Recensie —

Een verleden landschap ontsloten?

Joep Hendriks

Onlangs werd in het Centraal Museum in Utrecht de Limes Atlas gepresenteerd. Deze op zich bijzondere atlas past volledig in de huidige beleidstrend om cultuurhistorische waarden inzichtelijk en hanteerbaar te maken voor een integratie in de ruimtelijke ordening.

Maar waarom een atlas en waarom de limes? De vele ingrepen in het landschap waar tweeduizend jaar geleden de limes, de zone van de vroegere Romeinse rijksgrens langs de Rijn, werd aangelegd, bedreigen archeologische vindplaatsen en vragen dus om een verantwoorde omgang met het verleden. Daarnaast zoekt men voor ontwerpopgaven vaak naar de geschiedenis en identiteit van plaats en landschap. Als referentie aan het historische landschap wordt vaak kaartmateriaal uit de 19e eeuw gebruikt. Het doel van de Limes Atlas is juist het historisch gelaagde landschap in kaart te brengen (en dus veel verder teruggaat dan 1850), en zo aanknopingspunten te bieden voor landschappelijke transformatieopgaven in het gedeelte van Nederland waar de limes haar sporen heeft achtergelaten. De atlas moet zodoende als naslagwerk kunnen dienen.

Met dit doel voor ogen is de publicatie met een duidelijke structuur opgebouwd. Het eerste deel, Essays, biedt een beknopte maar gedegen intellectuele onderbouwing voor de reconstructies en het kaartmateriaal. In het eerste essay bespreekt Jos Bazelmans (bijzonder hoogleraar archeologische monumentenzorg aan de Vrije Universiteit te Amsterdam) de omgang met de limes en vooral zijn Romeinse context in verschillende perioden als aspecten van ruimte en verleden tijd. Bazelmans begint met de Romeinse behoefte om een eigen historisch verleden te creëren en vervolgt met het teruggrijpen naar Romeinse elementen in de vroege Middeleeuwen, de cartografische inbedding van het Romeinse verleden en het creëren van een Bataafse mythe in de vroeg-moderne tijd. Afsluitend belicht hij de betekenis van het Romeinse verleden voor de Europese Unie in het kader van de uitbreidende Unie en haar nieuwe grondwet.

Tom Bloemers (hoogleraar archeologische monumentenzorg, landschap en erfgoed aan de Universiteit van Amsterdam) verschaft vervolgens het historische kader van de limes en de Romeinse tijd in Nederland door de ontwikkeling gefaseerd te beschrijven. Dit overzicht wordt verbreed met een zeventiental citaten van klassieke auteurs die een Romeins perspectief bieden op het voor hen verre Noorden.

De interpretatie van de limes als archeologisch object en de integratie van de inheemse bevolking wordt verder uitgediept in een interview van Robert Broesi (MUST Stedenbouw) en architectuurhistoricus Bernard Colenbrander met Jos Bazelmans en Michael Erdrich (hoogleraar provinciaal-Romeinse archeologie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen). In het derde essay schetst Bernard Colenbrander enkele achtergronden bij de toepasbaarheid van de limes, aanwezig als sporen van gekleurde aarde in de ondergrond, voor de hedendaagse ruimtelijke ordening. Colenbrander legt daarbij de nadruk op het 'lagenmodel', de werking van identiteiten en het spanningsveld tussen enerzijds de inheemse bouwtradities en anderzijds de Romeinse, van bovenaf geïmplementeerde architectuur.

pagina’s uit het besproken boek

Hiermee lijkt de tekstuele basis gelegd en begint het plaatwerk. Voor het deel Architectuur, ingeleid door Catherine Visser (DAF architecten), zijn een veertigtal reconstructies door DAF vervaardigd. Op basis van soms schaarse archeologische gegevens, parallellen uit de rest van het imperium en de nodige speculatie wordt de omvang en het uiterlijk van de Romeinse architectuur verbeeld. Dit levert een redelijk goede doorsnede op van zowel militaire als civiele bouwwerken die ooit in Nederland stonden. Ook plattegronden van steden, een wegdorp en legerkampen zijn gereconstrueerd. Door de wijze van afbeelden (plattegronden en doorsneden) en het kleurgebruik krijgt men een idee hoe archeologische gegevens zich verhouden tot de uiteindelijke reconstructies.

Met de vergaarde kennis kan nu het grotere systeem van de limes begrepen worden. In de delen Systeem en Ruimte en tijd, met kaartmateriaal van MUST Stedebouw, wordt de limes in verschillende schaalniveaus ontleed en eveneens voorzien van een logistiek kader. Robert Broesi wijst in zijn inleiding duidelijk op het belang van het wetland-aspect van de limes, de wisselwerking tussen land en water, en de rol van de limes bij de inrichting van het landschap door de eeuwen heen. De gelaagdheid van het landschap met al haar natuurlijke en culturele verschijnselen wordt weergeven op verschillende tijdstippen, in 200, 1200, 1650, 1900 en 2000 en op verschillende schaalniveaus, van het gehele Midden-Nederlandse rivierengebied tot drie afzonderlijke steden: Nijmegen, Utrecht en Leiden. Tegen de achtergrond van de infrastructurele, stedelijke en waternetwerken zijn de (inmiddels verdwenen) elementen van de limes en zijn fortificaties in als een 'gouden draad' aanwezig. Het laatste deel Ontwerpstrategieën voor de limes, eveneens ingeleid door Robert Broesi, moet inspireren en overtuigen dat de inpassing van archeologie in ontwerpen niet bij voorbaat een probleem is. Met projecten in binnen- en buitenland wordt dit duidelijk gemaakt: tien creatieve inpassingen door conserveren, branding, statisch markeren, flexibel markeren, reconstrueren, actualiseren, etaleren, inpassen, omhullen en materialiseren.

De Limes Atlas lijkt primair bedoeld voor ontwerpers en beslissers in de ruimtelijke ordening, maar hij zou ook onderzoekers, wetenschappers, bestuurders en projectontwikkelaars moeten stimuleren en uitdagen na te denken over het belang van cultuurhistorie, bij het ontwerpen en ontwikkelen op alle schaalniveaus. Menig ontwerpbureau kan dan ook zijn voordeel doen met deze atlas, als is het maar om te beseffen dat het landschap een verfijnde tijdsdiepte bezit, waarvan de limes slechts één element is. Archeologen en historici zullen zich wel moeten realiseren dat de atlas in eerste instantie niet voor hen bedoeld is. Ondanks het feit dat de reconstructies soms zeer tot de verbeelding spreken, valt het te betreuren dat op enkele punten geen wetenschappelijke fine tuning heeft plaats gevonden. In dit geval blijft het voor hen bij leuk plaatjes kijken.