Feature —

Een verhaal van twee plekken

Stephanie Geertman

John Spiropoulos, werkzaam als urban manager bij Kagiso Urban Management (KUM), gaf op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam een lezing over het proces van stedelijke transformatie in Johannesburg (Zuid-Afrika) sinds de afschaffing van de apartheid.

John Spiropoulos introduceerde Johannesburg als een stad van tegenstellingen. Sinds het afschaffen van de apartheid in 1990 vindt er in Zuid Afrika een transitie plaats, die gepaard gaat met een decentralisatie van de politiek. Binnen deze veranderende situatie zijn de belangrijkste drivers of placemaking de overheid en de private sector. Het zijn deze actoren die het powerblock in de stedelijke ontwikkelingen in Johannesburg vormen. Binnen het stedelijk transformatieproces zijn architectuur en design slechts kleine onderdelen van een reeks van gerelateerde problemen. Met een toelichting op twee projecten waar KUM bij betrokken is, illustreerde Spiropoulos de dilema’s waarmee hij geconfronteerd wordt.

Yeoville ‘giving power to citizens to act’

De oost-west corridor is een van de groeiassen van Johannesburg en door de aanwezigheid van industrie, lage grondprijzen en de trein, een relatief makkelijk te ontwikkelen as. Yeoville, een suburb uit 1905, ligt aan deze as. In de jaren zestig was het één van de eerste geïntegreerde wijken met een zwarte middenklasse en arbeidersklasse. Momenteel is meer dan zestig procent van de bewoners van niet Zuid-Afrikaanse komaf. De Afrikaanse immigranten huren woonruimte voor een lage prijs: tien tot twaalf mensen, meestal onbekenden van elkaar, delen een flat. Werken in Yeoville doet men in informele handel op straat en in de vele winkels: gameshops, belwinkels, videoshops en winkeltjes die levensmiddelen verkopen uit diverse delen van Afrika. Verschillende winkels delen ruimtes, zowel binnen als buiten. Het resultaat is een wijk waarin informeel ruimtegebruik de dynamiek van de wijk bepaalt. Maar, legt Spiropoulos uit, de informalisering staat niet op zichzelf, sterker nog, ze staat in directe relatie met formele overheidsinterventies. Als voorbeeld geeft hij de opening van een formele markt, waarna bewoners aan de overkant van de straat vanaf hun veranda’s informele markten begonnen.

Rosebank, Johannesburg

Rosebank ‘branding and marketing’

Rosebank is één van de zes handelskernen in Johannesburg die met elkaar wedijveren om investeerders te binden. Het bevindt zich aan de, door de overheid als ontwikkelingscorridor aangewezen, noord-zuidas. Rosebank was in de jaren zestig de eerste suburbane kern in het noorden. De kern heeft Johannesburg een duw richting het noorden gegeven, maar het gebied zelf heeft, anders dan Yeoville, geen ‘natuurlijke’ aantrekkingskracht. De noord-zuid corridor, legt Spiropoulos uit, is er één die subsidie nodig heeft en een krachtige overheidsimpuls voor implementaties. Rosebank is een plek die geen industrie of lage grond prijzen als ‘drivers for placemaking’ heeft. ‘The drivers of placemaking’ hier zijn de goed georganiseerde vastgoedbeheerders en de Gautrain, een hoge snelheidstrein.

Rosebank bestaat uit een mix van kleine handelaren, amusement, en aan media en design gerelateerde bedrijven. Het ruimtegebruik is zeer gereguleerd. De opdracht in Rosebank voor KUM is om lokaliteiten te verbeteren en intensiveren. In contrast met Yeoville, waar de opdracht was lokaliteiten juist te temmen, gaat het hier om ‘branding and marketing’. In Rosebank wordt al datgene wat onzeker is buitengesloten. Spiropoulos geeft het voorbeeld van een straat waar een informele kunstmarkt was ontstaan. De organisatie van vastgoedbeheerders heeft als reactie een markt gebouwd voor de kunstenaars. De informele activiteit is zo in een gecontroleerde ruimte gebracht en geformaliseerd. Ruimtegebruik in Rosebank is beschermd, afgesloten, binnen en buiten, privé en publieke ruimte is hier duidelijk gescheiden.

In Rosebank is de situatie zodanig sterk formeel georganiseerd dat planning kansrijk is, in Yeoville daarentegen brengt de informele diffuse lokale situatie een enorme complexiteit met zich mee. Ondanks dit verschil is in Yeoville de methode van stadsvernieuwing dezelfde als in Rosebank: nieuw gereguleerde design en architectuur die enkel gerealiseerd lijkt te kunnen worden door de formalisering van de ruimte. In Yeoville gaat hierdoor de dynamische stadscultuur verloren. Dit is het dilemma van Spiropoulos. Zal Johannesburg moeten streven naar strenge regulatie of is er toch een stedelijkheid mogelijk waarin ruimte blijft voor onzekerheden? Spiropoulos blijft onzeker over de juiste aanpak bij stadsvernieuwingsingrepen in Johannesburg.

Een nieuw park voor Yeoville

KUM is in opdracht van de overheid bezig met een stadsvernieuwingsplan voor Yeoville op te stellen. De ontwikkelingsstrategie van de overheid bestaat uit upgrading, regeneration en development; de infrastructuur wordt opgewaardeerd, terwijl regelgeving en stedelijk management versterkt worden. Concreet leidt dat bijvoorbeeld tot een straatbewakingssysteem, een civiele service-hub, en een bad building program. Daarnaast worden vastgoed en gereguleerd urban design ontwikkeld, zoals parken, straatmeubilair en lantaarnpalen die de huidige informele straatinrichting moeten vervangen. Deze strategie zal uiteindelijk een gereguleerd ontworpen wijk opleveren waarin de bewoners weinig tot geen inbreng hebben in het ruimtegebruik. Is het wellicht beter om op zoek te gaan naar een nieuwe vorm van stedelijke ontwikkeling door het geven van ‘power to citizens and community to act’ in plaats van het nastreven van ‘gentrification’, wijkverbetering door middel van het wijzigen van de bevolkingssamenstelling? Spiropoulos pleit voor het gebruiken van de organisatorische kwaliteit van de gemeenschap in Yeoville: intensiveren van de locale potentie in plaats van de aandacht richten op fysieke vernieuwingen.