Feature —

Hertzbergers nieuwe Muziekpaleis gepresenteerd

Redactie

Gisteren is het voorlopig ontwerp voor het nieuwe Muziekpaleis in Utrecht gepresenteerd. Architectuurstudio Herman Hertzberger bedacht eerder al een stapeling van nieuwe ruimten boven op het gedeeltelijk behouden Muziekcentrum Vredenburg. Voor de nieuwe zalen worden verschillende architecten ingeschakeld.

De vier nieuwe zalen zijn naast en boven de huidige grote zaal gesitueerd. Hertzberger heeft voor de uitwerking van deze zalen verschillende architecten uitgenodigd. Zo werkte Jo Coenen aan de Rock-Pop zaal, Thijs Asselbergs aan de jazz-zaal en NL Architects aan de cross-overzaal. Zelf ontwierp het bureau de verbouwing van de bestaande zaal en een kleine zaal voor kamermuziek. In de toelichting op het ontwerp wordt overigens gesproken van 'biotopen', waarmee het bewust nagestreefde verschil in sfeer tussen de verschillende onderdelen van de zalentoren wordt benadrukt. Op circa 18 meter boven straatniveau komt een centraal foyerplein van waaraf alle zalen te bereiken zijn. Het 'binnenhalen' van de stad en het openbare karakter van het huidige Muziekcentrum wordt met dit verhoogde plein met zicht op de omliggende stad opnieuw in het ontwerp ingebracht. De zalen zijn akoestisch van elkaar gescheiden waarbij elke zaal is geconstrueerd volgens het 'doos in doos'-principe, zodat de zalen probleemloos gelijktijdig gebruikt kunnen worden.

De huidige grote zaal, inclusief de omliggende foyers en voorzieningen blijft – als 'symfonie biotoop' – in de oorspronkelijke vorm gehandhaafd. Wel zal er een glazen 'VIP-foyer' aan de zaal worden toegevoegd. Verder maakt een ondergronds expeditiecentrum deel uit van de vernieuwingsoperatie.

Naar buiten toe presenteert het nieuwe Muziekpaleis zich – meer dan het huidige Muziekcentrum – als een solitair gebouw. Het interessante van het nieuwe ontwerp is echter dat de oorspronkelijke doelstellingen – het gebouw als stad, of tenminste als integraal onderdeel van de stad – zich nu internaliseren. Het nieuwe Muziekpaleis is een stapeling van 'gebouwen in een gebouw', elk met een eigen architect/architectuur, rond een plein op de vierde/vijfde verdieping. Dat deze verzameling gebouwen ook nog eens door verschillende architecten wordt ontworpen versterkt het stedenbouwkundige karakter van de opzet. Hertzberger spreekt zelf terecht van een 'drie-dimensionaal stedenbouwkundig plan.' Overigens is het nieuwe plan ondanks deze internalisering, wel transparanter dan het huidige Muziekcentrum. De activiteiten in het gebouw zijn straks vanaf de straat goed zichtbaar.

Door de stapeling blijft de footprint, ondanks de uitbreiding, vrijwel gelijk aan die van het huidige Muziekcentrum. De aanwezigheid op het Vredenburgplein wordt echter sterk verminderd. De hoofdentree komt nu te liggen aan de Catherijnesingel. Hier zal ook een horecaplein met 'Oude Grachtprofiel'  langs de opnieuw te graven singel worden gemaakt. De grotendeels mislukte koppeling met het (winkelende) publiek in het huidige Muziekcentrum, lijkt met deze (horeca)opzet meer kans te maken. Of het plein halverwege de toren inderdaad de publieke sfeer van een intiem Italiaans plein zal krijgen is minder zeker. In het verleden is keer op keer gebleken dat publieke ruimten boven het maaiveld moeilijk te activeren zijn.  De veronderstelde contacten tussen verschillende muzieksoorten en hun publiek, die op dit plein plaats zouden gaan vinden, zijn bovendien erg afhankelijk van gelijktijdige programmering. Waar het plein waarschijnlijk wel tot bloei zou kunnen komen is bij festivals. Juist door de uitbreiding met vier zalen (en de centrale ligging met goede openbaar vervoer verbindingen) zou het nieuwe Muziekpaleis wel eens dé locatie voor grote muziekfestivals kunnen worden.

Hertzberger heeft met dit 'tweede kans'-ontwerp zijn oorspronkelijke doelstelling niet verloochend. Opnieuw probeert hij het gebouw te injecteren met een fikse dosis openbaarheid. Dat is te prijzen en het moet gezegd dat dit nieuwe plan – wellicht dankzij de lessen van zijn eerdere ontwerp – waarschijnlijk meer kans maakt op een actief publiek gebruik. Met de beslissing om daarnaast drie externe architecten toe te laten in zijn ontwerp – vaak bedacht, maar zelden echt gedaan – neemt hij bovendien een risico dat weinigen voor hem aandurfden.

De verwachting is dat de bouw in 2006 zal kunnen beginnen. Oplevering zou dan in 2010 plaats kunnen vinden.