Recensie —

Believe it or not, NL Architects

Bert de Muynck

Op donderdag 19 mei speelde NL Architecten in Amsterdam een thuiswedstrijd. Een lezing op de Academie van Bouwkunst waar Kamiel Klaasse ook doceert, een presentatie voor de homies dus.

Kamiel Klaasse kreeg het die avond in de Academie van Bouwkunst voor elkaar om in een set van negentig minuten ongeveer dertig projecten de revue te laten passeren. Als een volleerd Master of Ceremonies slaagde hij er wonderwel in om de flow er in te houden, hier en daar wat te pitchen en bitchen, maar vooral om de diverse architecturale en stedenbouwkundige beats and pieces coherent te presenteren.

Het is wellicht niet makkelijk voor NL Architecten om vandaag nog hun cool te bewaren. Niet enkel wonnen ze in 2003 de Rietveld Prijs en in 2004 de AM Nai Prijs voor hun BasketBar, maar enkel maanden later ook nog eens de Emerging Architect Special Mention bij de Mies van der Rohe Award 2005 voor hetzelfde gebouw. In de toelichting bij het AM Nai juryverslag konden we volgende lezen: Strak en speels tegelijk vertegenwoordigt de Basketbar de efficiënte inventiviteit die typerend is voor de Nederlandse Architectuur van deze generatie. Bij die van de Mies van der Rohe volgende: The jury believes that this firm has shown its ability to create innovative and visually startling projects, and that this small structure shows that they have disciplined their abilities to such an extent that they promise to make a significant contribution to the future of European architecture. Geen geringe opmerkingen, zowel vaandeldrages van een Nederlandse generatie (Welke generatie? Waar zijn die zelfverklaarde helden uit de jaren negentig gebleven?) als de voorhoede van een Europese generatie.

De lezing zelf was een presentatie van NL’s decennium in de wereld van de architectuur en sprong van ontwerpen voor parkeergarages, naar AH-treinen, naar Korea, Koog aan de Zaan en Parijs. NL ontmoette elkaar tijdens hun studentenjaren in een auto die iedere dag tussen Amsterdam en Delft tufte, auto-didacten zeggen ze zelf. Een generatie die maar gaarne de Rotring inruilde voor de muis en in Photoshop hun kracht ontdekte. Een kracht die ideeën kan presenteren zonder ze daarom ook daadwerkelijk te hoeven bouwen. Die strategie maakt vandaag nog een deel van hun werk uit, heldere collages die idee met inhoud verbinden, zoals blijkt uit hun voorstel om de Nederlandse ambassade in Berlijn aan te passen.

Een ander groot deel van de projecten had als thema de relatie tussen de auto, de stad en de architectuur. Hier kwamen MAZDA, de plannen voor Koningstein en een groot deel van de productie van de jaren negentig aan bod zoals het niet zo nieuwe idee om het dak van binnenstedelijke gebouwen of VINEX-locaties op hun potentie als parkeerplaats te testen met de daaruit vloeiende mobiele kroonlijst – Van Gameren en Mastenbroek wonnen in 1994 de Europan met een ontwerp voor een appartementgebouw in centrum Nijmegen met parkeren op het dak, drie jaar later was het gerealiseerd.

In Koog aan de Zaan mocht NL een terrein onder een snelweg (die door het hart van de stad loopt als een soort brug) aanpakken, hier dient de infrastructuur enkel als dak. Het project illustreert NL’s inventiviteit om bij te dragen aan de hedendaagse cultuur, het terrein werd opgedeeld in een aantal plekken met een sterke esthetische identiteit. Ook hier weer een plaats voor de skaters, in een esthetiek die Kamiel als volgt verklaarde: all the weirdness you invented in the 90’s is now being able to be built.

De mogelijkheid om vloeibare vormen te maken, ontlokte bij Kamiel Klaasse enkele maken de opmerking dat NL wel heel erg dicht bij de antroposofische architectuur aanleunde, zodat het er op lijkt dat de Ton Alberts-revival opnieuw kan beginnen. Maar het is wellicht de enige uitspatting die de architectuur zich in het huidige Nederlandse klimaat van normalisering, bouwbesluiten en courantheid nog kan permitteren. De NL-projecten die zich door stringente besluiten reeds op voorhand ontwerpmatig in een dwangbuis zitten (zoals het Prisma in Groningen), zoeken met deze uitspatting een uitweg. Maar echt overtuigend doen ze dat momenteel nog niet.

NL’s kracht ligt dan ook in het gecontroleerde carte blanche scenario, zoals voor de Mandarina Duck winkel in Parijs waar ze, in samenwerking met Droog Design, onder het motto we moeten niet uitvinden wat reeds is uitgevonden creatief met rubber omgaan. Een creativiteit die hen nog zuur kan opbreken, omdat ze met de ontwerper van het stuk fietsrubber ‘in een wettelijk proces tot ontkenning van zijn bestaan’ zitten. Zelfde categorie van projecten met een gecontroleerd experimenteel karakter: BasketBar, het leerpark in Dordrecht (onder het motto we made a round pavillion because pavillions should be round), WSTLND en het huis voor een Zuidkoreaanse filmmuziek componist (van oa. Oldboy). In deze projecten toont NL Architecten hoe ze de efficiëntie aan de inventiviteit kunnen koppelen, maar ook dat ze die vrijheid kunnen bepalen, bewerkstelligen en beheersen. Dit in tegenstelling tot veel van hun generatiegenoten die zich specialiseren in het beheersen van ‘de regels’. Hun architecturale onkunde vindt een bondgenoot in de kortzichtigheid van de wet. Terwijl het net één van de ambities van die generatie was om daar mee om te gaan. Will the real generation please stand up?