Recensie —

Wachten op betekenis

Willemien van Duijn

‘Wachten op betekenis : maNUfest voor een authentieke architectuurervaring’ is de titel van het boek dat Onix onlangs in de Brakke Grond (Amsterdam) promootte. De cover laat een foto zien van wat de vormgever van het boek omschrijft als ‘het mooiste moment van een woning’. Het is opgeleverd, er woont nog niemand in. Mensen zetten hun tuinstoelen neer als tijdelijk meubilair, jassen hangen over de leuning. De ruimte wacht op betekenis.

Alex van de Beld en Haiko Meijer van Onix architecten werden bijgestaan door Geert Hovingh (filosoof) en Peter de Kan (vormgever van de publicatie). Het was een four-men show, waarbij alles uit de kast werd getrokken om de avond, het boek, de Onix architectuur betekenis te geven.

Een ferme beat begeleidt het publiek de zaal in, een prachtig gestileerde film zorgt voor rust. Maarten Kloos (directeur Arcam) met ballon in zijn nek en knipperlicht op zijn voorhoofd – idee van Onix, aldus Kloos – introduceert de sprekers. De voorstelling – “We zijn in het theater dus we geven een voorstelling” – ontvouwt zich aan de hand van een playlist die 10 scènes/ruimtes bevat. In willekeurige volgorde worden deze scènes gespeeld nadat spelers of publiek een getal roepen. De eerste ruimte, nummer 7, is de improvisatieruimte. Een saxofoonoptreden van Haiko onder begeleiding van digitaal vogelgetjilp volgt. Dan kroegscènes, monologen, een interview in de citatenruimte, nog een film en gaandeweg worden de Onix projecten besproken. Is dit geniaal of provinciaal? Is het overweldigend of over the top?

ruimte 7 – vertrek uit het gebouw zonder het te verlaten (Exodus-gebouw Zwolle)

De spelers stellen zichzelf retrospectieve vragen over concept en ruimte. Bij de bespreking (of is het bekritisering) van het woongebouw Exodus te Zwolle, vragen de heren zich bij de gevel af: “Is het niet ongelooflijk veel gedoe, al die verschillende kozijnposities. Waarom deden we dat nou eigenlijk?” en “Waarom wil het gebouw zo veel zijn in een wijk die niets is?”

In de verschillende scènes wordt geprobeerd betekenis te vangen. Het is een poging de sympathieke architectuur van Onix diepere lagen toe te kennen. Terwijl de schoonheid van die architectuur juist ligt in de ogenschijnlijke  nuchterheid. Wil het publiek de door de architecten toegekende diepere laag wel kennen? Wordt de ruimte die deze Groningse architectuur in zich heeft door de voorstelling niet onnodig gevuld? En in hoeverre is de achteraf toegekende betekenis legitiem?

Aan het eind van de avond wordt het motto van het boek onthuld dat opvallend genoeg niet door Onix is meegegeven, maar dat door Peter de Kan in de kaft is verstopt (want niet meer leesbaar). Ook voor Onix lijkt dit motto als een verrassing te komen. De ongemakkelijke vraag dringt zich op: Wie geeft de architectuur betekenis, de architect of de beschouwer? En wat geeft de architectuur betekenis, de ruimtelijke ervaring of een (verborgen) motto/concept?

In Wachten op betekenis komt in ‘Ruimte 7– vertrek uit het gebouw zonder het te verlaten’ (het boek kent geen bladzijdennummers) het Fryske DogmA aan bod. Het DogmA bestaat uit 10 regels waar de architect zich aan ‘moet’ houden om te komen tot essentiële architectuur.

8. It untwerp nimmt syn persoanlike siel oan.

Deze persoonlijke ziel van een ontwerp zou toch iets intuïtiefs moeten zijn, waar iedere gebruiker, bezoeker, beschouwer op eigen wijze kennis mee maakt en er zèlf al dan niet betekenis aan geeft?

ruimte 4 – bezoek het gebouw zowel overdag als ’s nachts / Exodus-gebouw Zwolle / notities uit appartement 41

Appartement nummer 41 in woongebouw Exodus heeft, voordat de rest opgeleverd werd, dienst gedaan als logeerappartement. Tientallen logees konden, door 24 uur in het appartement te verblijven, de ruimtes ervaren, beschrijven en beoordelen. De ziel van het ontwerp leren kennen.

De logees is de kans gegeven om te verdwalen in deze logeerpartij, maar wel aan de hand van tien poëtische regels. Zoals ‘ruimte 8, ruik, voel, zie hoor en proef het gebouw’. Deze regels zijn ook terug te vinden op de binnenkant van de kaft van het boek. Het zijn de ruimtes, de hoofdstukken 1 tot en met 10. (Niet opeenvolgend want na ruimte 4 komen de ruimtes 7 tot en met 9, vervolgens de ruimtes 5 en 6 en tenslotte ruimte 10. Een gebouw is een boek is een gebouw. Verdwalen in het boek, je weg zoeken door de hoofdstukken. Verdwalen in de lezing. Jezelf verliezen in de architectuur.)

In appartement 41, is het mogelijk om je eigen buurman te zijn. Of zoals twee logees het beschreven:

“In het glas zenuwachtige reflectie van de televisie in het huis hiernaast – reclame. Daarboven is wel een raam verlicht – het is mijn eigen woonkamer. Gluren naar de buren is hier ook gluren naar jezelf.”

Terugkijken op je eigen voordeur, een intrigerende retrospectief. Het is wat Onix deze avond deed, terugkijken op de eigen voordeur en vervolgens de ontdekkingstocht door het appartement, de ruimtes, het boek en het ontwerpproces betekenis geven.