Opinie —

Het doodlopend water

Marieke Berkers

Het Belvedere project Oude Rijn doet nieuwe zaken doet onderzoek naar het karakter en de ontwikkeling van de Oude-Rijnzone. Op dit moment is er in architectuurcentrum RAP in Leiden een tentoonstelling over het project te zien.

De Oude Rijn

De Belvedere boodschap om cultureel erfgoed deel uit te laten maken van de ruimtelijke planvorming heeft in Nederland geleid tot een stortvloed aan studies waarbij in een bepaald gebied kwaliteiten van cultureel erfgoed verzameld en geordend worden. Opdrachtgever is meestal een provincie of gemeente en ontwerpbureaus en stuurgroepen worden uitgenodigd mee te denken. Helaas lijken de resultaten van dergelijke studies maar al te vaak opvallend veel op elkaar. Rapporten zijn veelal opgesteld in lege taal, ze bevatten weinig peper en zout. Ze smaken vooral naar magnetronmaaltijd. Met de ogen dicht weet niemand met welk gebied hij precies van doen heeft. Keer op keer wordt een regio geprezen om zijn verscheidenheid aan kwaliteiten en wordt gesteld dat gezocht moet worden naar een balans tussen bebouwing, landschap en verkeer. Uitkomsten worden vaak gestuurd door de compromisgedachte want vooropgesteld wordt dat iedereen (provincie, gemeente, rijk, burgers, belangengroepen uit natuur of commerciële hoek enzovoort) zich uiteindelijk in het rapport moet kunnen vinden. Studies lijken als gevolg hiervan op een meerkeuzevraagstuk waarbij alle uitkomsten niet helemaal goed en niet helemaal fout zijn.

Ook het Belvedere project Oude Rijn doet nieuwe zaken dobbert in de kalme zee van gelijkstemmige cultuurhistorische studies. De studie beslaat de Oude-Rijnzone van Bodegraven tot aan Katwijk en is opgestart in samenwerking tussen de regio Holland Rijnland, de stuurgroep Oude Rijnzone, en de provincie Zuid-Holland. De gelijknamige tentoonstelling in architectuurcentrum RAP in Leiden is een visuele wandeling door de resultaten tot nu toe. Foto's, kaarten en ontwerpschetsen voor mogelijke ontwikkelingen tonen mogelijkheden, kansen en in het verleden gemiste kansen.

Aanleiding voor het project is de gedachte dat de Oude Rijn momenteel genegeerd wordt. Dat veel ruimtelijke ontwikkelingen in de afgelopen jaren letterlijk de kont gekeerd hebben naar de Oude Rijn is inderdaad behoorlijk onrespectvol voor het machtige water. In zijn gedaante als meanderende stroom en natuurlijke grens is hij namelijk in stilte regisseur van ongeveer alle ruimtelijke ontwikkelingen die in de loop van honderden eeuwen tot het (bebouwde) landschap van nu hebben geleid. Aan het tweeënvijftig kilometer lange deel van de Rijn zijn in de loop der jaren steeds meer stroken geslibd. Aan weerszijden van de rivier loopt een zeventiende-eeuwse jaagpad dat tegenwoordig als weg of fietspad dienst doet, daarnaast liggen landbouwwegen en provinciale wegen en parallel gelegen sloten. De N11, spoorweg, de nieuwe RijnGouweLijn en verborgen in de grond de Romeinse Limesweg lopen met de bochten van de rivier mee en woonblokken liggen ook vaak via de stroomvorm gesitueerd. De Oude Rijnzone staat op korte termijn grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen te wachten. Reden voor de provincie om de kwaliteiten van het gebied in kaart te brengen en te onderzoeken hoe die ingezet kunnen worden bij toekomstige ontwikkelingen.

De resultaten van Oude Rijn doet nieuwe zaken worden gedocumenteerd in de Gids Cultuurhistorische Planontwikkeling die begin maart verschijnt, maar in concept ter inzage ligt op de expositie in Leiden*. Naast een lijst van kwaliteiten van het gebied worden ideeën gelanceerd over hoe de kwaliteiten te gebruiken voor ontwikkelingen in het gebied. Een aantal pilots belichten bepaalde plekken en problemen in het gebied. Zo worden bijvoorbeeld mogelijkheden gezocht ter herstructurering van oevers. Geopperd wordt land- of watergoederen te ontwikkelen waardoor stukken oeverwal veilig gesteld kunnen worden.

Als kwaliteiten van de Oude Rijnzone worden aangemerkt: gelaagd landschap, unieke ligging en verscheidenheid. Kernkwaliteiten zijn de jaagpaden, het historisch perspectief, dwarsrelaties, de aangrenzende poldergebieden, gemalen, molens en schansen en de afwisseling van stedelijkheid en landelijkheid. Tja. Dat was achter de schrijftafel met een kaart van het gebied voor de neus in vijftien minuten ook wel bedacht. Als kern wordt gesteld dat een balans ontwikkeld moet worden tussen verstedelijking en behoud van landelijkheid. Resultaten van de pilots zijn iets meer uitgesproken, maar nog steeds omzichtig en weinig verrassend. Het heeft volgens de auteurs van de gids overigens weinig zin in einddoelen te denken want de Oude Rijnzone is een gebied dat continu ontwikkelingen ondergaat en dat vraagt om flexibiliteit. Jammer genoeg realiseren de auteurs zich niet dat in een wereld waarin het fenomeen toekomst inherent is aan het leven een begrip als einddoelen altijd en enkel als relatief beschouwd kan worden. Al met al wordt alles met een dermate voorzichtigheid gepresenteerd dat de inhoud van de gids proeft als een slap bakje koffie. Best drinkbaar, maar wakker word je er niet van. De hunkering naar een originele gedachte en een aanzet tot verrassende creatieve ideeën waar je het mee eens kan zijn of waar je je tegen kan verzetten is groot.

Inmiddels bestaan voor alle provincies in Nederland cultuur historische waardenkaarten, veelal uitgewerkt in regiostudies. Het is tijd de algemene inventariserende studies die veel tijd en geld opslokken en vaak niet verder komen dan het formuleren van open deuren op te laten volgen door meer visionaire op uitvoering gerichte opdrachten. De cultuur historische waardenkaarten moeten nu gebruikt gaan worden.

Ten slotte nog de volgende opmerking. Over de Oude Rijn wordt in de conceptgids opgemerkt dat 'er geen rivier in Nederland (is) die op een zo natuurlijke wijze uitmondt als de Oude Rijn.' Dit is niet juist want er is namelijk in Nederland geen rivier die op meer onnatuurlijke wijze uitmondt in de zee als de Oude Rijn. Al in de twaalfde eeuw verzandde het gebied en liep de Rijn dood in de duinen. Vanaf die tijd is de rivier nooit meer op natuurlijke wijze de Noordzee ingestroomd. In de eeuwen die volgden zijn kanalen gegraven en nu ligt in Katwijk een Boezemgemaal en een uitwateringssluis. Het allerlaatste stukje Rijn is derhalve geen rivier, maar een uitwateringkanaal. Pompen bepalen wanneer en hoeveel rijnwater er in de Noordzee geloosd wordt. Dit is een significante cultuurhistorisch gegeven. De Oude Rijn als rivier loopt dood tegen het Boezemgemaal.