Feature —

Pleidooi voor woon-werkgebouwen

Bart Reuser

De scheiding van woon- en werkfuncties is een hardnekkige erfenis van de industriële samenleving en de achterhaalde modernistische idealen die ermee samenhangen. Een aantal tendensen op sociaal en economisch gebied hebben sinds de jaren 90 een verschuiving op gang gebracht die twijfels zaait over de beperkingen die deze scheiding veroorzaakt.

Bij bewoners is er een steeds diverser wensenpakket ontstaan ten aanzien van de woonomgeving. De woonconsument wil diversiteit en keuzevrijheid; thuiswerken hoort daar bij. Vanuit politiek oogpunt wordt er aangestuurd op een sterkere menging en last but not least tonen projectontwikkelaars een groeiende interesse in zogenaamde (functievrije) cascogebouwen; gebouwen waarbij in een laat stadium van investering de inhoud nog aangepast kan worden aan de vraag. Deze veranderingen vragen om een vernieuwing in het denken over de leefomgeving. Moet het onderscheid tussen woon- en werkfuncties nog wel zo strikt gemaakt worden als dat in het huidige bouwbesluit gedaan wordt? Tijd voor ontschotting!

Als de huidige tendensen hun doorgang vinden wacht ons een interessante periode waarin zich een diversiteit aan woon-werkgebieden kan ontwikkelen, waarbij op verschillende schaalniveaus een nieuwe mix van activiteiten mogelijk wordt. De menging kan daarbij zowel op de schaal van een stedenbouwkundig plan als op de schaal van een gebouw of zelfs een enkele woon-werkeenheid plaatsvinden. Een verandering die dus op de volledige schaal van het vakgebied, van stedenbouw tot woningontwerp, haar invloed kan hebben.

Een project dat al veel bekendheid heeft gehad in relatie tot dit thema is 'Sandwich Stad', het winnende Europan 5 ontwerp van BAR architecten. Dit bureau heeft de afgelopen jaren diverse studies uitgevoerd naar 'woon/werk gebouwen/gebieden'. Door de toepassing van een aantal expliciete ontwerpmethodes ontstaan gebieden waar, binnen strikte randvoorwaarden, een rijke variëteit aan typologieën georganiseerd kan worden.

De aanpak van BAR is in zekere zin een uitzondering in een tijd dat steeds meer ontwerpen de toekomstige bewoner een zo groot mogelijke vrijheid laten. Robert Winkel is daar stellig in en stelt dat 'een woning mogelijkheden voor de gebruiker dient te scheppen. Kortom, ruimte maken voor het onverwachte. Dit kan de inrichting van de Titanic zijn, maar ook de combinatie van wonen en werken'. Het ontwerp voor het Schiegebouw fase 4b laat deze tendens onder meer zien, de woningen in dit gebouw kunnen niet alleen op verschillende manieren worden ingedeeld, maar zijn ook uitbreidbaar op dezelfde vloer. De extra voordeuren maken het mogelijk om ook losse werkvertrekken met eigen ontsluiting aan de woningen te koppelen. Hier is dus sprake van een zeker vorm van uitwisselbaarheid van functies.

Het gebouw dat ANA momenteel realiseert op Steigereiland in Amsterdam gaat daar nog een stapje verder in. Het achterliggende Multifunk concept is in opdracht van Lingotto vastgoed ontwikkeld en is zonder meer een statement tegen de monofunctionele woonwijken te noemen. Het concept gaat er vanuit dat een gebouw op drie niveaus flexibel moet zijn; de unit, de ontsluiting en het gebouw als geheel. De studie heeft zich daarbij gericht op de overlap tussen de eisen aan woon en werkfuncties, met als doel een structuur die de uitwisseling van de functies ten alle tijden mogelijk maakt.

Een vergelijkbare studie is gedaan door VMV; en zekere verbijstering over de complexiteit die het bouwbesluit creëert ten aanzien van verschillende functies deed hun ertoe besluiten op eigen gelegenheid een studie te starten naar deze regelzucht. De studie FLEX die hieruit voortgekomen is toont zeer nauwgezet de absurditeit van verkokerde regelgeving aan, maar probeert die ook te omzeilen door de overlap in kaart te brengen. Ze destilleren hieruit een torentypologie, met een kruisvormige plattegrond die een zeer divers programma in zich op kan nemen, het summum van de generieke stad. Dat is op zichzelf interessant, maar mogelijk nog interessanter is het statement dat ermee gemaakt wordt. We kampen met een postindustriële erfenis die nodig aan vernieuwing toe is wil het klaar zijn voor een nieuwe periode van functiemenging. Veelbetekenend is dan ook de daad van Piet Grouls om eigenhandig een brief te richten aan onze minister van VROM om bij de voorgenomen ontregeling van Nederland vooral niet de bouwwereld te vergeten.