Recensie —

Openbare fotografie

Allard Jolles

Toen recreatie nog gratis was, en op geen enkele manier de belevingsindustrie spekte of de aandachtseconomie ter wille was, trok Mitch Epstein met zijn camera door de USA. Het verslag van die ‘ongoing trip’ is nu verschenen in een groot, langwerpig en uitmuntend gedrukt fotoboek, getiteld ‘Recreation / American Photographs 1973 – 1988’.

Het boek is tekstloos, waardoor het analoog gefotografeerde beeld alle aandacht opeist. Stuk voor stuk goede foto’s, maar er is een andere reden waarom dit boek juist nu in de winkel ligt. Epsteins werk uit de vorige eeuw heeft namelijk op een negatieve manier actualiteitswaarde: dit soort foto’s zijn nu niet meer te maken, niet wat betreft onderwerp en niet wat betreft de vrijheid van de fotograaf om ze zo te nemen. En waarschijnlijk blijft dat zo.

Homo ludens

Mitch Epstein, inmiddels de 50 gepasseerd, is een leerling van Garry Winogrand, met wie hij onlangs een tentoonstelling deelde bij FOAM in Amsterdam. Op die tentoonstelling over ‘straatfotografie’ ging alle aandacht uit naar Winogrand, een topfotograaf met een oeuvre dat inderdaad het beste omvat dat onder die noemer valt te plaatsen. Het werk van Epstein werd bij die gelegenheid in diverse kranten afgeserveerd met een paar pittige kraakzinnen. Maar nu hebben we het boek ‘Recreation’ en de daarin afdrukte serie geeft ons een hele andere, waarschijnlijk meer accurate kijk op Epstein. Hij verdient meer dan een rol als bijfiguur in stukjes over Winogrand. In ‘Recreation’ toont Epstein zich een kundig vastlegger van de ‘homo ludens’ in al zijn gedaanten. We zien dagjesmensen die even een uurtje wandelen of uitrusten. We zien gezinnetjes op weg naar hun vakantiebestemming of in het vakantiepark. Ze vissen, lopen, kijken en worden bekeken. Recreatie, tegenwoordig aangeduid met de term ‘leisure’, blijkt in de ouderwetse, onvermarkte vorm helemaal niets te maken te hebben met achtbanen, zwemparadijzen, megafestaties of overdekte skibanen. Wat dat betreft staat dit werk in groot contrast met dat van Parr of Vitali, die er toch vooral op uit zijn mensenmassa’s vast te leggen. Epstein was in de jaren ’70 en ’80 op zoek naar het individu in al zijn vrijheid.

Vrij

Een prachtig voorbeeld hiervan is een foto van de West Side Highway in New York uit 1977, zo te zien midden op de dag gemaakt. De Twin Towers staan erop, natuurlijk, en dat geeft de foto vanzelfsprekend iets extra’s. Toch is dat niet wat deze prent onvergetelijk maakt. De aanwezigheid van die torens valt immers wel te verwachten bij een boek met foto’s uit de vorige eeuw. Wat ons in planologische zin tot nadenken stemt, is dat op de voorgrond een man ligt te slapen op een stretcher, op een totaal ongebruikt stuk land langs de Hudson (nu het International Finance District). Zijn auto staat naast hem, terwijl tussen hem en de Towers een elegant gebogen verhoogde ‘parkway’ plaats biedt aan het drukke stadsverkeer. De weg scheidt het grote geld van het ongebruikte landje. In de achtergrond staan wat caravans, en links ligt vuilnis. Hoe kan je in zo’n omgeving een dutje doen? Is dat wel veilig? Heeft hij zijn auto open, en de sleuteltjes nog in het contact zitten, of heeft hij ze in z’n broekzak? En hoe krijg je het als fotograaf voor elkaar om daar te staan, op dat moment? Het is niet direct een plek waar je als vanzelf langskomt. Het contrast had niet groter kunnen zijn: de bovenste helft van de foto is voor de high finance (de Towers) en op de voorgrond de dromende, half ontklede eenling, haaks op de gebouwde omgeving, de voeten richting de stad en het hoofd richting de rivier, weg van de stad. Dat is pas ‘je even terugtrekken’! En door Epsteins dramatisch geladen, haast geënsceneerde foto lijkt het zowaar een statement tegen de moderniteit.

Openbaar

Epstein heeft bovenstaande aardig samengevat in onder andere een interview met The Guardian. Vroeger was recreatie synoniem aan vrijheid. Nu heet het ‘vrije tijd’, en kan het pas worden genoten na aanschaf van een entreekaartje. Ons vrijetijdsgebruik wordt vervolgens uitputtend geregistreerd door veiligheidscamera’s, een door een breed publiek ondersteund overheidsinstrument. Maar tegelijkertijd is de fotograaf, de eenling die beroepsmatig met een camera rondloopt, verdacht geworden. Epstein heeft dat recent ondervonden toen hij aan een fotoproject over elektriciteitscentrales werkte, en na één klik al met de FBI meemoest. Ook gewone voorbijgangers vinden het volgens Epstein steeds minder leuk om gefotografeerd te worden, terwijl ze het vroeger prachtig vonden. Zo blijkt dit fotoboek vooral te gaan over de verloren openbaarheid van de openbare ruimte. Slechts 20 jaar geleden was het daar een stuk beter mee gesteld dan nu. Niet voor niets gaat het werken aan de openbare ruimte tegenwoordig onder de noemer ‘schoon, heel en veilig’. Dat zegt wat over de staat van onze maatschappij, want die basis zou toch allang geregeld moeten zijn. Dan kunnen de ontwerpers zich in alle rust toe gaan leggen op het trio ‘mooi, duurzaam en vrij’. Een illusie? Waarschijnlijk. Nostalgie? Zeker. Maar optimisme doet leven.

Laten we in ieder geval hier vaststellen dat in de openbare ruimte de bewakingscamera de ongewenste indringer zou moeten zijn, en niet het toestel van Epstein. Meer van dit soort boeken, alstublieft.