Recensie —

Nieuwe geluiden

Okke-Jan Boom

Het Eindhovense CHEOPS Qafé (CQ) organiseerde op dinsdag 14 februari een bijeenkomst die tot doel had het antwoord te vinden op twee vragen: Wat betekent architectuurtheorie vandaag voor de architect? Is er een trend te bespeuren in de huidige ontwikkelingen? Een nobel streven om naar de kern van het architectuurdiscours te zoeken.

Discussieleider Harrie van Helmond opent de avond met een boekenshow. Aan de hand van verschillende recent verschenen publicaties geeft hij een overzicht van de invalshoeken in het huidige architectuurdebat. Eén voor één houdt hij ons traktaties voor om thuis te bestuderen. Zo refereert hij aan de bijlage van de laatste Volume (From the State Client to the Client State), aan het boek De macht van het bouwen over de kritiek op het exhibitionisme van toparchitecten, aan het voorstel SUPERvillage van Urban Affairs en -Scape voor een stedebouwkundige strategie voor brainport Eindhoven en aan het feit dat op dit moment 80(!) Nederlandse architecten in China bouwen, waar een geheel nieuwe werkwijze, strijdig met de ‘Europese moraal’, is ontwikkeld. Het is aan de sprekers van de avond om de vragen echt te raken en een overzicht te brengen in deze kakofonie.

Hans Mulder (hoofdredacteur Bouw) is van mening dat voor een discussie over engagement, namelijk over de rol die architectuur in de samenleving moet spelen, woningbouw het meest interessant is. Daar is het op dit moment vreselijk mee gesteld. Een bespiegeling van de ‘superarchitectuur’ is alleen interessant binnen het eigen introverte wereldje van de architecten. Overigens is die stroming alweer over zijn hoogtepunt heen. De reden is heel banaal: in de hoogconjunctuur was er geld, dat geld is nu op.

Architectuur van het beeld heeft geen architectonisch discours, er is geen debat er is slechts een twist over de rol van de architect, over de verdeling van de macht. Dat is ook de reden dat zoveel architecten naar China gaan, daar staat de architect nog op het voetstuk en kan het gebouw op zijn eigenheimische manier gerealiseerd worden. Maar die architectuur van het beeld kent geen engagement: “More money is less ethics.”

Architecten vormen in Nederland een ‘gated community’. De architectengemeenschap is geheel zelfbedruipend, met haar eigen opleiding, haar eigen controlemiddelen en haar eigen critici. Het laatste BNA congres, een soort ‘EO jongerendag’ over de rol van de architect, liet alleen maar architecten aan het woord. Dus als we het moeten hebben over engagement zal iedereen, uit alle lagen van de bevolking, aan tafel moeten gaan zitten. Alleen dan kunnen we over echte problemen uit de samenleving praten.

Hans Ibelings (architectuurcriticus en hoofdredacteur A10 magazine) is optimistischer van aard. Negentig procent is troep, dat geld voor alles! Daar moet je het dan ook niet over hebben. Naast optimist noemt hij zichzelf ook realist, als historicus kent hij de beperkingen van zijn professie. Dus als hij een boek schrijft over ‘supermodernism’ dan is dat een historisch beeld. Een dichtgeslagen boek. “Als Madonna ‘disco’ maakt, weet je echt dat het over is.” Maar ondanks dat de gemiddelde levensduur van een ‘nieuw geluid’ op dit moment volgens zijn schatting slechts zo’n zeven jaar is, blijkt het supermodernisme nog steeds zijn waarde te hebben in wat heden ten dage gemaakt wordt. Dat illustreert een bepaalde traagheid waarmee er kennelijk gedacht wordt.

Een tweede aspect is dat te veel zaken hun terugkeer krijgen. Daar is een bepaald gevaar aan verbonden. Het gevoel van authenticiteit verandert door veel ‘historiserende’ projecten zoals het bouwen van een replica van de Eifeltoren in Las Vegas, een replica van ‘Nederland’ in Japan, maar ook door wijken als Brandevoort, Bataviastad en ander hedendaags ‘traditionalisme’. Vals typologisch gebruik om te refereren aan bekende voorbeelden zonder de onderliggende laag mee te kopiëren.

Sinds de val van de muur is er sprake van een nieuwe politieke en economische realiteit. Dus als er nieuwe geluiden te vinden zijn zullen die waarschijnlijk het eerst te horen zijn in landen als Hongarije, Polen of Bulgarije. In Nederland moeten we het zoeken bij andere opdrachtgevers. De rijke private opdrachtgevers zorgen misschien voor de meest interessante projecten, maar ontberen het engagement. De overheid ontbeert de mogelijkheden, maar er is een potentiële groep waar nog hart voor de zaak is: de middenklasse. Waarschijnlijk kan de architect daar zijn rol in de samenleving gaan vervullen. Of dat werkelijk zo is kun je hopelijk lezen in ‘A10’. Maar we moeten ons blijven vasthouden aan de hoopvolle gedachte dat in Europa de dichtheid van architectuur onovertroffen hoog is.

Matthijs Bouw (architect One Architecture) componeert een eigen nieuwe symfonie. Hij veranderde de opvattingen binnen zijn eigen praktijk naar ‘Do It Yourself’. Geheel naar voorbeeld van Business Utopia, een amerikaanse organisatie die met actuele middelen, acceptatie van marktwerking en alle daaraan verbonden consequenties culturele projecten realiseert die normaal naar de marge van de samenleving zijn gedirigeerd. Op dit moment kijkt men voornamelijk autistisch naar de stad. Een organisatorische benadering die uit gaat van een bottom-up werking, met processen die latent aanwezig zijn in elke stad, zou echter bergen kunnen verzetten. Bij het project de ‘Stadswerven’ in Dordrecht mislukte in eerste instantie elke poging om culturele projecten te initiëren. Totdat Matthijs Brouwer een ontwikkelingsorganisatie op touw zette die de reeds aanwezige structuur in de stad maximaal uitbuit. Als beloning kreeg de culturele organisatie het ‘Energiehuis’ cadeau van de gemeente, dit wordt nu op identieke manier behandeld bij de verbouwing tot een bruisend centrum van de toekomst. Ook in het derde project dat hij behandelde is hij op zoek gegaan naar een scenario dat vanuit de eigen kracht werkt. Het Victoriakwartier tussen het Philipsstadion en het winkelcentrum van Eindhoven wordt beschreven als een weke structuur dat zich in verloop van tijd moeiteloos kan blijven aanpassen aan veranderende eisen. Het TAC (Temporary Art Centrum) in Eindhoven krijgt een rol als motor van het gebied.

Blijkbaar is het probleem benoemen niet voldoende om je zelfstandig uit het moeras omhoog te kunnen trekken, zoals Baron von Münchhausen dat deed. (deze opmerking is een niet letterlijk-citaat van hans ibelings die ik wel heel illustratief vind, de baron is het personage van de gelijknamige avonturenroman van R.E. Raspe uit 1785) In plaats van een nieuw geluid te benoemen is de meerderheid van de besproken problematiek oude koek. De opzet van Harrie van Helmond lijkt te zijn geslaagd, want in een hoog tempo passeerde een brede variëteit aan problemen en oplossingen de revue. Toch zijn de drie sprekers het eens over één ding, namelijk dat de architect zelf de verantwoordelijkheid moet nemen: Do it (yourself).