Feature —

“à la carte” lezing

Aglaee Degros

De Franse landschapsarchitect Michel Desvigne was woensdag 30 juni te gast bij de Academie van Bouwkunst in Amsterdam voor de jaarlijkse Midsummernightlecture. Hij presenteerde er een ‘à la carte’ lezing.

Ondanks het feit dat Michel Desvigne aan zeer prestigieuze projecten meedeed – de Walker Art Center in Minneapolis, het Millenium Park in Londen, het Sieroterapico Park in Milaan, stations voor de TGV Méditerranée in Avignon, Marseilles en Valence en ook de tuin van het Centraal Museum in Utrecht – noemt hij zichzelf een domme optimist. Optimistisch is hij, maar dom zeker niet, integendeel. Zijn werk is gebaseerd op schaalmenging: de grotere schaal van het gebied met de kleinere schaal van de tuin. Hij toonde uitgebalanceerde projecten: heel aantrekkelijk en krachtig.

In alle gepresenteerde projecten staat 'de vervanging' centraal. Eerst bepaalt Desvigne op de schaal van het gebied, de kavels die in verandering zijn. Hij noemt dit netwerk van kavels 'nature intermediaire'. Deze intermediaire natuur kan een in onbruik geraakt industrieel gebied zijn of een zone tussen 'sprawl' en landbouwgronden. In een tweede fase vervangt hij de inhoud van de ene kavel door een andere. Door het ontwerp van tuinen te baseren op de bestaande kavels realiseert hij een zachte overgang van het ene landschap in het andere. Een voorbeeld van deze aanpak is het 'Parc des deux Berges' in Bordeaux. In plaats van een klassiek park te ontwerpen, heeft Desvigne gekozen voor een vervangingsstrategie van 8km langs de Garonne.

Een ander thema dat aan de orde kwam tijdens de twee uur durende lezing, was de fascinatie die de landschapsarchitect heeft voor het over elkaar heen leggen van verschillende lagen, van strak grid tot een natuurlijke topografie. Dit is op verschillende schaalniveaus terug te vinden in zijn projecten zoals bij het park voor het Walker Art Center in Minneapolis waar minerale lagen zijn ontworpen over groene lagen met als gevolg een contrast tussen een rationeel patroon en een amorfe vorm.

Een andere onderwerp van Desvigne is de relatie tussen plein en tuin. In zijn landschapsontwerp voor het Dallas Center for the Performing Arts Foundation plant hij bomen op een groot betonnen vlak. Deze bomen markeren eveneens de ingang/uitgang van de parkeerkelder; een tuin op een plein om een verbindingspunt te markeren. Dezelfde strategie is toegepast voor het Waterplein in Almere Centrum. Hier vormen de bomen de overgang tussen boven en onderwereld.

Het was een echte à la carte lezing: na de grote thema's kwamen er nog diverse projecten aan bod zoals zijn ontwerp voor de Biesbosch dat speciaal voor de tweede Architectuur Biënnale Rotterdam werd gemaakt. Dit ontwerp is gebaseerd op een recuperatie strategie: de turf van de lager liggende delen wordt hergebruikt om de te bebouwen gebieden op te hogen. Dit leidt tot een bebouwing die reageert op de natuurlijke meanderachtige vormen die gemaakt zijn door het water.

Desvigne presenteerde een bijna geografische visie op zijn discipline. Hij herdefinieert de opgaven op de grotere schaal van het gehele territorium. Hij gebruikt zijn projecten als gereedschap voor de transformatie van landschap. Transformaties waarbij hij uitgaat van de acceptatie van de onzekerheden en het gebaar van de improvisatie.