Feature —

Polderparadigma op de tenen getrapt!?

Tim de Weerd

Vraagtekens en onduidelijkheden bij de intreerede van de nieuwe Wageningse hoogleraar landschapsarchitectuur Jusuck Koh vormden de aanleiding voor een vakdebat, gehouden aan de Academie van Bouwkunst op 24 maart in Amsterdam. Vijf landschapsarchitecten, Lodewijk Baljon, Rob van Leeuwen, Yttje Feddes, Peter de Ruyter en Silvo Thijsen, reageerden op de inauguratierede van Jusuck Koh, waarin hij het modernistische
‘polderparadigma’ een gebrek aan ‘ecologische normen en waarden’ verweet.

Voor een opkomst ver boven de toegestane brandweernormen, excuseerde Jusuck Koh zich voor het mogelijkerwijs op de tenen trappen van 'andersdenkenden' binnen de Nederlandse vakwereld; zijn mening is geen éénsluidende waarheid. Waarna hij een sterk samengevatte inauguratierede voorlegde met de hoofdvraag: 'Can landscape 'architecture' rely on aesthetics of modernity?'

Jusuck Koh antwoordde hierop dat de Nederlandse landschapsarchitectuur niet haar verantwoording moet zoeken op een modernistische wijze binnen abstracte vormentaal en productgerichte ontwerpstrategieën, zoals in de architectuur en stedenbouw, maar koers moet zetten richting een 'ecologische benadering'. Met 'ecologie' doelt Jusuck Koh niet op bomen, herten en kikkers, maar op 'deep ecology', 'ecology of mind', 'ecology of experience' en op de diepere psychologie van de menselijke waarneming, het bewustzijn en de creativiteit. En dat allemaal in één woord.

Deze 'ecologische benadering' of 'ecologische esthetiek' stoelt op drie principes: 'inclusive unity', 'creative balance' en 'complementarity'. Hieronder vallen weer thema's als processes of change, sense of 'connectedness' to nature, fitness, open-endedness, aesthetic of frugality, view framing, immediacy, accepting the given, diversity, flow, fluvial forms, 'Self-Similarity', sensuality, fragmentation and disorder, fluidity, Masculinity with Femininity, reciprocity and mutuality, simultaneity, surreality, en nog meer 'veelzeggende' termen. Koh illustreerde zijn verhaal met foto's en illustraties, maar bleef onduidelijk over de hedendaagse Nederlandse landschapsarchitectuur.

Wel duidelijk, maar aanvechtbaar, waren de drie concluderende stellingen, die Koh aan het eind van zijn betoog poneerde: 'Deep and creative integration of ecology into landscape aesthetic is possible and useful. Modernity goes against authentic landscape architecture and land-based art. The conflict is not between design and ecology. The conflict is between modernity and ecology.' Het ideaalbeeld is een synthese tussen de, in zijn ogen, modernistische, westerse waarden en de meer procesgerichte, ecologische oosterse waarden.

En daarmee schetst Koh, volgens Lodewijk Baljon, een haast karikaturaal beeld van de modernistische traditie binnen de Nederlandse landschapsarchitectuur. De tegenstelling 'modernisme versus ecologie' is niet vruchtbaar, daar de Nederlandse modernistische traditie al teruggaat tot de 17e eeuwse droogmakerijen en niet gebaseerd is op het 'saaie' functionalisme, dat Koh tegenover de 'ecologische benadering' stelt. Er zit veel meer in de Nederlandse modernistische poldertraditie, dan Koh's karikatuur doet geloven! Lodewijk Baljon deed dan ook de oproep ecologie vooral als systeem van de natuurwetenschappen te blijven zien.

Door de enorme hoeveelheid woorden eindigend op '-ism' of '-ity' in Jusuck Koh's inauguratierede, kon Rob van Leeuwen er geen betekenis in vinden. Alles blijft te algemeen en onuitgesproken: 'Koh laat 'kleine plaatjes' zien, maar geen echte voorbeelden, laat staan een plan of strategie.' Daarnaast bekritiseerde Rob van Leeuwen het in zijn ogen simplistische wereldbeeld van Jusuck Koh, gebaseerd op contrasten. En waarschuwde dat wanneer 'afscheid' wordt genomen van het polderparadigma en het daarbij horend cultureel erfgoed, niet 'creative balance', maar 'creative amnesia' het gevolg zou zijn.

Yttje Feddes daarentegen deed aan opbouwende kritiek, waarin ze de nadruk legde op het spel tussen mens en natuur: 'ligt alles vast' of is er nog ruimte voor onverwachts ruimtegebruik, en het creëren van condities voor dit 'spel'. Het 'tussen-de-regels-door-lezen' als vertaling van wat Jusuck Koh bedoelde met de ecologische benadering. Maar ook zij vond de abstracte strijd tegen het modernistische paradigma niet nuttig, omdat het simplistische beeld dat Jusuck Koh schetst, niet klopt. Yttje Feddes stelde dat omdat er al zoveel gedaan wordt aan de 'ecologie van Koh', het beter is daar op te reflecteren, in plaats van een simpele, kortzichtige discussie van tegenstellingen te voeren. Dus op zoek naar voorbeelden die het vakdebat verder kunnen brengen.

Met een serie foto's van het Nederlands licht boven de horizon, gezien vanaf de afsluitdijk, verduidelijkte Peter de Ruyter de essentie van ruimte; namelijk de ecologie van licht. Haast metaforisch verhelderde hij z'n zienswijze door deze ecologie van het licht te betrekken op het modernistische gebouw van Dudok op diezelfde afsluitdijk. Het uitzicht vanuit dit gebouw op horizon, water en licht, maken dit tot één van de meest tijdloze gebouwen in relatie met het landschap. Het modernistische gebouw kadert het schitterende licht in en laat iets 'extra's' ontstaan. Daarmee deed De Ruyter een voorstel tot een herinterpretatie van het modernisme binnen het Deltalandschap: 'create a third way in landscape architecture framing modernism and ecology in one perspective, waiting for significance…'

Met de veelzeggende titel 'Towards hermeneutical landscape architecture in the land of the rising swamp' vatte Silvo Thijsen vervolgens de inhoud van zijn betoog samen. Oftewel: 'Tao and technique in the polder', een nieuw paradigma voor de polder!

Na de verkorte inauguratierede en de vijf stellingen was het tijd voor het publiek om te reageren. De algehele stemming werd goed verwoord door Erik de Jong. Hij stelde dat de 'roots' van de landschapsarchitectuur niet in het 'polderparadigma' liggen, maar in de tuinkunst. En willen we de 'Nederlandse landschapsarchitectuur' en het 'polderparadigma' exporteren, een logische stap gezien het feit de halve wereld in delta's leeft, dan moet er ook gekeken worden naar wat er zich buiten onze landsgrenzen afspeelt. Er is meer dan het Nederlandse 'polderparadigma'! Daar heeft Koh een punt, maar zijn tegenstelling ecologie versus modernisme is een te simpele voorstelling, haast een karikatuur. Daarnaast is er de vraag naar praktische uitwerkingen die Jusuck Koh's stellingen handen en voeten geven.

Vooralsnog is de Nederlandse vakgemeenschap licht op de tenen getrapt: lange tenen, scheve gezichten, maar ook instemming. In ieder geval toonde de bomvolle zaal geïnteresseerden dat Koh een gevoelige snaar raakt