Recensie —

Producten met een verhaal

Conny Bakker

Een donkerbruine leren schoen met bovenop een vlechtwerk van grijs hennep. U denkt onmiddellijk ‘Birkenstock’, maar nee, de schoen is van Nike. De sportartikelengigant lanceerde begin van dit jaar Nike Considered: ‘shoes that look different, because they are made different’.

De productie van de Considered kost ruim tweederde minder energie dan de productie van een gewone Nike schoen, en er zit nog geen kwart van de chemicaliën in. Dat is prachtig, natuurlijk, maar ik vind het eindresultaat verdacht veel lijken op een geitenwollen sok. Ik ben echter in de minderheid. In Amerika is de Considered niet aan te slepen.

De Nike schoen is één van de verrassingen van de tentoonstelling Re(f)use, die nog tot het einde van het jaar te zien is in de hal van de faculteit Industrieel Ontwerpen in Delft. De titel Re(f)use vat het centrale thema goed samen: de 150 tentoongestelde producten zijn beter recyclebaar, minder giftig, minder energievretend, kortom, duurzamer.

Maar waar de duurzaamheid er bij de Nike Considered afspettert, is het bij de meeste producten zoeken geblazen naar de redenen waarom ze als ‘duurzaam’ gekwalificeerd zijn. Wat is er zo bijzonder aan een kaplaars? Of aan zo’n geel Post-it papiertje? De bijschriften verklaren: de kaplaars is gemaakt van afgedankte kaplaarzen en de Post-it van oud papier.

Re(f)use is dus een echte leestentoonstelling. Als je een hekel hebt aan het bestuderen van bijschriften is het bezoeken van Re(f)use zinloos. Achter sommige producten gaat namelijk een prachtig verhaal schuil, maar je moet wel de tijd nemen om dat te ontdekken.

Zoals de verfemmers van het Delftse ontwerpbureau Flex/the Innovationlab. De verrassing zit in het deksel. Dat wordt na openklappen een verfbak, groot genoeg voor een normale verfroller. Geen geknoei meer met losse verfbakken, geen onnodige verspilling van latex, en schoonmaken is ook niet meer nodig. Een duidelijk voordeel voor het milieu én voor de gebruiker. AkzoNobel zag zijn omzet dan ook verachtvoudigen. De verfemmer werd dit jaar met goud bekroond bij de prestigieuze Industrial Design Excellence Awards (IDEA).

Een tweede fraaie doe-het-zelf hulp is de Brushfit van industrieel ontwerpers Frits Nossbaum, Thomas Linders en Albert van Dorssen. Zij ergerden zich aan de jampotten halfvol terpentine waarin hun gebruikte verfkwasten meestal belandden. In eigen beheer brachten ze de Brushfit uit, die nu te koop is bij de Hema. De Brushfit is veel smaller dan een jampot en kan worden afgesloten, waardoor er vijf tot tien keer minder oplosmiddel nodig is.

Re(f)use besteedt ook aandacht aan de sociale kanten van duurzaamheid, zoals armoedebestrijding. De Ragbag tassen van de Amsterdamse ontwerper Siem Haffmans, wereldwijd verkrijgbaar, zijn daarvan een mooi voorbeeld. Achter de hippe vormgeving gaat een schrijnend verhaal schuil, over ragpickers (afvalverzamelaars) in de sloppenwijken van New Delhi. Dankzij het initiatief van Haffmans hebben vijftig ragpickers en hun gezinnen tegenwoordig een vast inkomen. Zij verzamelen afgedankte plastic zakken, wassen die en sorteren ze op kleur. Het plastic afval wordt daarna tot dikke vellen geperst: de grondstof voor de Ragbags.

Poëtisch is de Bios-urn van het Spaanse ontwerpduo Azúamoliné. De urn van kokosnootschil bevat een zaadje. Op de plaats van begraven groeit na verloop van tijd een boom. ‘We tried to transform the cemeteries into forests’, zeggen de ontwerpers nuchter.

Niet alle producten van Re(f)use laten zich even gemakkelijk lezen, en de broodnodige bijschriften schieten helaas soms tekort. De vingerkwastjes (‘Fingermax’) van het Duitse Büro für Form, bijvoorbeeld, zien er vrolijk en degelijk uit, maar ik heb niet kunnen ontdekken wat er duurzaam aan is. En dat is wel een foutje op een tentoonstelling die zo sterk leunt op ‘het (duurzame) verhaal achter het product’.