Recensie —

De mens centraal

Allard Jolles

Het is prettig om te zien dat sommige architectbureaus niet langer genoegen nemen met ‘zo maar’ een monografie over het eigen werk. Thuis/At Home van Heren 5 Architecten is beduidend anders dan de gemiddelde oeuvrecatalogus.

Wie het boek ter hand neemt, ziet bijna uitsluitend foto's van mensen. Ook op de bijbehorende fototentoonstelling, tot en met 25 juni te zien in de Zuiderkerk te Amsterdam, is er geen gebouw te zien. Deze foto's, allemaal in het boek opgenomen en gemaakt door Kees Hummel, zijn van hoge kwaliteit. Dat is mooi, maar niet het enige. Ze vertellen ook dat bij Heren 5 Architecten de mens centraal staat, als eindgebruiker en belangrijkste criticus van hun architectuur. In de meeste gevallen is de opdrachtgever een projectontwikkelaar of een woningcorporatie, waardoor de eindgebruiker veelal buiten beeld is voor de architect. Toch probeert Heren 5 altijd over de schouders van de cliënt heen te kijken. Daarmee is Thuis/At Home ook op te vatten als statement en als kritiek op collega's die zich volgens Heren 5 te weinig voor mensen interesseren.

Ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling spraken Adri Duijvestein en Leon Deben op een minisymposium in de Zuiderkerk. Duijvestein sprak vooral zijn waardering uit voor het weer in beeld brengen van de mens. Hij citeerde de volgende passage uit het boek: 'De wensen van bewoners worden gefilterd via woonwensenonderzoek of leefstijlenonderzoek, en de filters zijn vaak zó afgesteld dat de verscheidenheid aan wensen en dromen wordt versimpeld en afgevlakt tot het grauwe midden. Met als uitkomst de makelaarswijsheid: De mensen willen nu eenmaal gewoon een huis met een tuin'. Wat een onzin dat inderdaad is, kan iedereen met eigen ogen in iedere buitenwijk aanschouwen. Als alle mensen een tuin willen, waarom zien de meest voortuinen er dan uit als een veredelde parkeerplaats, met hier en daar een bloempot? Mensen willen geen tuin, maar een stukje privé-ruimte in de open lucht, om zich bijvoorbeeld met gebeurtenissen op straat te kunnen bemoeien of gewoon lekker te zitten. Dat gegeven gebruikte Heren 5 bij de herontwikkeling van het wijkje Vissershop in Zaanstad. Buurtgevoel – de zittende bevolking moest terug willen keren – is alleen te bewaren als je met dergelijke gewoontes rekening houdt in het ontwerp. En dat soort informatie is alleen bij bewoners zelf te halen.

Leon Deben ging in op het begrip leefstijlen, volgens hem een veel te grove manier om wensen van mensen in te delen. Er komen altijd hapklare, verkoopbare categorieën uit. Het wordt volgens Deben nóg erger als architecten deze categorieën vervolgens klakkeloos vertalen in woningen en woonplattegronden. Mensen hechten immers aan een eigen identiteit. Die vertaalt zich niet naar een rubricering, maar naar kleine onderlinge verschillen en nuances. En die brengen de bewoners zelf wel aan, daar hebben ze echt geen ontwerper voor nodig.

Heren 5 heeft een aardig boek gemaakt. Er staan gesprekken in met allerlei soorten bewoners, toekomstige en huidige, en allemaal reageren ze op de plannen van de architect of vertellen ze wat ze vinden van het eindresultaat. Hier en daar heeft een bewoner het interieur alweer veranderd, en dat is dan even slikken voor Heren 5. Maar realistisch is het ook: architecten die er niet tegen kunnen dat er in hun scheppingen eens in de vijf jaar een kleine en eens in de tien jaar een grote verbouwing plaatsvindt, doen er goed aan een omscholingscursus te gaan volgen.

In dit boek is, door al die terechte aandacht voor de gebruiker, de architectuur bijna afwezig. En dat gaat me soms net iets te ver. De projecten worden gedocumenteerd met hele kleine plaatjes. Foto's van de gebouwen kunnen dat hebben, maar sommige plattegronden en doorsneden zijn vanwege het postzegelformaat totaal onleesbaar. Dat had beter gemoeten, want het gaat er juist om te kunnen zien wat voor oplossingen de architect gekozen heeft bij het inwilligen van al die gebruikerswensen. In de tekst doet Heren 5 dat wel: inspraak is prima, maar het moet geen 'men vraagt en wij draaien' worden. Waar die grens precies ligt, wordt niet duidelijk. Hier had betere projectdocumentatie, waaronder grotere afbeeldingen, kunnen helpen. Wat de documentatie wel laat zien, is dat de architectuur van Heren 5 geen uitgesproken eigen signatuur heeft. Ook dat is mogelijk een statement. Want het is maar de vraag of het hebben van een eigen stijl er werkelijk toe doet.