Nieuws —

De toekomst na Stadig

Else Wissink

De komende gemeenteraadsverkiezingen en daarmee samenhangend, het vertrek van Duco Stadig, de Amsterdamse ‘superwethouder’ die twaalf jaar lang heerste over de posten Grondzaken, Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting, Stadsvernieuwing en Waterbeheer, was voor ARCAM aanleiding een discussie te organiseren over De toekomst na Stadig.

Het werd een avond zonder Duco Stadig en als grote vraag wat de Amsterdammers nu met de toekomst willen. Een avond vol visies, met als voornaamste onderwerpen: de regio, stadsvernieuwing en de Westelijke Tuinsteden, én een duidelijk beeld van een nieuw leiderschap.

Een grote vraag is of ‘de stad’ eigenlijk nog wel bestaansrecht heeft. Regiovorming komt steeds vaker ter sprake in ruimtelijke vraagstukken. In het geval van het waterbeheer is regiovorming zelfs essentieel. Ook de kwaliteit van het ommeland zou op regionaal niveau bewaakt moeten worden en daar heeft ook de stad een verantwoordelijkheid voor. Een grote kwaliteit van Amsterdam is bijvoorbeeld dat je binnen twintig minuten fietsen vanuit het centrum midden in de weilanden staat. Dit dreigt door ‘de Rijnmondisering van de Noordvleugel’ echter verloren te gaan.

Is het benoemen van een rijksadviseur mogelijk een oplossing? Dirk Sijmons had hier als rijksadviseur van het landschap een hard hoofd in. Zijn oplossing schuilt eerder in een strategisch gepositioneerd structuurplan – het huidige is te klein – én een mentaliteitsverandering in het bestuur. Willem Salet, hoogleraar planologie aan UvA: ‘De nieuwe wethouder moet minstens twee dagen per week bezig zijn met de externe positionering en regionale vraagstukken zoals het water, de infrastructuur, regionale economie en woonwijken. Dit vraagt om een nieuwe vorm van leiderschap met bijvoorbeeld een regionaal ontwikkelingsbedrijf en een regionale denktank.’

Stadsvernieuwing was een ander thema dat uitvoerig aan de orde kwam met de Westelijke Tuinsteden, waar momenteel een grootscheepse vernieuwingsoperatie gaande is, als afschrikwekkend voorbeeld. Veel gehoorde kritiek: teveel betrokken partijen en teveel focus op de gebouwen en te weinig op de structuur. Of zoals Han Michel het krachtig formuleerde: ‘een huis waar voordturend wordt verbouwd zonder het casco te onderhouden’. Vincent van Rossem (architectuurhistoricus) hoopte op de herinvoering van een slow-city-movement en een nieuwe wethouder die voor de Westelijke Tuinsteden dezelfde plannen bedenkt als wethouder Han Lammers destijds deed voor de Jordaan; geen sloopplannen maar een behoedzame verbetering voor een buurt met problemen. De meningen in de zaal waren verdeeld of herstructurering wel een oplossing is voor de sociale problemen die spelen.

Aan het einde van deze avond bleef een gevoel van onmacht in de lucht hangen. Het is duidelijk wat er moet gebeuren, er zijn meningen, er zijn middelen maar er is ook achterdocht; de juiste mensen met voldoende bevoegdheid lijken niet altijd op de juiste plaats te zitten en ook ontbreken bepaalde functies.

De toekomst na Stadig was de avond van het grote én, én: de stad én de regio. De vraag of er een nieuwe superwethouder moet komen of dat de verschillende posten verdeeld moeten worden over meerdere wethouders bleef onbeantwoord. Wel werd een beeld geschetst van een nieuw soort leiderschap: de nieuwe wethouder als een soort minicommissaris van de koningin met een regionale taak en één die de stad naar buiten toe profileert. Alleen bleek uit een gelijktijdig gehouden lijsttrekkersdebat elders in de stad, dat politici zich allerminst bezig houden met de regio. Of dit dus tastbaar zal worden in de politieke programma’s is de grote vraag. Één ding is zeker, Stadigs opvolger(s) wacht met deze nalatenschap – het creëren van draagvlak bij de bevolking en de samenwerking in de regio – nog ‘a hell of a job’.