Feature —

Nu binnen, morgen nog onduidelijk

Daan Schipper

Negen jonge ontwerpers en een oude werden door het NAi gevraagd ‘de huiskamer van de toekomst’ te ontwerpen. Het resultaat is te zien op de expositie Nu Binnen. De Nederlandse huiskamer herontworpen.

De kreet 'Daar zijn we weer' heeft een decennium lang de enige bekende Nederlandse interieurarchitect achtervolgd op elk societyfeest waar hij binnenkwam. In interviews in de bladen zei hij het vreselijk te vinden, maar stiekem genoot hij er waarschijnlijk wel van en het heeft hem zeker geen windeieren gelegd. Sterker nog, de hele generatie ontwerpers die tijdens dat decennium afstudeerde ging maar al te makkelijk mee in de rush naar sterstatus en zo werd Jan daarmee weer trendsetter. Waar het vroeger de architect was, die werd gekarakteriseerd door zijn openlijk hautaine houding als hoeder van de moeder der  kunsten, is het nu het opgeblazen ego van de productontwerper wat ons een nieuw type popster heeft opgeleverd.

Om sterretjes zoveel mogelijk voor het voetlicht te brengen, in een wereld op zoek naar rolmodellen, wordt in Nederland de ene tentoonstelling na de andere georganiseerd. Het NAi doet met de expositie Nu Binnen  een duit in dat zakje.  Het kon ook niet uitblijven nadat directeur Aaron Betsky gezworen heeft de Nederlandse vormgeving te vuur en te zwaard te zullen verdedigen.

De sterrenslag wordt in dit geval gespeeld door jonge bekende productontwerpers, textielontwerpers en grafisch ontwerpers, een architectenbureau en welgeteld één interieurontwerper. Voor hen werd een passende opgave  gevonden: 'iets met wonen, lekker hip'. Op de website omschreven als: 'Met deze tentoonstelling richt het NAi  haar blik naar binnen. Aaron Betsky, directeur van het NAi: 'In een wereld die steeds sneller verandert, wordt het steeds meer zaak je ergens thuis te kunnen voelen. Voor ons zijn de meest interessante ontwerpers diegenen die weten hoe je een huiskamer die licht, lucht en modern is ook gezellig kunt maken. Met de tentoonstelling laten we de moderne versie van de stijlkamer zien, waarin verzamelingen van elegante pronkstukken een moderne vorm vinden.' (wat bedoelen ze eigenlijk met een huiskamer die lucht is?)

Een beetje vreemd is het wel, maar wat moet je, als je als Nederlands Architectuur instituut graag een expositie wilt maken met de designpopsterren.

In gesprek – Jan des Bouvrie

De tentoonstelling laat zien dat deze groep in ieder geval niet in staat was om in  twee maanden een steekhoudende visie op toekomstig wonen te formuleren, en wat er wel staat is ook nog eens niet hip! Had aan deze groep een leuk product of een hip grafisch ontwerp gevraagd of een visie op textiel in de non textiele omgeving en was gewoon even vergeten waar die 'A' in je naam voor staat, dan had je deze groep ontwerpers nog eer aangedaan. Het zijn stuk voor stuk goede bureaus, daar ligt het niet aan. Ik ben er ook niet op uit om deze mensen af te vallen, maar ze hebben nog te weinig verleden meegemaakt om veel over de toekomst te kunnen zeggen (uitgezonderd J des B).

Het is volgens mij het NAi dat een grote misstap heeft gemaakt. Als ze negen keer honderd Euro in een klein portofolio onderzoekje had gestoken en vervolgens 9 x € 900,- had uitgedeeld aan interieurontwerpers met een gevoel voor vrije visie (zonder opdrachtgever als ijkpunt), dan had dit niet zo klungelig uitgepakt. Ik ben sowieso nog steeds van mening dat je productontwerpers niet moet vragen een interieur te laten ontwerpen omdat je dan altijd een opsomming van leuke producten krijgt of dat het hele interieur tot één product wordt gemaakt -en dat architecten geen interieurvisie kunnen vormen zonder eerst een gebouw te ontwerpen is inmiddels ook wel bekend.

Dat het eclectisch samenbrengen van producten nu tot stijl is verheven door de designgeile media, betekent nog niet dat dit een garantie is voor kwaliteit. Dat maakt deze tentoonstelling ook nog eens duidelijk.

De enige toekomstvisie die het NAi (ongewild) naar voren heeft gebracht is het idee dat je binnenkort schaamteloos een A0 poster met een foto van de ontwerper van je nieuwe bank aan de muur moet hebben, alsof het hier een Warhol betreft.

You can always get what you want – Concrete Architectural Associates

Met de vraag om visie te geven op gezellig, toekomstig wonen komt Bar Architecten met een soort stedenbouwkundig grid van roodgeverfde barkrukken(woordgrapje?). Concrete komt met een opsomming van ingrediënten van een jaren vijftig interieurvisie en heeft daar een behangetje van gemaakt (ken uw klassiekers en kopieer ze). En Jan 'daar zijn we weer, maar nu met heel veel' des Bouvrie komt niet verder dan zijn eigen ijdelheid als toekomstbeeld neer te leggen door een lange tafel aan een spiegel te schroeven. Helemaal mooi is Jurgen Bey die de aan de ontwerpbureaus beschikbaar gestelde duizend euro in zijn zak steekt en een product neerlegt wat hij al op de plank had liggen (zakelijk erg slim). Ik kan zo nog wel doorgaan, maar het heeft niet zoveel zin. Er zijn zoveel interieurgeoriënteerde bureaus in Nederland waar jaarlijks fantastische projecten en visies vandaan komen dat ik niet begrijp waarom juist deze mensen zijn gekozen. Waarom niet Nel Verschuuren, Evelyne Merx of Trude Hooykaas? Die hebben tenminste aangetoond blijvend goed te zijn en kunnen door hun lange ervaring waarschijnlijk wél met een verstrekkende visie komen.