Recensie —

Paul Noble’s Nobson Newtown

Piet Vollaard

Tien jaar lang werkte de Britse kunstenaar Paul Noble aan een reeks monumentale potloodtekeningen die samen de fictieve stad Nobson Newtown beschrijven. In Museum Boijmans van Beuningen zijn er een aantal te zien, een aanrader.

Er bestaat een speciale literaire onderafdeling van de aardrijkskunde die zich bezig houdt met het in kaart brengen en beschrijven van fictieve landen. Misschien is deze zogenaamde geofictie een ‘jongensding’, veel vrouwen lijken er zich niet mee bezig te houden. Het tekenen van kaarten van onbewoonde eilanden (met een kruisje op de plaats van de verborgen schat) is echter nog steeds een favoriet tekenonderwerp op de basisschool. Sommigen houden daar niet op en blijven hun hele leven landen en werelddelen verzinnen, inclusief een grondwet, een uitvoerige geschiedschrijving, een dienstregeling van het fictieve spoorwegennet, handelsverdragen met naburige fictieve landen, en kaarten, veel kaarten, soms enigszins onbeholpen getekend, maar meestal van een professionele, niet van echt te onderscheiden kwaliteit. In een aantal gevallen zijn deze fictieve werelden ironische of maatschappijkritische commentaren op de werkelijke wereld, soms gaat het om ware utopieën. Deze hobby heeft zijn ‘serieuze’ pendant in de bekende utopieën en distopieën uit de wereldliteratuur en kunstgeschiedenis van Moore’s Utopia tot Constants New Babylon. Dergelijke serieuze vormen van geofictie zijn echter schaars en zelden optimistisch. In elk geval moet iedere utopie vooral worden gelezen als een kritisch commentaar op de werkelijkheid. Gelezen, want geofictie bedient zich weliswaar van kaarten en tekeningen, maar is toch vooral een vorm van literatuur. Zonder het verhaal zijn de kaarten en tekeningen betekenisloos.

Een fantastisch voorbeeld van die fusie tussen tekst en beeld, die zo kenmerkend is voor geofictie, is op dit moment in het Rotterdamse museum Boijmans te bewonderen. Al tien jaar werkt de Britse kunstenaar Paul Noble aan het optekenen van de fictieve geografie, geschiedenis en onvermijdelijke ondergang van Nobson Newtown. In 27 minutieus uitgevoerde potloodtekeningen, sommige van werkelijk overdonderende afmetingen (Ye Olde Ruin, een van de tekeningen in Boymans is 4,5 x 7,5 meter groot), worden de verschillende gebouwen en wijken van deze stad getoond. Het is geen vrolijke boel in Nobson. Nobson Central ziet er uit als een verlaten modernistische woonwijk na een recent bombardement. Overal gaten in het beton van de kubusvormige wooncellen in de kasbah-achtige wijk, brokken puin, uitstekend betonijzer, verlaten huisraad, en nergens een bewoner te zien. Een ander gebouw Mall, Nobsons winkelcentrum, oogt als een mengeling van de Taj Mahal en een elektriciteitscentrale. Echt funshoppen is het er echter niet, de gevels en de minaretten zijn bedekt met stripverhaalachtige hiërogliefen die de consumptiecultuur kritiseren en de kettingen die van de torens afhangen lijken bedoeld om de argeloze bezoeker voor eeuwig aan de Mall te ketenen.

Wat Nobles tekeningen van Nobson Newton vooral bijzonder maakt is het feit dat ze – naast de met de tijd steeds vakbekwamer wordende, precisie waarmee ze zijn getekend – tevens letterlijk als tekst gelezen kunnen worden. Nobson is voor een groot deel opgebouwd uit door Noble ontworpen driedimensionale letters. Soms vormen die letters de titel van het desbetreffende gebouw, soms worden er complete teksten mee ‘geschreven’, die met grote moeite in de tekening gelezen kunnen worden. De fusie tussen literatuur en kaart die inherent is aan geofictie, wordt in deze tekeningen op een letterlijke wijze tot stand gebracht. Daarnaast bevatten Nobles tekeningen veel stripverhaalachtige decoraties, in een aan underground tekenaars als Robert Crumb verwante stijl, zodat de tekening ook op dit niveau als beeldtekst gelezen kan worden.

Als bezoeker wordt het ‘lezen’ van de tekening bijna opgedrongen, het geheel is door de monumentale afmeting van de werken nauwelijks te overzien. Door dichter naar de tekening te lopen ontdek je steeds meer detail en wordt je de tekening ingezogen. Uiteindelijk staan de meeste bezoekers van de tentoonstelling met hun neus op de tekening fragmenten van het geheel te lezen. In het Boijmans zijn maar een paar van de 27 Nobsontekeningen te zien, maar dat is meer dan genoeg om lange tijd in de zalen door te brengen.

Deze tentoonstelling is een bezoek meer dan waard, uit bewondering voor de monomane vasthoudendheid waarmee Paul Noble tien jaar lang aan dit oeuvre werkte, vanwege de bewonderenswaardige vakkundigheid waarmee de potloodtekeningen tot in het kleinste detail zijn uitgevoerd, of om te zien dat de traditie van maatschappijkritiek door het minutieus beschrijven en tekenen van een fictieve wereld nog niet uitgestorven is.