Feature —

Mooi Eindhoven

Walter van Hulst

De regio Eindhoven gaat voor de titel European Design Capital 2006. Als opmaat vindt deze week de Dutch Design Week plaats. Het gaat hier niet om gelikte vormgeving, maar om ontwerpcreativiteit als bijdrage aan innovatie en kwaliteit van leven. Deze ambitie strekt zich ook uit tot het vormgeven van het publieke domein.

Naast de twee mainports Amsterdam en Rotterdam kreeg de regio Eindhoven in de Nota Ruimte het predikaat brainport; de zolang nagestreefde erkenning op basis van de aanwezige hightech- en maakindustrie en de daarbij behorende R&D-activiteiten. Overheden, kennis- en opleidingsinstellingen en bedrijfsleven slaan nu de handen ineen om de regio niet alleen als technologie- maar ook als design-hotspot op de kaart te zetten.

Dat berust niet op toeval of op modieus taalgebruik. De Design Academy Eindhoven is sinds de jaren negentig uitgegroeid van een regionale hbo-opleiding tot een instelling met internationale naam en faam waar ontwerpers als Gijs Bakker (Droog Design), Marcel Wanders en Jurgen Bey doceren. Ook vestigen steeds meer afgestudeerde ontwerpers zich in Eindhoven in plaats van de eerste de beste trein naar Amsterdam of Rotterdam te nemen, galerie en ontwerpersgroep Yksi en Piet Hein Eek zijn daar voorbeelden van. Tegelijkertijd heeft Philips Design zich onder leiding van Stefano Marzano stap voor stap een strategischer positie verworven binnen het bedrijf en begon zich nadrukkelijker naar buiten te profileren.

Broedkamer

Halverwege de jaren negentig werd een voormalig fabriekspand van Philips gerenoveerd tot De Witte Dame en maakte met onder andere Philips Design en de Design Academy als gebruikers de aanwezigheid van design in het Eindhovense zichtbaar, merkbaar en tastbaar. Gelijktijdig ontstond in kringen rond Yksi het Vormgeversoverleg Eindhoven (VOE), dat maandelijks lezingen, workshops en tentoonstellingen organiseert. Ook de gemeente speelt een positieve rol: ze steunt het VOE, er komen subsidies aan galerieën, ontwerpers nemen zitting in gemeentelijke adviescommissies en er worden maatregelen genomen om ontwerpers in Eindhoven te houden, zoals de realisatie van atelierwoningen.

In 1998 organiseerde het VOE voor het eerst de Dag van het Ontwerp om op het kruispunt van design en technologie, ontwerpers en bedrijfsleven bij elkaar te brengen. Dit evenement droeg er toe bij dat beleidsmakers en beslissers zicht kregen op de aanwezige potentie en beseften dat design niet alleen maatschappelijke en culturele waarden in zich heeft, maar ook economische. De Dag bleek te functioneren als broedkamer van samenwerking. Het VOE groeide uit tot het Design Platform Eindhoven, en de Dag van Ontwerp tot de Week van het Ontwerp.

Oppervlakkig marketing-instrument

De benaming Dutch Design Week voor het gestaag groeiende evenement geeft aan dat de lat weer wat hoger is gelegd. Bijna honderd tentoonstellingen, lezingen, presentaties, bedrijfsbezoeken en voorstellingen vermeldt het programma dit keer – van productdesign tot pure kunst, en van grafisch ontwerp tot theatervormgeving. Opvallend is de aanwezigheid van het Belgische Kortrijk waar al veel langer een grote, tweejaarlijkse designbeurs wordt gehouden. De uitreiking en de expositie van de Nederlandse Designprijzen 2005 zijn voor deze gelegenheid ‘weggekocht’ uit Amsterdam. Philips Design, een van de grotere ontwerpbureaus in de wereld, is prominent aanwezig met de expositie ‘past tense, future sense’, over het 80-jarig bestaan van deze concern-afdeling. Het gelijknamige, vuistdikke boek laat de verschuivingen zien van de pure technologische hoogstandjes naar producten die slim zijn maar toch eenvoudig in gebruik, en wellicht ook ergens toe doen. Met de nieuwe Philips-slogan sense and simplicity ziet Marzano zijn ideeën en idealen langzaam vorm krijgen.

Een van de dragers van de Dutch Design Week is ook de Graduation Show van afgestudeerden van de Design Academy. De 'Show' werd vijf jaar geleden van de Beurs van Berlage in Amsterdam terug in eigen huis gehaald en zag sindsdien de bezoekersaantallen verdrievoudigen. “Vormgeving lijkt de ‘reddingsboei’ van de economie te worden,” stelde trendwatcher en hoofd van de academie Li Edelkoort vast bij de opening afgelopen zaterdag 15 oktober. “Inderdaad, we leren studenten om mooie dingen te maken, maar op de eerste plaats proberen we ze te leren om betekenis en inhoud te geven aan producten. ‘Mooi maken’ is daarbij mooi meegenomen,” waarschuwde ze voor design als oppervlakkig marketinginstrument.

Puberteit

Hoe nu te laten zien dat je een brainport bent, en goed in technologie en design? “Eindhoven is in de puberteit en ontdekt langzaam haar identiteit als moderne stad. In hetzelfde rijtje als New York en Rotterdam – op bescheiden schaal natuurlijk,” aldus Cees Donkers, stedenbouwkundige bij de gemeente Eindhoven en deeltijd-docent aan de TU/e. Volgens hem is de stad al op de goede weg. “In de jaren ’90 werden de binnenstad en het uitgaanscentrum Stratums Eind opnieuw vormgegeven. Daarbij zijn bewuste keuzes gemaakt die het karakter als moderne stad tot uitdrukking brengen, als de ‘tulp’ om fietsen te stallen, abri’s, bushaltes, armaturen en een zwart-rode betonklinker. Plus een herkenbare busbaan voor het futuristisch ogende voertuig Phileas, dat het station met de luchthaven verbindt.” Tevens wijst Donkers op de keuze van bureaus en architecten voor gezichtsbepalende plannen en gebouwen: MVRDV voor het bedrijventerrein Flight Forum en het recent opgeleverde popcentrum de Effenaar, Fuksas voor het gerenoveerde winkelcentrum Piazza in combinatie met het nog uit te voeren 18 Septemberplein, Jo Coenen voor het centrumplan Smalle Haven, het Catherinaplein en een woontoren, waarmee Eindhoven binnen enkele jaren met vier bijna-honderd-meters een nieuwe skyline heeft gekregen. “We willen als gemeente graag discussie entameren om deze lijn door te zetten en waar mogelijk te versterken.”

Saaie stad

Als onderdeel van de Dutch Design Week organiseert Donkers op donderdag 20 oktober een gratis toegankelijk symposium STOE+P met als sprekers Jo Coenen, Adriaan Geuze en Huub Juurlink, alle drie actief met projecten in Eindhoven. Centraal staat de betekenis van de openbare ruimte voor de identiteit van de stad. Als omlijsting is er een tentoonstelling van studentenprojecten. Onder de titel E+ werkt de gemeente  met de TU/e, Fontys Hogescholen en de Design Academy samen om de thematiek te onderzoeken en met ontwerpvoorstellen te komen. Daarnaast zijn er rondleidingen in recentelijk of bijna gereedgekomen gebouwen. Donkers: “Dit kweekt begrip en versterkt het gevoel van trots en eigenwaarde bij de inwoners. Eindhoven heette een saaie stad te zijn, maar als je jongeren vraagt hoe ze daarover denken, verwijzen ze je naar de vorige eeuw.”