Feature —

De verschijning van Stanley Brouwn

Frank Hemeltjen

Ik mag graag wandelen door nieuwbouwwijken, ze hebben een soort ongrijpbaar optimisme dat ik op de een of andere manier erg aantrekkelijk vind. Glanzende gevels, frisse diepgekleurde bakstenen, prille groene gazons, geen graffiti, geen tredpaden, weinig mensen op straat, gevelgeintjes die je vrolijk stemmen, de menselijke wedergang compleet onzichtbaar, alsof je rondloopt in een levensgrote maquette. Kortom Stedenbouw en Architectuur zoals ze bedoeld zijn.

Vorige maand stond Leidsche Rijn op mijn wandelverlanglijst. Mijn interesse werd gewekt doordat er behalve een nieuwbouwwijk ook de tentoonstelling Pursuit of Happines te bezichtigen was. Nadat ik anderhalf uur door de leuk gevarieerde nieuwbouw gedwaald had betrad ik de tentoonstellingslocatie, een oud boerenbedrijf, ingeklemd tussen de A2 en de oprukkende nieuwbouw. Op het terrein van de boerderij stonden twee kleine nieuwe gebouwen. Een koepel en een opvallend witte, strak vormgegeven kruislingse stapeling van twee langgerekte dozen. Navraag leerde dat de Japanse architect Shigeru Ban de koepel (Paper Dome) had ontworpen en dat de vervaarlijke stapeling een expositiepaviljoen was, gebouwd onder regie van Stanley Brouwn, met Bertus Mulder als projectarchitect. Stanley Brouwn, de wereldberoemde onzichtbare kunstenaar bouwt in Leidsche Rijn.

Overal waar Brouwn is geweest laat hij een spoor achter van notities en beschrijvingen, maar nooit is de kunstenaar zelf in beeld. Wandelingen, metingen en observaties worden nauwkeurig door hem genoteerd en gearchiveerd. Zorgvuldig zijn sporen ordenend blijft hij zelf echter verborgen tussen de coulissen van zijn werk. Welnu, door voor het eerst zijn persoonlijke maatvoering, de SB voet (afgeleid van zijn eigen lichaamsmaten) daadwerkelijk als matrix voor een gebouw te gebruiken, worden de contouren van de kunstenaar misschien dan eindelijk onthuld.

Zijn notaties zijn altijd een neerslag van zijn eigen verplaatsing of van het idee over een verplaatsing. De notatie in SB voet of SB el geeft de verplaatsing een persoonlijk karakter maar de droge archiefvorm en de afwezigheid van het handschrift van de archivaris/kunstenaar maken zijn oeuvre tot een ongrijpbaar en intrigerend universeel reisverslag. De welingevoerde bezoeker, bekend met het werk van de kunstenaar herkent wellicht de stap die binnen dit oeuvre gezet wordt met de realisatie van een driedimensionaal gebouw.

Het materiaal waaruit het gebouw is opgetrokken ontbeert elke persoonlijke signatuur, zakelijke industriële glas- en staalpanelen bepalen het karakter. De vorm, twee kruislings gestapelde langgerekte blokken geven het paviljoen een opvallend beeldmerk. De vier transparante openingen breken de dominante interne kijkrichting en de strakke matrix aan de buitenzijde van het gebouw. Desalniettemin toont het gebouw zich van buiten bij eerste oogopslag als puur zakelijk. Binnen daarentegen ontstaat door de raampartijen een geleding in de ruimte waarbij de kopse einden van de ruimtes zowel beneden als boven op de dwarsrichting, in weerwil met de buitenkant, bijna intiem aandoen.

De samengestelde vorm van de plattegrond, een [onorthodox] Grieks kruis, is wellicht een mooi verhulde vingerwijzing naar het mogelijke doel van dit paviljoen. Een kruis markeert een plek, een specifieke locatie op een kaart. Meer verheven verwijst het kruis naar het hart, het punt waar de lijnen elkaar kruisen, juist op dit punt bevindt zich de trap in het gebouw. In het centrum kan je je verheffen naar een volgend niveau. Het omgekeerde gebeurt ook, vanaf het centrum vertrekken de lijnen vier windrichtingen in – verwijzend naar het verafgelegene, daarbij het punt van oorsprong achterlatend.

De kunstenaar/archivaris Stanley Brouwn blijkt ook in het metier van bouwmeester weer een ware Houdini. De maker is feitelijk onzichtbaar maar als regisseur en reisleider neemt hij de meest prominente rol voor zijn rekening. In een notendop ervaart de bezoeker de plek, de plaats, de verte en daarmee de idee van afstand. De onderhuidse intensiteit waarmee Stanley Brouwn en Bertus Mulder dit gebouw hebben opgeladen wordt wellicht toegedekt door de zakelijkheid waarmee het gebouw zich in eerste instantie toont.

Stanley Brouwn is niet aan mij verschenen, niet zichtbaar geworden maar ik weet zeker dat hij hier is geweest…

Wanneer ik na enige tijd weer terugloop door het nieuwbouw paradijs van Leidsche Rijn komen de diversiteit van materialen, de gevelgeintjes en gamma-esthetiek waar ik normaal zo dol op ben flets en moeizaam op me over. Wachtend op de bus die me terug naar het centrum brengt, heb ik plotseling een scène uit een Bruce Lee film voor ogen. Tien gillende druk gebarende karate mannetjes omringen de rustige stoïcijns kijkende held. Bruce Lee kijkt eens leep de kring aanvallers rond en neemt zwijgend zijn gevechtshouding aan en, wanneer de aanvallers geen aanstalten maken om hem door te laten, maait hij ze in een aaneengesloten oogverblindende choreografische beweging allemaal neer.