Nieuws —

Raad voor Cultuur constateert gebrek aan visie in Actieprogramma Ruimte en Cultuur

Raad voor Cultuur

Onnodig afscheid van een succesvol architectuurbeleid

Het Actieprogramma Ruimte en Cultuur ontbeert een visie op architectuur. Het beleid van de rijksoverheid is niet meer dan een optelsom van reeds lopende rijksprojecten ingekaderd in doelstellingen van een ander beleidsterrein, namelijk de nota Ruimte. Er is geen sprake meer van een expliciet geformuleerd cultuurbeleid over architectuur. Hierdoor dreigt het rijksbeleid terug te vallen naar de situatie van voor de verschijning van de eerste Architectuurnota in 1991, toen er sprake was van een gefragmenteerd, incidenteel en onsamenhangend beleid. Dat schrijft de Raad voor Cultuur in een advies aan staatssecretaris Van der Laan.

Het Actieprogramma Ruimte en Cultuur is een uitvoeringsprogramma van de Nota Ruimte, opgesteld door de minister van VROM en de staatssecretaris van OCW. Het Actieprogramma moet de in 1991 geintroduceerde Architectuurnota gaan vervangen. Het Actieprogramma Ruimte en Cultuur is door het kabinet op 15 april aan de Tweede Kamer aangeboden.

Het sinds 1991 gevoerde architectuurbeleid heeft er voor gezorgd dat ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving niet meer uitsluitend worden gebaseerd op economische afwegingen, maar dat ook maatschappelijke en culturele factoren een rol spelen. Een verworvenheid van dat beleid is dat architectuur wordt opgevat als een samenwerkingsproces tussen opdrachtgevers, ontwerpers en gebruikers. 'Zonder nadere verantwoording neemt u afscheid van een tot nu toe succesvol gebleken architectuurbeleid, dat internationaal in hoog aanzien staat en waarin vooral de maatschappelijke inbedding van architectuur en het publieke debat als rijksverantwoordelijkheid centraal stonden', zo schrijft de Raad aan staatssecretaris Van der Laan.

Juist de aandacht voor die maatschappelijke betrokkenheid en het toenemende culturele besef bij beslissers, bouwers en opdrachtgevers ontbreekt in het Actieprogramma Ruimte en Cultuur en verdient in de ogen van de Raad steun vanuit het cultuurbeleid. Het Actieprogramma Ruimte en Cultuur is te exclusief gericht op het handelen van de overheid zelf. Het programma is niet vanuit brede vakinhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen geformuleerd of door samenwerking met partijen buiten de rijksoverheid tot stand gekomen, aldus de Raad. In het Actieprogramma worden architectuur- en erfgoedinstellingen gepositioneerd als uitvoerders van het rijksbeleid. Volgens de Raad wordt daarmee geen recht gedaan aan de onafhankelijke rol van dergelijke instellingen, die noodzakelijk is om beleidsmakers, bestuurders, beslissers, investeerders en het grote publiek te informeren en de samenwerking te stimuleren. Om de architectonische kwaliteit van Nederland te waarborgen is instandhouding van een onafhankelijke nationale, regionale en lokale culturele infrastructuur waarin initiatieven van onderaf gestimuleerd worden noodzakelijk, aldus de Raad.

Een ander punt van zorg is het feit dat in het Actieprogramma geen uitspraken worden gedaan over de integratie tussen architectuurbeleid en monumentenbeleid, terwijl die twee beleidsvelden zeer sterk samenhangen. Immers, ook de monumentenzorg is een bepalend en belangrijk onderdeel van het cultuurbeleid in het streven de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen.