Recensie —

De modernistische erfenis in Afrika

Antoni Folkers

Onlangs organiseerde stichting ArchiAfrika een workshop en conferentie in Dar es Salaam (Tanzania) getiteld ‘Modern Architecture in East Africa around Independence’. Een dagboek van ArchiAfrika’s Antoni Folkers.

Stichting ArchiAfrika is een initiatief van een groep Nederlandse architecten die werkzaam zijn geweest in Afrika en die hiermee een bijdrage willen leveren aan de kennisontwikkeling over Afrikaanse architectuur in Afrika en de rest van de wereld. Gedurende de drie weken dat de workshop plaats vond, documenteerden en analyseerden de deelnemers gebouwen die ten tijden van de Tanzaniaanse onafhankelijkheid, begin jaren zestig, zijn gerealiseerd. Afsluitend vond er een driedaags symposium plaats.

Zaterdag 23 en zondag 24 juli

Op weg naar Dar es Salaam, naar de workshop en conferentie over moderne architectuur in Tanzania en Oost-Afrika rondom de onafhankelijkheid. Een onderwerp dat noch in Europa, noch in Afrika enige bekendheid geniet. En daarom zijn wij – stichting ArchiAfrika – al tweeëneenhalf jaar bezig om dit onderwerp aan serieuze studie te onderwerpen. De workshop en de conferentie zijn de kroon op het werk tot nog toe, maar uiteindelijk moet alles leiden tot een tentoonstelling en een academische publicatie. Mijn mede ArchiAfrikanen Berend van der Lans en Joep Mol zijn, samen met de projectassistente Stephanie Geertman en onze Belgische werkstudenten Bert Lemmens, Pieter Burssens en Daan van Tassel, vooruitgereisd. Naar de geluiden en mails te oordelen hebben ze snoeihard gewerkt om de workshop, met studenten uit Tanzania, België, Nederland, Nigeria, Polen, Italië en Namibië, tot een vruchtbaar geheel te maken.

De workshop die op 11 juli startte, wordt gehouden in een klein slaperig hotel Baobab Village. Het heeft een door bomen beschaduwde binnenplaats en zelfs een tuin met zwembad. Maar dit zwembad blijft gedurende mijn verblijf een spiegelende vijver.

Zondagavond komen alle deelnemers van de workshop terug van een excursie naar Zanzibar. Gezamenlijk eten we biriani, daarna gaat de begeleiding vergaderen. De studenten gaan hard aan de slag om hun presentaties voor woensdagochtend voor te bereiden.

1, 2 St. Peters Church (1960) ontworpen door H.L. Shah
3 Hilde Heynen, Anthony Almeida en Omer Siddig Osman

Maandag 25 juli

De workshop en conference waren oorspronkelijk op de universiteitscampus gepland, maar onze partner aldaar – de University College of Lands and Architectural Studies (UCLAS) – heeft haar zaken niet op een rijtje weten te krijgen. Het afhaken van UCLAS betekende voor ons dat we zelf accommodatie en faciliteiten hebben moeten regelen. Gelukkig schoot onze oude vriend Nicola Colangelo ons te hulp en zorgde voor de inkwartiering van de workshop op Baobab en van de conferentie op de Slipway, een oude scheepswerf die door Nicola wordt verbouwd tot een soort Italiaans vissersstadje.

Docenten van de KU Leuven, TU Eindhoven en TU Delft hebben vanaf de start van de workshop de deelnemers begeleid. Frank Koopman uit Delft en Jean-Marc Basyn uit Leuven hebben de spits afgebeten met het aansturen van de opname van de uitverkoren gebouwen volgens de DOCOMOMO systematiek. De analyse op stedenbouwkundig niveau is verzorgd door Jos Bosman en Bruno De Meulder uit Eindhoven en de sociale invalshoeken door Hilde Heynen uit Leuven.

’s Avonds gaan we bij Anthony Almeida langs. Almeida is de sleutelfiguur van ons project. Geboren in Tanzania (1921) maar van Goanese afkomst, kreeg hij zijn opleiding tot architect in Bombay en werd aldaar bekeerd tot de Moderne Beweging, die hij meenam naar Tanzania waar hij in 1949 terugkeerde. In 1950 vestigde hij zijn eigen bureau, als eerste autochtone architect, en tot op de dag van vandaag is hij actief. Zijn oeuvre beslaat vele hectares architectuur van de bovenste plank; belangrijke gebouwen die een rol speelden in de bijzondere laatste jaren van Britse overheersing en de eerste decennia van het onder het socialisme van Nyerere ontwikkelde onafhankelijke Tanzania. Almeida is oud en broos, maar erg verheugd dat er na 55 jaar noeste arbeid eens aandacht wordt geschonken aan architectuur in Tanzania.

1 hekwerk van de KNCU (1952, Moshi) ontworpen door Ernest May
2 resultaten workshop

Dinsdag 26

Vandaag moet de openingsceremonie van de conferentie worden geregeld. We hebben er een prachtige en symbolische plek voor gevonden: Karimjee Hall, oftewel de oude parlementszaal voordat het parlement naar de nieuwe hoofdstad Dodoma verhuisde. Het is een  monumentale zaal met veel rood (versleten) pluche en donker hout.

We hebben de Nederlandse ambassadeur, de heer Berendsen, bereid gevonden om de opening te verrichten, samen met  Subira Mchumo, de presidente van de Architects Association of Tanzania (AAT), de Tanzaniaanse BNA. We spreken het protocol en de speeches door. Subira helpt ons ook met locale contacten en regelarijen.

Ondertussen zijn de meeste sprekers aangekomen: uit Soedan, uit Kenia, Oeganda, Zanzibar, uit Réunion, Zuid Afrika en Nigeria, uit Nederland en België. Maar waar blijven toch de readers die DOCOMOMO speciaal voor de conferentie heeft samengesteld? Ik bel naar het secretariaat in Parijs en verneem dat de boeken met gewone post zijn verstuurd. Dat wordt een ingewikkelde zoektocht door de catacomben van de postsorteercentra van Dar es Salaam

Woensdag 27

De eerste conferentiedag. In alle vroegte halen we de panelen op uit Baobab en brengen ze naar de Slipway. Het ziet er verdomd goed uit. Om negen uur druppelen de studenten en hun begeleiders uitgeput en met roodomrande ogen binnen om hun presentaties te houden.

Na de presentatie verhuizen we de panelen naar Karimjee Hall, alwaar we ze als een eregalerij op de voorste rij stoelen plaatsen.

Om vier wordt de conferentie geopend. Er is een redelijke opkomst alleen de vakbroeders hebben de gang nog niet gemaakt. Toch zijn er zo’n tachtig mensen aanwezig, die geboeid en enthousiast de middag volgen.

Na de welkoms- en openingswoorden van Subira en mijn krijgt de ambassadeur het woord. Hij blijkt echt een heel eigen visie op het project te hebben, hetgeen te waarderen is. Het hoofdgerecht van de middag wordt geserveerd door Nnamdi Elleh, hoogleraar aan de universiteit van Cincinnati. Elleh heeft het eerste boek over de architectuurgeschiedenis van Afrika geschreven en om die reden hebben we hem uitgenodigd. Elleh voert ons in een razend tempo door Abuja, Yamoussoukro, Dodoma en Casablanca in een meer dan boeiend relaas dat een aantal zeer essentiële vragen en thema’s over het Modernisme in Afrika ten tonele voert.

Almeida, onaangekondigd, spreekt een roerend dankwoord.

De receptie in de tuin van het oude parlement is een memorabele gebeurtenis. Er wordt genetwerkt door docenten, architecten, studenten en dilettanten.

1 tijdens de conferentie

Donderdag 28

Vandaag begint het serieuze werk. ’s Ochtends en ’s middags, tezamen acht lezingen met daaropvolgende discussies. De afwisseling van de lezingen door Europese en Afrikaanse academici is uitgebalanceerd en belangrijke thema’s als de betekenis van de moderne beweging als westerse missie in Afrika alsmede de fysieke interpretatie door en/of voor de Afrikanen komen aan bod. Over en weer wordt er afgetast. De Tanzanianen worden na iedere sessie steeds talrijker en luidruchtiger, nadat ze in het begin toch, begrijpelijkerwijs, eerst de Nederlands/Belgische kat uit de boom te hebben gekeken.

In de sessie van ‘keynote speaker’ Hannah Leroux wordt middels bijdragen uit Soedan, Réunion en Nigeria ingegaan op modernisme en de houdbaarheid ervan op het gehele Afrikaanse continent.

Na de lunch wordt onder leiding van Hilde Heynen ingezoomd op Oost Afrika, via bijdragen uit Kenia, Tanzania en van onze assistent Pieter Burssens.

Heynens ‘keynote lecture’ gaat over de ontwikkeling in de relatie tussen het Westen en Afrika op gebied van kunst en architectuur. Zij verwoordt op heel scherpe wijze precies de gevoelens en twijfels die ons, de initiatiefnemers van de conferentie, continu bezighouden. De zaal is doodstil tijdens het verhaal en het applaus nadien is overweldigend.

Almeida sluit de dag met een pleidooi voor duidelijkheid en moderniteit. Hij besluit zijn verhaal met een vraag aan de nieuwe generatie, de studenten. Waar gaan jullie bij horen: bij de modernisten of de traditionalisten, bij de nationalisten of de globalisten?

Met de voorbereidingen voor de laatste dag wordt het weer vreselijk laat, en waar zijn toch de DOCOMOMO readers?

1 paneldiscussie
2 deelnemers aan conferentie

Vrijdag 29

De laatste sessie op vrijdagochtend onder leiding van ‘keynote speaker’ Bruno De Meulder betreft het thema (volks)huisvesting en de betekenis van de modernistische erfenis in het huidige Afrika. Bijdragen uit Oeganda en van onze assistenten Bert Lemmens en Daan van Tassel vullen De Meulders lezing aan.

Jos Bosman geeft in de introductie van de plenaire discussie een scherpe visie op de ontwikkeling van moderne Dar es Salaam. De plenaire discussie heeft de juiste ‘vibes’. Hilde Heynen zit het panel voor en zorgt voor een spannende uitwisseling van ervaringen en gedachten. Wat ik me tijdens de discussie vooral realiseer is dat we helemaal aan het begin staan. Er is nog vrijwel geen architectuurdebat in (Oost) Afrika. Bij deze voorzichtige start zijn we al met veel interessante zaken geconfronteerd, het is nu de opgave deze lijn vast te houden en het ruwe pioniersmateriaal te ordenen en te kanaliseren. Het is duidelijk dat de goede wil er over en weer is en we kunnen alleen maar hopen dat het professioneel wordt opgepakt. Wij – dat is ArchiAfrika – zijn uiteindelijk niet mee dan aanjager van een proces.

De DOCOMOMO readers komen een half uur voor de afsluiting van de conferentie binnen. De zestig ontvangen boeken zijn veel te weinig voor de aanwezigen, zeker meer dan honderd mensen zijn naar de conferentie gekomen.

Tot diep in de nacht dansen we op Baobab en spreken onze weemoed uit over het voorbijgaan van deze bijzondere gebeurtenis.