of uitstraalt. Ik snap ook dat het Stedelijk Museum juist nu een selectie uit ontwerpen van hedendaagse ontwerpers samenstelt om een gedeelte hiervan op te nemen in de vaste collectie. Sinds 1995 is het een goed gebruik bij het Stedelijk om jaarlijks 'een voorstel tot gemeentelijke kunstaankopen' te doen in de vorm van een tentoonstelling. Dit jaar is de productvormgeving aan de beurt, een discipline die nog niet eerder getoond werd. Ik snap ook dat een groot deel hiervan tamelijk conceptuele ontwerpen zijn, waaruit een zelfde verlangen naar het ongekende en onbenoemde spreekt als uit het verhaal van Freek de Jonge. Dat is namelijk de tijdgeest.

Als ik goed kijk naar al de prachtige voorbeelden van hedendaagse vormgeving zie ik vooral verwondering. Van de lamp die met zijn armatuur zijn eigen schijnsel omvat tot het verstophuis van oude planken en meubels; van het rubber retro audiosetje tot de stof met glasparels. Het lijken persoonlijke of gedeelde herinneringen die zijn opgepakt en in een andere context werden teruggeplaatst.

Na het bezoeken van de tentoonstelling was ik dan ook vooral vertederd (om eens een niet al te mannelijk woord te gebruiken). Het mooie van het zien van deze producten in een museale omgeving is dat ze losgemaakt zijn van het doel waar ze meestal voor bedoeld zijn: aanraken en gebruiken. Je wilt niet afwassen aan het betegelde aanrecht, je wilt niet gaan hangen aan de kanten tafel en je wilt eigenlijk ook geen thee schenken uit een schedel met waterratbontje of een boek lezen bij de lamp van een motorfilter. Je wilt je alleen even verwonderen. Verwonderen over de puurheid en de schoonheid van deze losgeweekte dingen. Het enige product dat dit niet heeft, is de stofzuiger. Die stond erbij alsof de schoonmakers een grapje hadden uitgehaald. Een non-conceptueel, weliswaar knap ontwerp.

Musea en producten vormen een rare combinatie. Je verheft het dagelijkse ding tot een unicum. Gek genoeg leent 99% van de selectie van 94 uit 500 ingezonden producten in de NEST tentoonstelling zich hier wonderwel hiervoor. Het is de vraag of de ontwerpers daar op uit waren. Het kan zijn dat het museum ze hier op uitgekozen heeft. Hoe dan ook, de producten hebben een museale kwaliteit.