Feature —

Een zondvloedje

Daan Schipper

In het weekeinde dat de zondvloed (2e architectuurbiënnale) Rotterdam overspoelt met openingen, lezingen, debatten en boekuitreikingen, loop ik verdwaasd richting het NAi als mijn oog plots valt op een etalage in de William Boothlaan. Het is warm en door mijn zonnebril kan ik het nog net waarnemen. Op de etalageruit is een portret van een meisje te zien.

Het portret bestaat tot mijn verbazing uit waterdamp, wat bij deze temperatuur niet, zoals in de winter, het gevolg kan zijn van een contrast tussen centrale verwarming binnen en vrieskou buiten. De etalage is van Brutto Gusto en binnen blijkt er meer aan de hand.

De Eindhovense Design Academy heeft na een 6 maanden durend atelier intrek genomen in deze Avant-gardistische bloemen en vazenwinkel. De (buitenlandse) studenten hebben de opdracht gekregen om een studie te doen naar de fysische kwaliteiten van water en deze te vertalen in een product (vorm). Op geheel Montesorische/ fenomenologische wijze hebben deze studies een aanvang genomen aan de experimenteer en knutseltafel. Viscositeit, transparantie, geleiding, oppervlakte spanning, soortelijke massa (dichtheid) en natuurlijk de verschillende aggregatische eigenschappen, die in de etalage goed tot zijn recht kwamen, zijn belangrijke kwaliteiten van water. De beslagen etalageruit werd nu natuurlijk veroorzaakt door drie waterkokers, maar zou in de winter een natuurlijker beeld opleveren.

Op een lange tafel staan dooie en bloeiende margrieten met hun wortels in gelatine potjes. De gelatine is vermengd met rioolwater uit verschillende wijken in Rotterdam en is gestold in de vorm van een bloempot. Hier zien we duidelijk de invloed van de hoofddocent in Eindhoven en tevens oprichter van Droogdesign, Gijs Bakker. Op een poëtische manier wordt het gegeven dat het rioolwater niet overal even vervuilt is zichtbaar gemaakt.

Een bak water met een laag kroos verandert in een voetbalveld op het moment dat aan de onderzijde een projectie wordt gestart van een wedstrijd van PSV. Als watertorren rennen de spelers over het kroos. Achter in de winkel ontstaat een torenspits van bellenblaas als zeepwater over een wireframe van nylondraad wordt gegoten. Mooie en zelfs poëtische experimenten die echter de knutseltafel nog niet ontstijgen. De tegelwand van gedeeltelijk  geglazuurde tegels doet dat wel. In droge toestand is er geen verschil te zien tussen de geglazuurde en de ongeglazuurde oppervlakken. Op het moment dat je deze wand echter nat maakt is het verschil tussen hoogglans en mat zo groot dat er duidelijk een portret van Vincent van Gogh opdoemt. Ook de regenjas die deels vocht absorbeert en deels afstoot is een sprekend product geworden. De illusie dat hier een naakte vrouw in zou lopen en juist haar boezem door de natte absorberende stof te zien zou zijn, lijkt mij overigens eerder een jongensdroom dan een waterkwaliteit.

Als laatste is er een student die de waterkwaliteit met architectuur verbindt. Een dapper mens die in Nederland durft te beweren dat water in bouwstenen een mooi soort mos of schimmel patroon op een gevel kan opleveren. 'Wonen aan het water' oké, maar elke andere vorm van water in de bouw heet in dit landje inmiddels wateroverlast. Als we Adriaan Geuze, in zijn rol van curator van de architectuurbiënnale, tijdens de openingsspeech mogen geloven, zijn wij wat dat betreft een apathisch volk. We hebben in de laatste millennia het water onderdrukt en overwonnen. We leven met een vals gevoel van veiligheid als het om waterbeheersing gaat. Juist nu is het belangrijk dat wij als Nederlanders wakker worden uit deze droge droom en de natte werkelijkheid onder ogen zien.

Etalage van de Bijenkorf ingericht door studenten van de Willem de Kooning Academie

De Rotterdamse Willem de Kooning academie is gevraagd om voor de Bijenkorf drie etalages in te richten. De Bijenkorf kwam met dit aanbod nadat zij door de biënnale was benaderd met het verzoek aandacht te schenken aan de actualiteit van het stijgende water. Acht studenten van de afdeling interieurarchitectuur hebben het probleem vertaald naar 'leven in, op en onder water'. In drie etalages wordt met huiskamermeubilair op een positieve manier de wonende mens met water geconfronteerd. Op televisies zijn achtereenvolgens drassige landen, vervelende overstromingen en onderwatersporten te zien. De Rotterdamse studenten hebben duidelijk de kwaliteit van het menselijk aanpassingsvermogen willen tonen in plaats van de verschuivende kwaliteit van het water zelf. De keuze past echter goed bij deze opdrachtgever en sluit mooi aan bij de andere bijenkorf etalages waar vooral het recreatieve deel van waterbeheer door de Bijenkorf zelf wordt gebruikt als verkoopmiddel voor badpakken en dergelijke. Waar de biënnale, vooral ook door de titel, een hernieuwde angst voor het water oproept, laten deze ontwerpers goed zien dat het onderkennen van de kwaliteiten van water en gebruik van water een mooie manier is om het denken over het waterprobleem een toegankelijke impuls te geven. Juist het Jip en Janneke gevoel en de menselijke schaal van deze onderzoeken en producten maken het makkelijk om het water niet alleen te vrezen maar ook lief te hebben. De grootstedelijke maquettes, hoe mooi ook, doen dat minder.