Recensie —

Tijd, ruimte en boeken

Allard Jolles

Erna van Sambeek en René van Veen vormen al jaren de spil van het architectenbureau Van Sambeek en Van Veen. Sinds kort heeft ook dit bureau de voor het prestige zo noodzakelijke eigen catalogus.

Achterblijven is geen optie, als je nog geen boek hebt, hoor je er niet bij als zichzelf respecterend bureau. Het valt daarom des te meer te waarderen dat Van Sambeek en Van Veen zich er niet makkelijk van af hebben gemaakt. Het boek is behalve een catalogus van werken tegelijkertijd een poging om de werkwijze en de manier van kijken van het bureau wereldkundig te maken. Dat laatste zit vooral in de thematische benadering.

Bladeren

De voor dit boek geselecteerde projecten staan in hoofdstukken die de thema's in één woord proberen te vatten: neutraliteit, exclusiviteit, familie, serialiteit, positie, interioriteit en tijd.

Het schijnt dat Van Sambeek en Van Veen, voordat ze aan een klus beginnen, altijd kijken of minimaal twee van deze thema's aan de opdracht verbonden kunnen worden. Of dat ook betere woningen of werkplekken oplevert is natuurlijk de vraag, maar de keuze is zeker legitiem: Van Sambeek en Van Veen werken nu eenmaal zo. Het maken van dit boek is wat dat betreft niet anders behandeld dan een ontwerpopgave. En dat is wel zo verfrissend. Daarom komt elk project minstens twee keer voor, met bij het thema behorend beeldmateriaal. Nadeel van deze werkwijze is natuurlijk dat als je als lezer één project wilt doorgronden, je verplicht bent het hele boek door te bladeren. Het op zich handige  verwijzingssysteem per project helpt het zoeken te vergemakkelijken, maar toch gaat al dat geblader na een tijdje irriteren. En het werkt heel wat doublures in de hand. Een project als Erasmusgaarde in Den Haag – maar liefst in zes thema's aanwezig – had in een klassiek, projectmatig opgezet boek met heel wat minder pagina's toe gekund, zonder kwaliteitsverlies.

Thema's

Dan die zeven thema's'. Zonder enige twijfel passen ze allemaal bij Van

Sambeek en Van Veen, maar ze lijken onvolledig en inwisselbaar. Er valt van alles op die zeven thema's af te dingen. Zo is het verschil tussen familie en serialiteit echt iets voor fijnslijpers. En wie de architectuur van het bureau een beetje kent van 'in het echt' zien, en de desbetreffende projecten in het boek op zoekt, mist bijvoorbeeld termen als precisie, zorgvuldigheid, eenheid, veelheid, context, netheid of openbaarheid. Die lijst had ook gekund. Waarom juist voor deze zeven thema's is gekozen, wordt aan de hand van korte tekstjes bij ieder hoofdstuk uitgelegd. Een goed plan, maar overtuigend zijn die tekstjes allerminst. Bij het thema 'tijd' (in de tekst 'de factor tijd' genoemd, kan dat soort nutteloos woordgebruik niet eens een keer verboden worden) lezen we bijvoorbeeld: 'Het gaat mij (dat is Van Sambeek, Van Veen is totaal afwezig in de teksten, AJ) er niet alleen om een verhouding te vinden tussen het heden en verleden, maar ook een verhouding met de toekomst. Wat er was, wat er is en wat er kan komen, zijn alledrie van gelijkwaardig belang.' Verleden, heden en toekomst zijn van belang. Alles is van belang dus, denkt de lezer, en in gelijke mate ook nog. En vervolgens ontdekt diezelfde lezer dat de meeste van de in dit hoofdstuk behandelde projecten ook bij het thema 'positie' staan. Logisch: het gaat Van Sambeek om de plaats van nieuwe ontwerp ten opzichte van wat er al staat, de ene keer wat betreft plaats, de andere keer wat betreft tijd. Time, space and architecture, ja, die kennen we al, dat is geen nieuwe benadering en zeker geen nieuwe ontwerpmethode.

Als we even de gekozen systematiek van het boek vergeten en bovenstaande kritiek dus ook, dan valt er wel degelijk te genieten van dit boek. De vele tekeningen, maquettefoto's en ander presentatiemateriaal, duidelijk in de meerderheid ten opzicht van gewone architectuurfotografie, voegen echt iets toe: ze verduidelijken bijzonder goed wat er op straat te zien valt. Ik raad u aan met dit boek in de hand eens de geweldige bruggen van dit bureau in IJburg te gaan bezoeken, en uzelf dan de vraag te stellen of dit bruggen zijn die bij Amsterdam horen, of ze in IJburg passen, of ze goed staan, of ze typisch stedelijk zijn, en of ze aansluiten bij de traditie die bruggenbouwers als P.L. Kramer hebben ingezet.

Dat wordt zonder enige twijfel een volmondig 'ja' op alle thema's.