Nieuws —

Openbare ruimte in The Hague World Forum, een contradictie in zichzelf?

Iris Schutten

Den Haag, ‘stad van recht en vrede’, doet haar uiterste best internationale organisaties naar zich toe te lokken. Vraag is, maken deze organisaties ook werkelijk deel uit van de stad of bestaan zij alleen in de virtuele wereld van de media?

Als men de gemiddelde Hagenees vraagt waar Slobodan Milosevic wordt berecht, wijzen de meesten in de richting van het Vredespaleis. Dat de berechting in een onopvallend kantoorpand plaatsvindt is niet bekend. Met de ontwikkeling van The Hague World Forum komt daar verandering in en worden instanties als het International Criminal Court en Europol nadrukkelijk zichtbaar in de fysieke stad. Een zes hectare groot gebied wordt de locatie voor Recht, Vrede en Veiligheid. Tussen de gebouwen komt een aandachtig vormgegeven, openbare tussenruimte die een uitnodigende sfeer moet krijgen. Een verlangen dat haaks staat op de voor dergelijke gebouwen geldende veiligheidsnormen. Is hier sprake van een doodlopende tegenstelling of van een bewonderenswaardige omkering? In Stroom (Haags Centrum voor Beeldende Kunst) werd 25 januari aan de hand van deze vraag een goed gesprek gevoerd met de betrokken ontwikkelaar, ontwerpers, gemeente en een volle zaal.

Het matig functioneren van het Congresgebouw vormde de aanleiding voor de herontwikkeling van dit gebied. Het congresgebouw was al tientallen jaren een forse kostenpost toen de gemeente Den Haag ontwikkelaar TCN Property Projects vroeg een visie te formuleren om het rendabel te krijgen. De lage bezettingsgraad van het gebouw en de overlast tijdens grote manifestaties leidden tot het voorstel de Statenhal te slopen en het gebied te ontwikkelen rondom de thema’s ‘recht, vrede en veiligheid’. Behalve het Joegoslavië-tribunaal bevindt zich hier ook het OPCW (organisatie gericht tegen chemische wapens) en met de sloop van de Statenhal kwam een locatie vrij voor Europol. In deze nieuwe context kan een verkleind Congresgebouw zich onderscheiden van andere congresgebouwen en zo hopelijk een winstgevende organisatie worden. Met naastliggende culturele instellingen als het Haags Gemeentemuseum, Museon, Omniversum en GEM (Museum voor Actuele Kunst) en het Bel Air Hotel, is hier volgens de ontwikkelaar sprake van een aantrekkelijk gebied met unique sellingpoints. Een dergelijke ambitie en thematiek was koren op de molen van een stad die zich met dezelfde thema’s internationaal tracht te profileren. De gemeente heeft het Congresgebouw dan ook verkocht aan TCN en samen met de Rijksgebouwendienst trachten zij nu de droom van het The Hague World Forum waar te maken. Hierop vooruitlopend is het Congresgebouw reeds omgedoopt tot World Forum Convention Centre.

1 Congrescentrum – Mecanoo
2 ontwerp – DS landschapsarchitecten
3 Europol vanaf Forumgebied – Quist Wintermans

Op basis van een stedenbouwkundige massastudie van KCAP ontwerpt Quist Wintermans het nieuwe Europolgebouw, neemt Mecanoo het World Forum Convention Centre drastisch onder handen en gaat DS landschapsarchitecten de tussenruimte vormgeven. Een openbare ruimte die met een as verbonden is met het Vredespaleis. In een gebied met internationale allure zou men hoogglans, steen en roestvrijstaal verwachten, zo niet hier.  DS landschapsarchitecten baseert de inrichting op het vroegere duinlandschap. De gebouwen van de verschillende instanties staan ogenschijnlijk willekeurig rondom het binnenterrein dat straks één groot voetgangersgebied zal worden. Het duinachtig park zal een meerlaagse parkeergarage verhullen en de uiteenlopende architectuur door een gedeeld tapijt aan elkaar smeden. Een tapijt van zacht wuivend gras met aan zand doen denkende verhardingen waarin bij voorkeur afgekeurde – bijvoorbeeld tè scheef gegroeide bomen – staan. Een gebied met een zacht, doch robuust karakter waar men zich op vakantie moet kunnen wanen. Een hoogwaardig vormgegeven omgeving waar zowel de internationale gemeenschap die hier werkt of een congres bezoekt als ook toeristen en omwonenden zich welkom voelen. Om een dergelijke sfeer voor een gebied met negen verschillende gebruikers te kunnen waarborgen is zorgvuldig beheer en een zo onzichtbaar mogelijke doch goed gecoördineerde beveiliging noodzakelijk. Het gebied zal worden omheind en is – indien nodig – geheel afsluitbaar.

In hoeverre is de beoogde openbaarheid schijn? Wie heeft straks de zeggenschap over deze publiek/privaat ontwikkelde openbare ruimte? De gemeentelijke dienst Stedelijke Ontwikkeling zegt hier nog niets met de ontwikkelaar over te hebben afgesproken. Worden mensen met een Noord-Afrikaans uiterlijk straks door beveiligingsbeambten vriendelijk verzocht hun heil elders te zoeken? Omwonenden uit het Statenkwartier vragen zich af of zij straks wel echt welkom zijn als zij nu al niet als serieuze overlegpartners bij de planontwikkeling worden betrokken. Hoe aantrekkelijk is het voor Hagenezen om The Hague World Forum te gaan bezoeken als je nooit zeker weet of het wel of niet is afgesloten voor één of andere internationale zaak? Hoe zacht is het landschap als er wel een duintop is, maar geen duinkommen: intieme ruimten die verleiden tot verpozing? Zal het tapijt voldoende tegenwicht kunnen bieden tegen de grootschalige gebouwen die deels met hekken omgeven zijn? Steekt het uiterlijk van een duinlandschap niet op schrijnende wijze af tegen haar ongetwijfeld zorgvuldige conservering en beveiliging?

Ondanks de vele twijfels is het moedig dat men besloten heeft om zich in het ontwerp van de openbare ruimte rondom dergelijke internationale, goed beveiligde instellingen kwetsbaar en open op te stellen. Een eerlijker compound als ontoegankelijke enclave in de stad zou immers bij voorbaat onwenselijk zijn. De beoogde duinachtige sfeer zal zeker bijdragen aan de verzachting van een dergelijk beladen gebied. Of dit landschap een plaats of een non-plaats gaat worden zal de tijd uitwijzen.