Nieuws —

Museum Plaza – OMA

Piet Vollaard

Vorige week is door OMA het ontwerp gepresenteerd voor een mixed-use toren in Louisville (USA). In een stapeling van torens en blokken worden een kunstmuseum, een hotel, luxe appartementen, winkels, restaurants, kantoorruimtes en een grote parkeergarage ondergebracht.

Zoals zo vaak in Amerika betreft het hier een particulier initiatief van lokale ontwikkelaars/mecenassen Steve Wilson en Laura Lee Brown, in samenwerking met ontwikkelaar Steve Poe. Op een onooglijk kleine locatie, maar wel hartje Louisville, aan de oevers van de Ohio River, vroegen zij OMA (Rem Koolhaas met Joshua Prince-Ramus van OMA-New York) om een ontwerp waarvan het  totale programma onvermijdelijk tot de hoogste toren van de stad zou leiden. Het meer dan 200 meter hoge complex oogt als een slordig op elkaar gestapelde verzameling standaard kantoordozen, maar is in feite juist een poging om te ontsnappen aan de banale scyscraper. Het hart van het complex bestaat uit een non-profit museum voor hedendaagse kunst dat is ondergebracht in een horizontaal volume halverwege de gestapelde torens. Daaronder en daarboven zijn commercieel te ontwikkelen functies ondergebracht. Elke functie in een eigen toren; hotel (300 kamers), kantoorruimten (ca 100.000m2), lofts (150) en luxe condominiums (85).

De directe aanleiding voor de stapeling is het feit dat een publieke functie zoals een museum tezamen met de noodzakelijke ingangen van woningen, kantoren en hotel domweg niet allemaal op de begane grond een plaats kunnen krijgen. Door het museum op te tillen naar de 22ste verdieping, en de overige functies niet in een dik verzamelvolume, maar in slanke torens onder te brengen, krijgt de massa ‘lucht’ en blijft de bebouwing op straatniveau beperkt. Een schuin geplaatste glazen lift brengt de bezoeker in een keer vanaf Main Street naar het openbare museumniveau. Natuurlijk is het ‘eiland in de lucht’, dat naast het museum ook restaurants en winkels zal bevatten, bij deze opzet duidelijk zichtbaar vanuit de stad en wordt de bezoekers vanuit deze publieke ruimte op niveau omgekeerd een mooi uitzicht over de stad en de rivier geboden. Een win-win situatie dus, die door OMA ook als een onontkoombare uitkomst van een hyperrationeel beslissingsproces wordt gepresenteerd.

Haast elke architect ‘verklaart’ zijn ontwerp als de enig juiste oplossing voor het gestelde ontwerpprobleem. Daar valt meestal wel wat op af te dingen, het kan altijd anders. In dit geval zou het ontwerp voor Museum Plaza evengoed de zoveelste poging van OMA genoemd kunnen worden om de standaardtoren op te breken in kleinere volumes. Voorbeelden van deze opzet zijn er legio in het oeuvre van OMA. Het meest sprekende is het nooit gebouwde Hyper Building in Bangkok, maar het concept is ook te vinden in plannen zoals voor de multifunctionele schijf De Rotterdam op de Kop van Zuid, een project dat nog steeds op uitvoering wacht. Er is overigens niets tegen het slim recyclen van goede ideeën en OMA heeft zich in het verleden met name in dit doorwerken op eerdere concepten bedreven getoond (zie met name Casa de Musica in Porto). In het geval van Museum Plaza lijkt er eveneens sprake van een terechte keus uit de conceptenkast.

In de vele artikelen die rond de presentatie van dit plan zijn verschenen wordt vooral ingegaan op de vorm. Wat meestal wordt vergeten is dat OMA op het gebied van de constructie en uitvoering vaak even innovatieve voorstellen doet. Museum Plaza oogt, met drie poten, een horizontaal vlak en torens, daarboven, niet alleen als een boortoren, het gebouw wordt ook zo geconstrueerd. Omdat de bouw van het horizontale museumvolume op grote hoogte lastig is, wordt dit deel op straatniveau gebouwd en daarna langs drie eerder gebouwde constructieve lift/trap/santiair-schachten omhoog getrokken. Vervolgens worden de kantoor- hotel en woontorens vanaf het ‘eiland in de lucht’ naar onder en naar boven afgebouwd. Inderdaad, een in de offshore gebruikelijk methode.

De start van de bouwwerkzaamheden is gepland voor 2007, oplevering voor 2010.