Recensie —

Themroc: juist voor architecten

Piet Vollaard

Aanstaande donderdag draait in het NAi Themroc van Claude Feraldo. Een bij vlagen hilarische, vrolijk anarchistische, soms ook bijtend sarcastische cultfilm die iedereen een keer gezien moet hebben, dus ook architecten.

De plot is simpel en karikaturaal. We volgen fabrieksarbeider Themroc (Michel Piccoli in één van zijn beste rollen) op zijn geestdodende, dagelijkse gang van zijn huurkazernewoning naar de fabriek. Themroc wordt ontslagen als hij per ongeluk zijn baas betrapt die met zijn secretaresse aan het flikflooien is. Op deze manier uit het systeem bevrijd, ontwikkelt zich bij Themroc een steeds verdergaand anarchisme, dat al snel overslaat naar andere arbeiders in zijn huurkazerne. De muren worden uit de woningen geslagen, televisie en andere ‘instrumenten van onderdrukking’ naar beneden gesmeten en als herboren holbewoners vieren Themroc, zijn zus en zijn mede-blokbewoners hun herwonnen vrijheid. Een aanval van de politie wordt afgeslagen en er wordt zelfs een agent buitgemaakt die onmiddellijk aan het spit wordt geregen (getransformeerd in een varken). Kortom: Feest!

Satirische films die het geestdodende leven van de fabrieksarbeider of de dolgedraaide automatisering van het moderne leven aanpakken zijn er genoeg, van Chaplins Modern Times  tot  Tati’s Playtime, maar geen enkele film gaat zo ver als Themroc in het bieden van een ‘uitweg’ uit de ratrace. De film begint met een reeks scènes die vergelijkbaar zijn met de bekende voorbeelden: de monotonie van Themrocs leven wordt gereflecteerd door stille, uitgesponnen shots met een aantal subtiele visuele grappen. Gaandeweg wordt het verhaal en de humor echter steeds absurder en bijtender. Om tenslotte in totale anarchie te eindigen. De film heeft een bescheiden cultstatus en is misschien nog het meest bekend omdat er geen woord in gesproken wordt. In de beginscènes valt dat nog nauwelijks op. Tijdens het ontbijt valt er weinig te zeggen, op weg naar het werk evenmin, maar als er zelfs in de fabriek alleen gegromd en gesnauwd wordt begint het de kijker te dagen. Het is een prachtige voorbereiding op de dierlijke holbewoneranarchie die des te beter functioneert zonder taal.

Waarom zouden architecten de avonturen van deze stedelijke wilde moeten gaan zien? Allereerst omdat het een fantastische film is natuurlijk. Niet omdat de film technisch knap is, ook niet omdat er zo subtiel in geacteerd wordt, hoewel de lol die de acteurs op de set moeten hebben er van af spat. Niet omdat de boodschap zo hoogstaand zou zijn, daarvoor is Feraldo veel te veel een ware anarchist die juist lak heeft aan moraal. En ook niet omdat de film relevant zou zijn voor de hedendaagse stedelijke problematiek. Themroc is te veel een film van zijn tijd (1973) om als boodschap nog werkelijk relevant te zijn. Hooguit zou je de anti-moraal die wordt gevierd van alle tijden en altijd relevant kunnen noemen. Wat de film voor architecten echt de moeite waard maakt is het feit dat Themroc zich bevrijdt van zijn ketenen door ‘architectuur’ te vernietigen, door de muren uit zijn huurkazerne te slaan. Nooit eerder en evenmin daarna is er op het witte doek zo vol overtuiging gesloopt.

De laatste jaren is Tati’s (overigens eveneens prachtige) Playtime weer bekend geworden onder architecten. Het is niet meer dan terecht dat Feraldo’s’ Themroc – dat in zeker opzicht een anti-Playtime kan worden genoemd, anders dan monsieur Hulot die de moderniseringsmachine gelaten ondergaat, pleegt Themroc actief verzet – nu in het NAi te zien is.